Victor Ochen

Foto Annabel Oosteweeghel

‘Jonge Afrikanen moeten niet sterven voor hun leiders’

Victor Ochen vredesactivist in Oeganda

De Oegandees Victor Ochen ervoer zelf als kind de gruwelen van oorlog. Nu wil hij een academie oprichten die Afrikanen opleidt om conflicten te beslechten. „We moeten zelf onze problemen oplossen.”

Desmond Tutu is een aparte man, zegt Victor Ochen. De 37-jarige mensenrechtenactivist schiet in de lach als hij vertelt over de Zuid-Afrikaanse aartsbisschop, zijn leermeester. „Het ene moment vertelt hij een verhaal over een mooie vrouw die hij heeft gesproken, of lacht hij over hoe lelijk zijn neus is”, vertelt Ochen. „Het andere moment deelt hij bloedserieus zijn zorgen over Afrika.”

Ook Ochen schakelt moeiteloos van lollig naar serieus.

De man die in 2015 werd genomineerd voor de Nobelprijs voor de Vrede, groet met een hand en een omhelzing. Voorafgaand aan het interview worden op het dakterras van dit Haagse hotel, met uitzicht over het Binnenhof, foto’s gemaakt.

Hij wijst naar een minuscuul puistje op zijn voorhoofd, vraagt de fotograaf of ze er iets mee kan en barst in lachen uit. Tijdens de fotosessie staart hij de verte in, verzonken in gedachten. Hij vouwt zijn handen voor zijn lichaam, onder zijn kin. „Als Calvin Klein belt mag je hem doorverbinden”, zegt hij.

Terug, beneden, is Ochen ernstig en diplomatiek. In 2005 richtte hij The African Youth Initiative Network op, een grassroots-organisatie die kerken, scholen en dorpen in Oeganda afgaat, op zoek naar voormalige kindsoldaten en andere oorlogsslachtoffers. In de strijd tussen het leger en de rebellengroep Verzetsleger van de Heer, een van de bruutste strijdgroepen van Afrika, zijn tienduizenden kinderen tot soldaat gemaakt.

Lees meer over het Verzetsleger van de Heer in Oeganda

Zijn broertje werd ontvoerd door deze rebellen. „Mijn vader is 78 jaar en wacht nog elke dag op hem”, zegt Ochen. Hij is een van de duizenden kinderen die nog worden vermist. „Mijn broertjes kleding, tandenborstel: alles staat nog op z’n plek.”

Zijn 54 werknemers – veelal slachtoffers die een oor, lip, neus of hand missen – doen aan traumaverwerking en geven leiderschapstraining, intussen al aan tienduizenden mensen. De stichting is actief in Oeganda, maar Ochen heeft ook plannen voor de rest van Afrika.

De laatste tijd ziet hij hier ontwikkelingen die wijzen op meer tolerantie. Hij ziet het in Ethiopië en Eritrea die deze zomer een vredesakkoord sloten, zelfs in Congo. „Het feit dat Joseph Kabila in Congo zich niet wéér herkiesbaar stelde voor de verkiezingen eind december was iets om blij mee te zijn.” Veel Afrikaanse leiders gaan door tot hun laatste vriend ook hun vijand is, zegt hij. „ Hij had ook nog twintig jaar aan de macht kunnen blijven.”

Kabila heeft de verkiezingen twee jaar uitgesteld en sloot uiteindelijk een deal met de nieuwe president Tshisekedi. Volgens verkiezingswaarnemers was Martin Fayulu de winnaar.

„Ook al zijn de verkiezingen niet volgens de democratische principes verlopen, niet transparant, niet integer, toch vind ik dat er een grote stap vooruit is gezet, simpelweg omdat Kabila geen president is. Hij heeft iets van verandering toegelaten. Zó belangrijk. Je ziet wat de gevaren zijn als dit niet gebeurt. Emmerson Mnangagwa, Mugabes opvolger in Zimbabwe, voerde te snel dezelfde Mugabe-terreur uit. En Omar al-Bashir in Soedan staat geen verandering toe, waardoor mensen in die landen niet anders meer kunnen dan in opstand komen.

Bekijk ook de fotoserie over recente protesten in Soedan

„Ook positief aan de situatie in Congo is dat de transitie tot minder geweld heeft geleid dan verwacht. De echte oplossingen voor Congo liggen helaas buiten de macht van de Congolezen. Die moeten gaan om de buitenlandse bemoeienis in het land, de uitbuiting van hun grondstoffen. Nu hebben te veel landen baat bij een slecht functionerende overheid in het land. De wereld liet de Congolezen te lang in de steek.”

Kabila blijft grote invloed behouden in Congo. Misschien staat hij net als Mnangagwa en Bashir geen verandering toe?

