‘Wij gaan het niet voor leerlingen doen. Helpen helpt niet’

Jolanda Hogewind Schooldirecteur Directeur Jolanda Hogewind veranderde het Calvijn College in Amsterdam Slotervaart van een afvoerputje in een modelschool. Nu gaat ze weg. „We straffen niet, we werken met rechten en plichten. ”

Jolanda Hogewind: „Ik vind het belangrijker om leerlingen erbij te houden dan wat iemand van mij vindt.”
Jolanda Hogewind: „Ik vind het belangrijker om leerlingen erbij te houden dan wat iemand van mij vindt.” Foto Roger Cremers

Toen Jolanda Hogewind begon als directeur op het Calvijn College in Amsterdam Slotervaart, stonden er bewakers voor de deur. Agenten liepen door de gangen. Docenten rookten in het schoolgebouw, leerlingen spijbelden er op los en gleden af in de criminaliteit. „Je voelde je er niet prettig”, zegt Hogewind. „Er kon ieder moment iets naars gebeuren.”

Negen jaar later is het Calvijn (bijna 100 procent leerlingen met een migratieachtergrond) hét voorbeeld van een succesvolle zwarte school. „Misschien wel de beste school van Nederland”, zei de in 2017 overleden burgemeester Eberhard van der Laan in het tv-programma Zomergasten. Als een belangrijk iemand een rondleiding krijgt door Nieuw-West, dan staat het Calvijn op het programma – onlangs was VVD’er Klaas Dijkhoff op bezoek.

In het nieuwe, transparante schoolgebouw kijken de lokalen uit op een open binnenplein, waar leerlingen in groepjes staan te praten. Ze slagen inmiddels bijna allemaal voor hun eindexamen. De meesten halen zelfs binnen vijf jaar hun startkwalificatie (mbo-2), een jaar sneller dan gebruikelijk. Ouders, die vroeger soms niet eens wisten waar het schoolgebouw stond, komen vier keer per jaar het rapport van hun kind persoonlijk ophalen.

Hogewind (56) nam vorige week afscheid, ze gaat naar het IJburg College, een brede scholengemeenschap aan de andere kant van Amsterdam. Op de directiekamer, naast een stapel nog ingepakte afscheidscadeaus, blikt ze terug op de omwenteling die ze op het Calvijn wist te bewerkstelligen – in haar eigen woorden: „een radslag”. Welke lessen voor het onderwijs zijn er te trekken uit die transformatie van afvoerputje tot modelschool?

Eén van de eerste dingen die Hogewind deed, was het onderwijsteam opschudden. De leraren die ze aantrof, deden hun best maar klaagden ook veel en voelden zich niet verantwoordelijk voor de school buiten het eigen lokaal. In de loop der jaren nam Hogewind afscheid van tweederde van het docentenkorps. Ze begon met het werven van jongeren uit de buurt. Die kregen een baan als onderwijsassistent, later haalden ze hun kwalificatie als docent. „Zij begrijpen hoe de wereld van onze leerlingen in elkaar steekt.” Oud-leerlingen, onder wie Ajacied Abdelhak Nouri – die in 2017 ernstige hersenschade opliep na een hartstilstand in een voetbalwedstrijd – zetten zich als ambassadeur in voor de school.

Ook de onderwijsfilosofie ging radicaal op de schop. Op het oude Calvijn was straffen de norm. Leerlingen werden geregeld geschorst of van school gestuurd. Er was een ‘structuurklas’, waarin alle probleemgevallen bij elkaar werden gestopt. Leerlingen zaten massaal in speciale zorgtrajecten.

„Het nieuwe basisprincipe”, zegt Hogewind, „werd dat de mens tot veel in staat is, en iets goeds wil. Positief dus. We scheppen voorwaarden waaronder leerlingen zélf hun kansen moeten pakken. Wij gaan het niet voor ze doen. Ons motto: helpen helpt niet.”

Die filosofie, zegt Hogewind, zie je ook terug in het pedagogisch beleid op het Calvijn. „We straffen niet, we werken met rechten en plichten. Die gelden ook voor docenten en schoolleiding. Leerlingen mogen ons ook aanspreken. Dan krijg je gelijkwaardigheid. Het zit ook in de woorden die we gebruiken. Die zijn altijd positief of neutraal. We hebben het niet over ‘een moeilijke doelgroep’, maar over ‘leerlingen van een middelbare school’. Nooit over een ‘kansarme wijk’, maar ‘de buurt waarmee we samenwerken’.”

Maakt het voor een leerling van 13 jaar verschil of hij het woord ‘kansarm’ wel of niet hoort?

„Niet één op één. Maar als je zoiets als school consistent blijft doen, in je brieven, op je website, dan brengt dat iets teweeg.”

Hoe ga je vanuit zo’n principieel positieve houding om met zaken die onacceptabel zijn, zoals vechtpartijen? Moet je dan niet gewoon ouderwets straffen?

„Je moet ‘positief’ niet verwarren met dat alles maar goed gaat. We stellen duidelijke grenzen. De mentor praat met de leerling. Dan zie je vaak dat slachtoffer en dader inwisselbaar zijn, dat er voor die tijd al van alles gebeurd is. Als het even kan, worden ook de ouders erbij gehaald. Die bied je dan meteen tools om aan de opvoeding van hun kinderen mee te doen. We voeden de leerlingen op, dat is wat we dag in dag uit doen.”

