Scène uit ‘Donbass’ van Sergei Loznitsa.

Filmmaker Loznitsa: ‘Ik neem het op voor de underdog’

Sergej Loznitsa De film ‘Donbass’ van Sergej Loznitsa gaat over professioneel nepnieuws. Dat Rusland de film als propaganda zal wegwuiven, doet de regisseur weinig. „Rusland is hier de agressor.”

‘Het verbaasde me hoe snel de haat om zich heen greep”, zegt de Oekraïense filmmaker Sergej Loznitsa (54). Zijn mozaïekfilm Donbass biedt een morbide, soms absurd panorama van de separatistische ‘volksrepubliek Novorossija’ (‘Nieuw Rusland’) in het zuidoosten van Oekraïne, die zich in 2014 met Russische hulp van zijn land afscheidde.

Het ging inderdaad snel. De staat Oekraïne is sinds zijn ontstaan in 1991 politiek verdeeld tussen het pro-Europese westen en het pro-Russische oosten: het kolen- en staalgebied rond de stad Donetsk. Maar Oekraïne was vooral een heel groot amorf midden waar Russisch, Wit-Russisch en Oekraïens in elkaar overvloeiden. Toen de staalmagnaten van het Oosten in 2004 de pro-Europese ‘Oranje Revolutie’ wilden smoren door treinen met opgehitste mijnwerkers naar hoofdstad Kiev te rijden, zag ik hoe de kemphanen in hun oorlogskleuren – oranje versus blauw – diezelfde avond nog massaal met wodka verbroederden rond vuurtonnen.

In 2014 speelde Rusland zijn buurland grondiger uiteen. Via geweld, maar vooral via media: de breuk lijkt nu niet meer te dichten. De film Donbass gaat over professioneel ‘fake news’: in het begin zien we hoe figuranten een nepbloedbad in een trolleybus spelen. Niets is wat het lijkt in Novorossija. De macht organiseert vroom pelgrimages met relieken en iconen terwijl het een geboortekliniek leegplundert. Russische militairen aan het front schuiven een dronken kozak als hun commandant naar voren. Maar Donbass gaat ook over sociale media. Burgers nemen selfies met een aan een lantarenpaal geketend ‘lid van een Oekraïens doodseskader’ voor ze hem tot moes slaan. In een atmosfeer van gebrek, geweld en paranoia volgt iedereen bewust of onbewust hetzelfde script.

De Oekraïense filmmaker Sergej Loznitsa opereert vaak op het snijpunt van documentaire en speelfilm, feit en fictie. „De grens is te poreus geworden”, zegt hij in Cannes, waar hij in mei de regieprijs van de competitie Un Certain Regard wint. „Speelfilms gebruiken trucs om zo realistisch als een documentaire te lijken, tegelijk zijn show, performance en mise-en-scène een onmisbaar onderdeel van de nieuwscyclus. Een camera is nooit neutraal, hij schept een podium waarop iedereen gaat acteren, meestal vrij slecht. En de waarnemer is nooit neutraal, hij filmt een script, of hij zich daar nou van bewust is of niet. Elke visuele technologie is inherent manipulatief, toch baseren we ons oordeel op beelden.”

In Donbass komen twee tendensen in Loznitsa’s oeuvre samen. „Mijn interesse in het grensgebied tussen fictie en documentaire, en films zonder één verhaallijn of held zodat je het hele spectrum van een conflict kan zien. Uiteraard ben ik gewoon ook erg bezorgd en geschokt over de oorlog in mijn land.”

Gaat het over oorlog, dan haalt Loznitsa het begin van de Bhagavad Gita aan. „Krishna’s volgeling Arjuna wanhoopt daar wanneer hij op het slagveld tegenover zijn vrienden en familie komt te staan. Hij verliest hoe dan ook, zegt Arjuna; als hij wint is zijn troon besmeurd met hun bloed. Maak je geen zorgen over hen, zegt Krishna, in feite zijn ze al dood. Want oorlog is als lepra: eenmaal begonnen maakt het niets meer uit of jij goed of slecht bent, of je zaak goed of slecht is. Als je moordt, wettig en op bevel, ben je besmet met een ziekte die je zal vernietigen.”

Dat Rusland zijn film als propaganda zal wegwuiven, doet Loznitsa weinig. „Rusland is hier de agressor, ik neem het op voor de underdog. En propaganda is mensen via mediatrucs tot een standpunt overhalen. Mijn doel is juist om mensen aan het denken te zetten. Vergeet niet dat bijna alles in Donbass is gebaseerd op mediaverhalen of videoclips op internet.” Maar een Russische release van Donbass zal inderdaad niet komen, denkt Loznitsa.

Dat blijkt te kloppen als de filmmaker driekwart jaar later op het filmfestival van Rotterdam vragen van het publiek over Donbass beantwoordt. „Er was een poging Donbass in een Russisch museum te vertonen, maar dat ging niet door om ‘technische redenen’.”

Lees hier de recensie van ‘Donbass’

Loznitsa zegt dat hij niet wil wanhopen. Toen hij in de Oekraïense stad Krivoj Rog de scène opnam waar een aan een lantarenpaal geketende Oekraïener wordt mishandeld, trotseerde een voorbijganger in zijn eentje de bloeddorstige meute. „Heel dapper, want het leek heel echt. De acteurs waren amateurs die helemaal in hun emotie opgingen. Toen die man hoorde dat het film was, werd hij boos. Waarom ik zoiets gruwelijks film? Omdat het echt is gebeurd. Dit is een softe versie daarvan.”

Inmiddels is de ontstellend productieve Loznitsa alweer enkele films verder. Op IDFA draaide in november zijn documentaire The Trial, gecomponeerd uit beelden van het stalinistische showproces tegen de ‘Industriële Partij’ in 1930. Klassiek georkestreerd ‘fake news’, anders dan het heden, waar propaganda gedecentraliseerd is door sociale media en trollenfabrieken. Hij werkt nu aan een speelfilm over Babi Jar, de beruchte Duitse massamoord op meer dan 100.000 Joden na de verovering van Kiev in 1941, die later door het Sovjetgezag werd verdoezeld. „Ik zou u graag vertellen dat zoiets in Europa niet meer mogelijk is. Maar ik weet helaas beter.”

    • Coen van Zwol