„Als dat zo zou zijn, straalt het niet op hem af. Hij is slim, hij weet heel goed hoe hij het spel moet spelen, dat bleek deze verkiezing maar weer. Hij zal een situatie creëren waarin hij minder gezichtsverlies lijdt dan Tshisekedi. Misschien wordt het tussen die twee een verhouding die we in Rusland zien met Poetin en Medvedev en stelt Kabila zich over vijf jaar wel weer kandidaat. Het wordt hoe dan ook lastig.”

Ochen is van mening dat nul geweld altijd het doel en het middel moet zijn. Want trauma’s leiden tot meer geweld, zegt hij. Als VN-ambassadeur voor het bevorderen van Vrede en Gerechtigheid reist hij congressen af om jonge mensen het volgende te vertellen: „We hebben met honger geleefd, onder terreur, we zijn genegeerd, we weten wat onrechtvaardigheid is. Laten we de laatste generatie zijn die zoveel wreedheid heeft meegemaakt. Laten we vanwege onze trauma’s leiders worden.” Hij vertelt jonge Afrikanen dat ze niet voor een leider moeten sterven, maar voor vrede moeten leven.

Met welke vragen stappen jongeren op u af na een toespraak?

„Er zijn hier veel zorgen over het gebrek aan invloed. Afrikaanse jongeren voelen zich genegeerd. Ze vragen mij waarom een continent met 1,2 miljard inwoners niet permanent vertegenwoordigd is in de Veiligheidsraad, maar hun voormalige koloniale heersers, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, wel. Ook nu Afrika onafhankelijk is, beslissen zij over hun lot, zeggen ze. En dan heb je de president van de machtige Verenigde Staten die hen shithole countries’ noemt. Ik zie Afrikaanse landen wegdrijven van de VN. Er waren meer Afrikaanse leiders aanwezig op de China-Afrika-top dan tijdens de Algemene Vergadering van de VN in New York.”

U was bevriend met Kofi Annan, voormalig secretaris-generaal van de VN. Heeft u hem over deze zorgen gesproken?

„Een maand voor zijn overlijden brachten we een week samen door, rond Mandela’s herdenkingsdag. Annan zei in Zuid-Afrika tegen mij dat hij z’n best deed voor de wereld, maar dat zijn werk bij de VN vooral de westerse agenda diende. Hij heeft niet genoeg voor Afrika kunnen betekenen. Annan stond voor democratie, waardigheid en integriteit. Veel Afrikaanse leiders hadden moeite met hem. Hij zei dat ik niet naar Europa moest verhuizen, zoals hij, maar thuis in Oeganda moest blijven. Hij ondersteunde mijn plan een vredesacademie op te zetten. We hadden een paar dagen voor de Algemene Vergadering afgesproken in New York om de plannen verder te ontwikkelen, een maand daarvoor is hij overleden. Het was een verschrikkelijke periode. Als Desmond Tutu ook komt te overlijden heeft Afrika geen ouders meer.”

Wat is precies het idee van uw vredesacademie?

„Als er iets positiefs gebeurt in een Afrikaans land, heeft dat effect op de buurlanden en de rest van de regio. Hetzelfde geldt voor iets negatiefs. Veel conflicten zien we lang van tevoren aankomen, maar we komen in actie als het al te laat is. Ik wil een academie oprichten in Noord-Oeganda, dat grenst aan Zuid-Soedan en Congo, een onrustige regio, waar mensen worden opgeleid tot mediator en leren conflicten te beslechten. Conflicterende partijen kunnen naar de academie afreizen om geholpen te worden, of onze ‘vredesstichters’ kunnen naar andere Afrikaanse landen gaan om ter plekke iets te doen. Waarom moet John Kerry hiervoor worden ingevlogen uit de Verenigde Staten? We moeten onze eigen problemen kunnen oplossen.”

„Vrede” – het meest door Ochen herhaalde woord. Zijn leven stond in het teken van het tegenovergestelde: conflict. Hij wist dat zoiets als vrede bestond, alleen omdat zijn moeder hem dat had verteld.

Als kind nummer acht van tien groeide Ochen op in een gezin dat soms met een dollar per week moest rondkomen. Op zijn veertiende droeg hij z’n eerste paar schoenen. Het gezin woonde in een vluchtelingenkamp in Noord-Oeganda. „Je wist als kind al dat je elk moment kon sterven”, zegt Ochen. „Dat je moeder verkracht kon worden als ze eten voor je ging plukken in het bos. De ene dag voetbalde je met vriendjes die de volgende plots waren verdwenen. Opgeblazen door landmijnen, of ontvoerd.”

Ochen besloot op zijn dertiende een vredesclub op te richten in het kamp. „Andere ouders en kinderen noemden mij een lafaard omdat ik niet wilde meevechten. Strijdende partijen deelden kinderuniformpjes uit, daar rende iedereen op af. We hadden nog nooit nieuwe kleding gezien.”

Iedere dag stond Ochen als klein jongetje voor het rekruteringsbureau, onder een boom, andere kinderen soms huilend te smeken niet verder te lopen.

