De ouderlijke woning als een uiteenvallend honk

Lezen is gedeelde eenzaamheid. Een stem spreekt vanaf het papier tot je, in het isolement van stilte neem je de strofen tot je, ervaar je de hoogtepunten en krochten van de geest. In tegenstelling tot films of series heeft de poëzie in ons land (nog) geen miljoenenpubliek, en daar zijn ook voordelen aan verbonden. Er is een minder grote massa te plezieren of te ontzien, waardoor je als maker minder snel een blad voor de mond neemt als het gaat om de ongemakkelijker aspecten van de menselijke aard: machtshonger, doodsdrift, generatieafgunst.

In de laatste bundel van Paul Demets sluimert die donkerte door alle gedichten. De Klaverknoop toont de duistere kanten van ouder worden. Hoe je kinderen je steeds minder nodig hebben, haast onaangedaan lijken door je bestaan. Hoe de ouderlijke woning een uiteenvallend honk is zoals in bovenstaand gedicht. Wat eens een warm nest had moeten zijn, het ideaal van een thuis, verandert door het simpelweg verstrijken van de tijd in een organisme dat langzaam atrofieert. Dat is een pijnlijke gedachte die de meesten snel van zich willen afschudden, maar de manier waarop het in dit gedicht wordt verwoord, geeft het ook iets episch. Deze scherpte zie je niet zo snel op het witte doek, en daarom is het soms een grote troost dat er nog geen Netflix voor poëzie bestaat.

    • Ellen Deckwitz