Handhaving regels tegen online haat komt op stoom

Online haatberichten Facebook, YouTube en Twitter verwijderen meer haatuitingen dan ooit, blijkt uit nieuwe cijfers. Maar het probleem is niet opgelost.

De Europese Commissaris voor Justitie en Consumentenrechten Vera Jourova lijkt voor nu overtuigd dat zelfregulering werkt in de strijd tegen online haat en discriminatie.
De Europese Commissaris voor Justitie en Consumentenrechten Vera Jourova lijkt voor nu overtuigd dat zelfregulering werkt in de strijd tegen online haat en discriminatie. Foto Stephanie Lecocq

Als het over de grote techbedrijven gaat, klinkt er het afgelopen jaar uit Brussel vooral oorlogstaal: de Europese Commissie dreigt een speciale belasting in te voeren voor belastingontwijkende Big Techbedrijven, eist een strengere aanpak van nepnieuws, wil copyrights op internetplatforms beter beschermen en maatregelen nemen tegen buitenlandse beïnvloeding van de verkiezingen voor het Europees Parlement dit jaar.

Die gespannen verhouding kreeg maandag een stevige injectie goede wil: de grote socialemediaplatforms blijken met vlag en wimpel geslaagd voor de naleving van de Europese gedragscode voor het bestrijden van haatberichten. Facebook, YouTube en Twitter verwijderen bijna driekwart van de gerapporteerde haatuitingen binnen 24 uur, blijkt uit nieuwe EU-cijfers. Ruim twee jaar geleden werd nog maar 28 procent van de meldingen verwijderd. Bijna negen op de tien berichten (89 procent) worden nu binnen 24 uur na de melding bekeken op onwettigheid, tegenover 80 procent in 2017.

De Europese Commissie baseerde haar rapportage op ruim vierduizend meldingen gedaan in november en december 2018 door Europese ngo’s die zich bezighouden met discriminatie en online haat, zoals het Nederlandse Meldpunt Internet Discriminatie. Uitingen die oproepen tot geweld of haat tegen een individu of groepering, op basis van bijvoorbeeld ras, huidskleur, of seksuele voorkeur zijn in de hele Europese Unie strafbaar. In ruim vijfhonderd gevallen werden de meldingen doorgegeven aan de politie of openbaar aanklager. Haatberichten gericht tegen migranten en vluchtelingen werden het vaakst gerapporteerd.

De grote socialemediaplatforms beloofden drie jaar geleden haatzaaiende berichten aan te pakken om onder EU-brede regulering uit te komen. De bedrijven hadden de laatste jaren dus alle reden om zich van hun beste kant te laten zien. Naast technologie die illegaal materiaal automatisch moet opsporen, hebben bedrijven als Facebook en Google flink geïnvesteerd in personeel voor het beoordelen van gerapporteerde berichten – van haatberichten en nepnieuws tot copyrightclaims. Facebook heeft nu wereldwijd zo’n 20.000 moderatoren in dienst die het platform ‘schoon’ moeten houden. Naar eigen zeggen heeft ’s werelds grootste sociale netwerk in het derde kwartaal van vorig jaar actie ondernomen tegen 2,9 miljoen berichten, tegenover rond de 2,5 miljoen in de kwartalen ervoor.

Zelfregulering

Europees commissaris Vera Jourova (Justitie en Consumentenrechten) lijkt er vooralsnog van overtuigd dat zelfregulering werkt in de strijd tegen online haat en discriminatie. „Na tweeënhalf jaar kunnen we zeggen dat de Commissie de juiste aanpak heeft gevonden en een maatstaf heeft ontwikkeld voor de bestrijding van dit serieuze probleem, terwijl we de vrijheid van meningsuiting volledig beschermen”, aldus de commissaris in een persbericht.

Lees ook dit artikel over hoe beleidsmakers Facebook strenger willen aanpakken Wat zullen we eens doen met het Facebookbeest?

Toch onderstreepte de commissaris in een persconferentie dat het probleem zeker niet is opgelost. „De strijd tegen illegale online haatuitingen is nog lang niet voorbij. We hebben geen aanwijzingen dat zulke berichten minder vaak voorkomen op socialemediaplatforms.”

Beleidsmakers, zowel in Brussel als in Den Haag, zijn terughoudend met het opleggen van strenge regels aan internetbedrijven als het gaat over wat mensen online mogen zetten. Steviger ingrijpen stuit al gauw op angst voor censuur. Dankzij de cijfers van maandag lijken de voorstanders van zelfregulering voorlopig het pleit te hebben gewonnen.

Dezelfde discussie speelt bij de aanpak van nepnieuws, ook in Nederland. Het kabinet toonde zich vrijdag in antwoord op Kamervragen een groot voorstander van zelfregulering. Minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) vindt „het inhoudelijk adresseren van desinformatie als zodanig primair geen taak van overheden of EU-instellingen, maar vooral van journalistiek en wetenschap, al dan niet in samenwerking met techbedrijven.”

PvdA-leider Lodewijk Asscher reageert kritisch. Hij wijst op een onthulling van Brandpunt+over hoe een ex-cameraman een nepnieuwsfabriek runde die miljoenen Nederlanders bereikte. En wat te denken van het onderzoek van Vice News: de site slaagde erin vele Facebookadvertenties te kopen in naam van prominente politieke figuren aan de vooravond van de Amerikaanse Congresverkiezingen. Asscher: „Vooralsnog overtuigt zelfregulering niet.”