Centrale bankiers mengen zich nu ook in klimaatdebat

Groen monetair beleid Centrale banken wijzen overheden en financiële instellingen graag op hun verantwoordelijkheden, ook in het klimaatdebat. Maar het eigen monetaire beleid aanpassen is nog een brug te ver.

Foto AP

Janet Yellen, Ben Bernanke, Alan Greenspan en Paul Volcker. Alle vier zijn het oud-bazen van de Federal Reserve, de Amerikaanse centrale bank. En alle vier zetten ze vorige maand hun handtekening onder een pleidooi van prominente Amerikaanse economen voor een belasting op CO2-uitstoot. „Onmiddellijke” actie tegen klimaatverandering is vereist, staat daarin.

Centrale bankiers – wat moeten zíj nou met klimaatverandering? Niet alleen voormalige centralebankpresidenten, ook de huidige lijken niet meer om het thema heen te kunnen.

Klaas Knot, president van De Nederlandsche Bank (DNB), pleitte onlangs in tv-programma Buitenhof nog voor een belasting op CO2. En hij spoorde in oktober de overheid aan klimaatmaatregelen vooral niet uit te stellen: dat zou de kans vergroten dat later „abrupte” maatregelen nodig zijn, die tot „stevige verliezen” zouden leiden in de financiële sector.

Diepe gaten

Al langer wijst met name DNB-bestuurder Frank Elderson de banken, verzekeraars en pensioenfondsen op het klimaatrisico. De energietransitie én de klimaatverandering zelf kunnen diepe gaten gaan slaan in de balansen van de instellingen. Sinds kort spreekt ook de afdeling voor bankentoezicht bij de Europese Centrale Bank (ECB) banken aan op klimaatrisico’s.

Overheden en financiële instellingen op hun verantwoordelijkheid wijzen – dat valt centrale bankiers niet zwaar. Centrale banken zien zichzelf als onafhankelijke instellingen, beschermd tegen politieke inmenging, maar dat weerhoudt ze er nooit van de politiek ongevraagd advies te geven. En ze zijn de toezichthouders van banken en verzekeraars. In die laatste rol wees de Bank of England in 2015 voor het eerst op het klimaat als risico voor de financiële stabiliteit. DNB haakte gretig aan en was een van de oprichters, vorig jaar, van een netwerk van centrale banken voor het „vergroenen van het financiële systeem”.

Lees ook: Die CO2-heffing voor de industrie moet er komen, vinden 71 economen

Maar kunnen centrale banken zelf óók iets doen voor vergroening? Die vraag ligt veel gevoeliger, omdat die aan hun kerntaak raakt: het monetaire beleid.

Vuile obligaties

Dirk Schoenmaker, hoogleraar Banking and Finance aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, presenteerde kort geleden tijdens een seminar bij het Centraal Planbureau (CPB) een paper waarin hij voorstelt het monetair beleid van de ECB meer ten goede te laten komen aan duurzame sectoren in de economie en minder aan vervuilende. „Traditioneel houden centrale banken zich met prijsstabiliteit bezig en met niets anders”, zei Schoenmaker. „Maar de opvatting wint terrein dat het klimaat iets is waarvoor iederéén iets moet doen.” Volgens de econoom kan de ECB zowel bij opkopen van bedrijfsobligaties als bij het bepalen van onderpand voor leningen scherper selecteren op klimaateffecten.

De ECB kocht de voorbije jaren voor 178 miljard euro aan bedrijfsobligaties op, binnen het opkoopprogramma van 2.570 miljard, bedoeld om de inflatie in de buurt van de 2 procent te krijgen. Daar zitten obligaties van heel wat vervuilende bedrijven tussen, leert een blik op de lijst die de ECB, onder druk van de publieke opinie, sinds kort publiceert. BMW staat erop, Renault, Shell, Total, Gasunie en Italgas. De top-3 aan sectoren waarvan de ECB obligaties kocht: energie, infrastructuur en autobouwers. Sinds dit jaar koopt ze geen nieuwe leningen meer, maar vervangt nog wel leningen die aflopen. Mogelijk lanceert de bank in de toekomst een nieuw opkoopprogramma. Daarmee blijft de vraag hoe groen de ECB zelf opereert – en DNB, als onderdeel daarvan – actueel.

‘Activistisch beleid’

Schoenmaker stelt voor om binnen de ECB-portefeuille van bedrijfsleningen meer gewicht te geven aan schone sectoren. Door scherper te letten op de CO2-voetafdruk van bedrijven, kan de Europese Centrale Bank de ‘emissie-intensiteit’ (de emissies per verdiende euro) in de portefeuille aan bedrijfskrediet met 45 procent laten krimpen, aldus Schoenmaker. En dit, zo benadrukt de hoogleraar, „zónder dat het monetair beleid wordt verstoord”.

Iets soortgelijks bepleit hij voor het onderpand dat de ECB eist voor leningen die zij verstrekt aan banken. Het onderpand (nu zo’n 1.600 miljard euro) bestaat uit allerlei financiële producten, zoals (weer) bedrijfsobligaties en pakketten hypotheekleningen. Het grootste deel ervan kun je doorlichten op emissie-intensiteit, meent Schoenmaker. De meest schadelijke sectoren kan de ECB „straffen” door er een lagere waarde aan toe te kennen. Uiteindelijk kan dat de leenkosten voor vervuilende bedrijven hoger maken.

Schoenmakers ideeën zijn niet uniek – de Bank of England kreeg onlangs van een groep economen een soortgelijk advies – maar wel omstreden. Clemens Kool, hoogleraar in Maastricht en in Utrecht, meent dat de ECB haar „geloofwaardigheid zou aantasten als ze iets zou gaan doen wat overheden moeten doen: klimaatbeleid voeren”. De ECB, zegt hij, doet erg haar best „neutraal” te opereren – sectoren noch landen mogen worden bevoordeeld. Als de ECB de adviezen van Schoenmaker zou volgen, zou ze aan „activistisch beleid” gaan voeren.

Marktneutraliteit

De ECB zelf zit op de lijn-Kool. In november gaven twee van haar directieleden, Benoît Coeuré en Yves Mersch, speeches over klimaat en monetair beleid. Dit laat zien dat de ECB druk met het thema bezig is – maar sleutelen aan het eigen monetair beleid, dat ziet de centrale bank vooralsnog niet zitten.

De Fransman Coeuré noemde „marktneutraliteit” als leidend principe voor het monetaire beleid. Dat betekent: geen voorkeursbehandeling voor duurzame bedrijven. DNB, die op klimaatterrein graag vooroploopt, is het op dit punt volledig met Coeuré eens.

De ECB onderstreept dat zij óók groene obligaties koopt, van overheden en van bedrijven, maar die zijn minder voorhanden dan leningen van traditionele, fossiele bedrijven met hun zware machines, die veel kapitaal nodig hebben en daarom ook veel leningen uitgeven. De ECB wil vooral véél kunnen kopen.

Er zijn kleinere potjes die de Europese en Nederlandse centrale banken wel willen vergroenen: de eigen beleggingen (niet bedoeld voor monetair beleid) en, in het geval van de ECB, ook het eigen pensioenfonds. Beide centrale banken zeggen te werken aan strakkere regels om zelf groener te gaan beleggen. Goed voorbeeld doet goed volgen, is het idee.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.

    • Mark Beunderman