Op zijn vijftiende zette hij een organisatie op die kindsoldaten zou helpen rehabiliteren. Daar kwam hij, op zoek naar maatschappelijk werkers, de man tegen die zijn broer had meegenomen. Ochen vroeg hem het gesprek de volgende dag voort te zetten. „Ik was echt van de kaart. Ik ben naar huis gereden die dag, ik probeerde te huilen maar dat lukte niet.”

Wist hij dat hij het over uw broertje had?

„Nee, dan zou hij meteen wegrennen en was ik hem kwijt.”

Waarom zou dat erg zijn?

„Die man werd als kind gedwongen mensen te doden. Veel kinderen moesten, voordat ze werden meegenomen, hun ouders doden of verkrachten zodat ze uit schaamte nooit meer zouden terugkeren.”

De volgende dag heeft Ochen hem een baan aangeboden. De man reageerde verbaasd, benadrukte dat hij ongeschoold was. „Ik zei dat hij een goede man was en mensen kon veranderen met zijn verhaal. Hij werkt nu al dertien jaar voor mij en doet zijn werk uitstekend.”

Hij weet nog steeds niet dat hij Ochens broer heeft meegenomen.

Victor Ochen moedigt Afrikaanse jongeren aan op een andere manier politiek te bedrijven dan ze van hun machthebbers gewend zijn. „Ook als mensen de oorzaak zijn van een probleem, zijn ze nog niet je vijand.” Hij maakt zich zorgen over jonge bewegingen die zich afzetten tegen ouderen.

„Wanneer jonge mensen ouderen als vijand zien, en oude mensen jongeren als bedreiging, gaat het mis”, zegt hij.

Bobi Wine werd in september opgepakt, gemarteld en weer vrijgelaten in Kenia. Meer Afrikaanse artiesten worden politiek actief

Hij is sceptisch over politici als Bobi Wine, de artiestennaam van de 36-jarige oppositieleider Robert Kyagulanyi Ssentamu, populair onder jonge stedelingen en uitdager van de Oegandese president Yoweri Museveni. In liedjes spoort Bobi Wine de Oegandese jeugd aan op te staan tegen de „onderdrukkers”. Hij is vanwege zijn kritiek door veiligheidsdiensten opgepakt en gemarteld.

Begrijpt u waarom Oegandese jongeren boos zijn?

„Ja, ze hebben er alle reden toe. Bobi Wine is geen slecht persoon, maar als politicus vooral interessant voor mensen die snel verandering willen zien. De regering voelt zich bedreigd door hem. Ik ben bang dat als het vertrek van president Museveni onrustig verloopt er opnieuw een oorlog uitbreekt in Oeganda. We kunnen ons geen doden meer veroorloven.”

De helft van de Oegandezen is jonger dan zestien jaar. President Museveni is al 33 jaar aan de macht. Hoeveel geduld kunnen jongeren hebben?

„Het alternatief is dat we de vicieuze cirkel niet doorbreken. Dit is namelijk waarom het in onze landen misgaat. Een groep is aan de macht, probeert er zo lang mogelijk te zitten, de andere groepen lijden en wachten op het moment dat het hun beurt is. Een fout systeem dat draait om wraak. Met bitterheid moet je geen politiek bedrijven. Nu hebben we alleen oog voor de luidruchtige minderheid. Het grootste deel van de Oegandezen woont op het platteland, heeft géén toegang tot internet. We moeten luisteren naar wat de stille meerderheid wil. Wij zijn jarenlang actief in die gebieden. Deze mensen willen integere politici, die vertrouwen bieden en voor veiligheid zorgen. Politici die niet alleen met hun persoonlijke campagnes bezig zijn.”

In het Westen zijn ze vaak lovend over bewegingen als die van Bobi Wine.

„Ja, dat zijn jullie zeker. Een typisch westerse manier van naar dingen kijken.”

Wat bedoelt u?

„Het Westen volgt de ontwikkelingen in Afrika met interesse, maar lijkt soms bezeten door alles wat lawaai maakt op sociale media. Er moet natuurlijk een manier worden gevonden verandering door te voeren in Afrikaanse landen. Helaas zaaien politici als Bobi Wine verwoesting op weg naar verandering. Hij noemt mensen varkens, spreekt soms dezelfde respectloze taal van leiders die wel verkeerde dingen doen. Wat we nu nodig hebben in Afrika zijn leiders die niet provoceren, die niet met geboeide handen in de lucht het nieuws halen. Dit zijn rolmodellen, hun gedrag kan leiden tot opstanden op straat, verdwijningen in dorpen.”

Een leider als u?

„Dat is een goede vraag, dat weet ik niet. Ik wil mij niet aan een partij binden maar een beweging leiden die voor nationale eenheid is, waar alle partijen bij aangesloten zijn. Die pal voor vrede staat.”

    • Maral Noshad Sharifi