U vindt dat er te weinig respect is voor leerlingen. De algemene klacht is juist dat er te weinig respect is voor de leraar, voor gezag. Zie de recente ophef over de leraar die werd weggestuurd omdat hij een leerling bij z’n nekvel pakte.

„Docenten moeten meer begrip hebben voor leerlingen, daar begint het mee. Bij die docent van dat nekvel denk ik: dat is geen macht, maar onmacht. Gezag afdwingen op fysieke wijze, daar geloof ik niet in. Je weet dan dat je een hoop toestanden krijgt. Zo’n leraar kan ook zeggen: stom, had ik niet moeten doen. Op het Calvijn zegt een docent soms ook ‘sorry’ tegen een leerling. Dat brengt veel teweeg, in positieve zin.”

Op het Calvijn is 92 procent moslim. Houdt u daar rekening mee?

„Als je aan eersteklassers vraagt: wat is het belangrijkste in je leven, dan antwoorden ze: familie en religie. 60 procent van de docenten is moslim. In 2010 zei de leerlingenraad dat ze graag een stilteruimte wilden. Prima, zeiden we. Het geeft rust in de school. Studenten en docenten die er gebruik van maken, komen vaak opgeladen terug. Er staat nu ook een massagestoel.

„We geven de leerlingen vrij met Suikerfeest en Offerfeest. Schoolkamp is soms moeilijk, sommige meisjes mogen niet blijven slapen vanwege het geloof. Dus gaan we in het eerste jaar niet zo ver weg. Dan kunnen de ouders hen ’s avonds halen en ’s ochtends terugbrengen. Ik heb het liever niet, maar ik ga er ook niet moeilijk over doen.”

Gymmen jullie gescheiden?

„Niet expliciet. Soms doen de meiden een activiteit in het ene deel van de gymzaal en de jongens in het andere deel. Op een bepaalde leeftijd schamen meiden zich voor zichzelf en dan is dat prettig. Ik koppel het los van religie, ik maak het breder. Dan voelen de mensen die zoiets vanwege het geloof belangrijk vinden zich ook thuis.”

Mensen die er principieel in zitten, zullen zoiets een knieval voor de islam noemen.

„Ik vind het belangrijker om leerlingen erbij te houden dan wat iemand van mij vindt. Anders gaan ze naar het Islamitisch College. Het is geen knieval, het is oprekken.”

Wat het Calvijn ook doet, is ‘de wereld van leerlingen groter maken’. Jongeren uit Nieuw-West komen zelden buiten hun buurt – dus organiseert de school dat. Er is een jaarlijkse voetbalwedstrijd met bankiers en advocaten van de Zuidas, leerlingen bezoeken musea. Hogewind: „We gaan met ze naar De Balie, naar de Vrijheidslezing. En daar gaat het ook over onderwerpen als homoseksualiteit. Ja, sommige leerlingen zeggen dat homoseksualiteit onrein is en niet mag van de islam. Toch lukt het ons om met ze in gesprek te gaan.”

Lukt het jullie om een gesprek te voeren over de Holocaust? Op veel zwarte middelbare scholen is dat een probleem.

„Ja, we hebben kanjers van docenten en die kunnen dat. Vaak ook omdat ze dezelfde achtergrond hebben als de leerlingen. Ze zijn heel ruimdenkend. We hebben ook cursussen gehad van de Anne Frank Stichting.”

PvdA’er Lodewijk Asscher was hier na de aanslag op het Franse satirische weekblad Charlie Hebdo. Hij schrok behoorlijk van wat leerlingen zeiden. De cartoonisten hadden het aan zichzelf te danken, de Joden zouden erachter zitten.

„Je moet niet vergeten dat het ontzettend interessant is om zoiets aan een minister te vertellen. Lekker shockeren. Dit zijn niet de doorsnee gesprekken die we hebben. Je moet ook inschatten: wat zit eronder, waarom zegt iemand dat? Heel vaak is het gewoon puberaal gedrag.”

In maart staken docenten uit het basis- en hoger onderwijs vanwege het lerarentekort. In het basisonderwijs heerst al langer onvrede over werkdruk en lage salarissen. Hogewind relativeert de onvrede: werken in het onderwijs is inderdaad „best enerverend”, maar de werkdruk heb je zelf in de hand. Op het Calvijn lukt het met goede onderlinge afspraken en ‘lessen in geluk’ de stress bij docenten te beperken. „Werkdruk is volgens mij ook een symptoom van zelf geen regie nemen over je leven, dingen niet op tijd bespreken met je leidinggevende.”

Liever ziet Hogewind dat docenten en schoolleiders iets doen aan het „slachtofferdenken” in het onderwijs. „Ik vind dat we zó negatief praten over onze sector. Alles wordt geproblematiseerd. Zo hou je de problemen in stand. Die negatieve houding heeft ook invloed op het aantal mensen dat de lerarenopleiding gaat doen.”

En het lerarentekort wil ze niet bagatelliseren, maar op het Calvijn merkt ze er weinig van. „Ik krijg alleen mensen die zeggen: mag ik hier komen werken?”

    • Mirjam Remie
    • Thijs Niemantsverdriet