Kiezer SP, D66 en PVV blijft lokaal thuis

Stemgedrag Het gedrag van de lokale kiezer is voor het eerst uitgebreid onderzocht. Die vindt de persoon belangrijker dan de partij.

Foto Arie Kievit/ANP

Kiezers gedragen zich bij lokale verkiezingen heel anders dan bij Tweede Kamerverkiezingen. Dat is de belangrijkste conclusie van een onderzoek dat onder leiding van bestuurskundigen Giedo Jansen en Bas Denters (Universiteit Twente) is gedaan naar de gemeenteraadsverkiezingen van 2018. Zo blijven kiezers van de SP, D66 en de PVV eerder thuis en stemmen kiezers lokaal veel bewuster op een persoon dan op een partij.

Het is de eerste keer dat het kiezersgedrag bij de gemeenteraadsverkiezingen uitgebreid is onderzocht. Voor politieke partijen zijn de uitkomsten interessant, omdat ze er lessen uit kunnen trekken voor toekomstige campagnes. Bijvoorbeeld voor de Provinciale Statenverkiezingen, die in maart worden gehouden. Met Giedo Jansen nemen we de belangrijkste bevindingen door.

  1. Lagere opkomst treft met name SP en D66

    De opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen was vorig jaar 55 procent, veel lager dan bij de laatste Kamerverkiezingen in 2017 (82 procent). Dat pakt vooral negatief uit voor de SP en D66, blijkt uit Jansens onderzoek: bijna vier op de tien kiezers die landelijk voor deze partijen stemden bleven bij de raadsverkiezingen thuis. Dit gold in nog sterkere mate voor de PVV-kiezer, maar die partij deed in veel minder gemeenten mee. Kiezers die landelijk voor de SGP, het CDA of GroenLinks gingen kwamen wel in groten getale lokaal op.

    Bij de laatste Provinciale Statenverkiezingen in 2015 lag de opkomst zelfs onder de 50 procent. Jansen is daarom „weinig optimistisch voor 20 maart”. Partijen als SP, D66 en PVV zullen dus vooral een opkomstcampagne moeten voeren. Voor de PVV is er één belangrijk gunstig verschil bij de Statenverkiezingen, zegt Jansen. Waar de partij van Wilders vorig jaar maar in dertig gemeenten meedeed, staat de partij nu in alle twaalf provincies op de lijst.

  2. Lokale ‘afhaker’ wijkt af van landelijke

    Meer dan een kwart van de kiezers gaat landelijk wel stemmen maar lokaal niet. Jansen noemt hen „lokale afhakers” en vindt dit voor politieke partijen een groep om op te letten. „Het zijn kiezers die nog wel komen bij de Kamerverkiezingen en daarom interessanter zijn dan de niet-stemmer die nooit komt opdagen.”

    Jansen onderzocht de kenmerken van de lokale afhakers: ze zijn gemiddeld wat jonger dan kiezers die wel gaan stemmen bij de gemeenteraadsverkiezingen. Ook is het een groep die zich niet heel erg verbonden voelt met de eigen leefomgeving, zegt Jansen. „Lokale afhakers denken dat de gemeente weinig invloed heeft op hun dagelijks leven.” De opdracht voor politieke partijen richting de Provinciale Statenverkiezingen is daarom geen makkelijke: maar weinig kiezers zijn ervan overtuigd dat de provincie wél belangrijk is. Of richt de campagne meer op jongeren: eenderde van de lokale afhakers is onder de 34 jaar.

  3. Lokaal bestuur: onbekend en matig bemind

    De gemeente is de bestuurslaag die het dichtst bij de burger staat en het Lokaal Kiezersonderzoek laat zien dat de gemeenteraad iets meer vertrouwen geniet dan de Tweede Kamer (62 om 56 procent). Dat betekent niet dat kiezers veel weten van wat de gemeenteraad doet. Sterker nog, Jansen concludeert dat ze hiervan maar „zeer beperkt” op de hoogte zijn.

    Jansen denkt dat dit in nog sterkere mate geldt voor de Provinciale Staten. Het lijkt voor politieke partijen dus strategisch slim om van de Statenverkiezingen vooral een verkiezing over het kabinetsbeleid en de gevolgen voor de Eerste Kamer te maken. „Mensen geven aan de nationale overheid met afstand de belangrijkste bestuurslaag te vinden. Met dat in je achterhoofd is het vanuit de opkomst gedacht niet slim om van de Statenverkiezingen een provinciale aangelegenheid te maken.”

  4. Lokale stem eerder naar persoon

    Bij de Tweede Kamerverkiezingen stemmen de meeste kiezers vooral op een partij en kleuren dan vaak het hokje van de lijsttrekker rood (zo’n 70 procent). Bij de gemeenteraadsverkiezingen vorig jaar lag het percentage stemmen voor de lijsttrekker een stuk lager (53 procent). Veel kiezers kozen bij de lokale verkiezingen echt voor een kandidaat in plaats van een partij.

    Jansen noemt dit „een fantastische indicator dat de lokale democratie echt dichter bij mensen staat”. Kiezers gaan lokaal vaak voor een persoon die ze kennen. Opvallend is dat vooral mannen, ouderen, lager opgeleiden en mensen in kleine gemeenten vaak stemmen op een persoonlijke bekende of een kandidaat uit hun eigen wijk of dorpskern.

    Kandidatenlijsten „met voldoende regionale spreiding” kunnen dus ook bij de Statenverkiezingen effect hebben, denkt Jansen. „Dan neemt de kans toe dat kiezers kandidaten kennen.” Of partijen daar rekening mee hebben gehouden weten we deze vrijdag: dan publiceert de Kiesraad de volledige kandidatenlijsten van de partijen, die ze deze maandag hebben moeten inleveren.