Hoe onderhandelaars toch nog kwamen tot een metaalakkoord

Cao-onderhandelingen Na maanden vol stakingen is er een metaal-cao. Ook het kabinet, dat belang heeft bij rust in de polder, zette druk.

Foto Olaf Kraak/ANP

Iedereen is blij met het cao-akkoord dat vrijdag werd gesloten in de metaalsector. De vakbonden wijzen op de afgesproken loonsverhoging. Die is bovengemiddeld: een stijging van meer dan 3 procent per jaar. Werkgevers hopen op rust, na zeven maanden van stakingen bij grote bedrijven als DAF, Fokker en VDL NedCar. Alleen de achterbannen moeten nog akkoord gaan met het onderhandelaarsakkoord.

Maar als je de betrokkenen vraagt waarom de onderhandelingen zo lang geduurd hebben en hoe de doorbraak tot stand is gekomen, dan krijg je verschillende versies van de werkelijkheid te horen. Het laat zien dat er nog steeds veel afstand is tussen de werkgeversvereniging FME en de vier vakbonden FNV, CNV, De Unie en VHP2.

Wat in ieder geval duidelijk is: het akkoord kwam donderdagnacht tot stand in een informeel overleg in conferentiehotel Ernst Sillem Hoeve, in de bossen tussen Soest en Bilthoven. Aan werkgevers- én vakbondszijde waren hoge bestuurders aangeschoven. FME-voorzitter Ineke Dezentjé had arbeidsvoorwaardenspecialist Harry van de Kraats van werkgeversvereniging VNO-NCW meegenomen. De vakbondsdelegatie werd versterkt door landelijk cao-coördinator Zakaria Boufangacha van de FNV en de voorzitter van CNV Vakmensen, Piet Fortuin.

Rust in de polder

Deze cao had hun speciale belangstelling. Niet alleen omdat het een van de grootste cao’s van Nederland is, voor zo’n 150.000 werknemers in bijna 1.000 bedrijven. Ook omdat er druk is gezet vanuit het kabinet. Premier Mark Rutte (VVD) en minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) hebben bij FNV-voorzitter Han Busker en werkgeversvoorman Hans de Boer aangedrongen op een snel akkoord. De bewindspersonen hebben belang bij rust in de polder, nu ze opnieuw willen proberen een pensioenakkoord te sluiten met sociale partners.

Terwijl de cao-onderhandelaars op donderdag in de bossen zitten, houden werknemers van DAF en ASML een 48-uursstaking in Eindhoven. Voor DAF is het al de twintigste stakingsdag sinds mei vorig jaar. „De stakingen hebben ons duidelijk geraakt”, zegt een woordvoerder van DAF, al wil hij niet uitweiden over de impact op het bedrijf.

De stakingen begonnen in juni vorig jaar. De vakbonden vonden dat de werkgevers hen amper tegemoet wilden komen. De aangeboden loonsverhoging bleef ver onder de geëiste 3,5 procent per jaar. En het lukte niet om de gewenste afspraken te maken over regelingen voor 60-plussers om in deeltijd te werken met behoud van pensioenopbouw.

Vijftien nieuwe wensen

Tijdens de stakingen begonnen de onderhandelaars weer met informele gesprekken, zonder resultaat. Volgens de vakbonden kwam de FME steeds met nieuwe eisen. „Dan dachten we een akkoord te hebben en dan was het de volgende dag weer anders”, zegt Albert Meeuwissen van vakbond De Unie, die vooral hoger opgeleid personeel vertegenwoordigt.

Werkgevers en vakbonden willen na het akkoord de verhoudingen ‘normaliseren’

Deze lezing wordt bevestigd door een verslag van onafhankelijke bemiddelaars, dat eind november uitlekte via Het Financieele Dagblad. De bemiddelaars concludeerden dat een akkoord in november „binnen handbereik” was. Over bijvoorbeeld het loon waren de twee partijen het al grotendeels eens. Maar op het allerlaatste moment zou de FME met vijftien nieuwe wensen zijn gekomen. Een „funeste” manoeuvre, volgens de bemiddelaars.

Het leek alsof de FME het moeilijk vond om op één lijn te blijven met al zijn aangesloten bedrijven, zegt CNV-onderhandelaar Loes Bezemer. „Het mandaat was een issue voor ze.”

FME-voorzitter Ineke Dezentjé ontkent dat met klem. Er was geen sprake van ‘terugonderhandelen’, zegt ze. „We werkten met verschillende teksten tegelijk.” Ook zegt ze dat alle FME-bedrijven de inzet van de onderhandelaars bleven steunen. „Er is intern steeds overeenstemming geweest.”

Volgens Dezentjé is er niet één reden waarom de onderhandelingen zo lang duurden. „Het heeft nooit op één onderwerp gehangen. Het ging steeds over het hele pakket.”

Uiteindelijk komen de onderhandelaars donderdagnacht, in de bossen bij Soest, tot een nieuwe cao die zal gelden tot 1 december 2020. Al het personeel krijgt er deze maand 3,5 procent loon bij. Gevolgd door een loonstijging van bruto 58 euro in augustus en 116 euro in januari 2020.

Voor een gemiddelde werknemer in deze sector (met een brutoloon van 3.750 euro) betekent het een loonstijging van bijna 3,3 procent op jaarbasis. Mensen met een lager inkomen gaan er relatief meer op vooruit.

Moeizame verhoudingen

Het lukt ook om afspraken te maken over de regeling waarmee 60-plussers in deeltijd kunnen werken met behoud van hun volledige pensioenopbouw. En 3.000 uitzendkrachten krijgen een vast contract.

In het akkoord wordt verder afgesproken de moeizame verhoudingen tussen werkgevers en vakbonden te „normaliseren en verbeteren”.

Lees ook over de moeizame onderhandelingen: Patstelling bonden en FME duurt ‘te lang’

Als de cao-tekst donderdagnacht af is, beloven de onderhandelaars radiostilte in acht te nemen zolang het akkoord nog niet getekend is. Dat moet op vrijdagmiddag gebeuren.

Op vrijdagochtend lekt het akkoord uit via NRC. Het prille vertrouwen wordt direct aangetast.

Vakbond FNV zegt dat het akkoord te danken is aan de stakingen. „Het komt door de kracht van onze werknemers”, zegt onderhandelaar Petra Bolster, „die hebben veel druk gegenereerd”.

Dezentjé bestrijdt dat: „Ik zeg altijd: staken helpt niet, praten wel.”