NRC checkt: ‘Klimaatpolitiek bestaat dertig jaar’

Dat zei Jesse Klaver, leider van GroenLinks, enkele weken geleden tegen zijn aanhang in het Paard van Troje in Den Haag.

Jesse Klaver tijdens de Klimaat Meetup van GroenLinks in het Paard van Troje op 21 januari 2019.
Jesse Klaver tijdens de Klimaat Meetup van GroenLinks in het Paard van Troje op 21 januari 2019. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

In reactie op het geruzie in de coalitie over het eind vorig jaar bereikte ontwerp-Klimaatakkoord kwam GroenLinks-leider Jesse Klaver half januari met een wetsvoorstel om een nationale CO2-heffing in te voeren voor de vervuilende industrie. In zijn toespraak hierover voor eigen parochie, een Haagse poptempel gevuld met honderden GroenLinks-fans, koppelde hij de geschiedenis van zijn eigen partij aan die van Haags klimaatbeleid. Hij stelde: „GroenLinks bestaat zo’n dertig jaar. En ook de klimaatpolitiek viert haar dertigste verjaardag.”

Waar is het op gebaseerd?

Klaver refereerde zelf aan „het eerste Nationaal Milieubeleidsplan” dat in 1989 was geschreven door „de man de we nou allemaal kennen als de voorzitter van het klimaatberaad: Ed Nijpels”. Dat jaar was deze VVD’er minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) in het tweede kabinet-Lubbers – Klaver was toen drie.

En, klopt het?

Klimaatbeleid is een breed begrip en is nogal eens verward met maar ook verwant geraakt aan milieuproblematiek. Om te toetsen of toenmalig minister Nijpels echt de eerste was die ‘klimaatpolitiek’ bedreef, trekken we een aantal aan het klimaatdebat gelieerde begrippen door de parlementaire archieven.

Allereerst: Het Nationaal Milieubeleidsplan was niet de eerste notitie van het landsbestuur over „het streven naar een duurzame ontwikkeling waarbij mensen, dieren, planten, ecosystemen en goederen worden beschermd”. Het NMP borduurde voort op eerdere notities, zoals het Indicatief Meerjaren Programma Milieubeheer 1986-1990. En, al uit 1972, de Urgentienota Milieuhygiëne.

Concreet milieubeleid om problemen als milieuverontreiniging tegen te gaan, de ozonlaag te beschermen en zuinig om te gaan met grondstoffen werd al ver vóór 1989 geïntroduceerd. De eerste milieuwet is in zekere zin de Natuurschoonwet uit 1928 om natuurgebieden en bossen te beschermen.

Ed Nijpels was als minister van VROM sowieso niet de eerste bewindspersoon die milieu in zijn portefeuille had. Al in 1971 richtte het kabinet-Biesheuvel het ministerie voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne op. Daarna verschoof dit beleidsterrein een aantal keer van departement, maar er zou sindsdien altijd een milieuminister zijn. De eerste: KVP’er Louis Stuyt.

De eerste maal dat de term „klimaatverandering” in zijn huidige betekenis in de handelingen van de Tweede Kamer opduikt is al bij de Algemene Politieke Beschouwingen van 1965. PvdA-fractievoorzitter Gerard Nederhorst verwees naar studies die ervoor waarschuwden. Hij zei: „Omstreeks 2000 zullen wij weten hoever de mens kan gaan met het ingrijpen in zijn eigen levensvoorwaarden door het aardoppervlak en de atmosfeer radioactief te maken of [...] wanneer men het ijs aan de poolkappen zou laten smelten en daardoor het peil van de zee zou laten stijgen met alle gevolgen voor de bewoonbare ruimte en de klimaatverandering [...].”

De mogelijk schadelijke gevolgen van CO2-uitstoot werd in de vroege jaren zeventig in het parlement besproken. Minister Harrie Langman (VVD, Economische Zaken) noemde dit probleem in een Kamerdebat over energievoorziening in maart 1973 het CO2-vraagstuk „bijzonder griezelig”.

Conclusie

De analogie van zijn eigen partijgeschiedenis en klimaatbeleid is leuk gevonden, maar Jesse Klavers uitspraak klopt niet. De Nederlandse politiek windt zich al veel langer dan dertig jaar op over het mogelijke probleem van klimaatverandering. We beoordelen de stelling als onwaar.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt
    • Philip de Witt Wijnen