Met restauraties aandacht vragen voor vergeten schilderessen

Schilderkunst Vrouwelijke kunstenaars bleven in vroegere tijden vaak onzichtbaar. De Amerikaans-Italiaanse stichting Advancing Women Artists restaureert in Florence hun werk.

Het Laatste Avondmaalvan Plautilla Nelli (1524-1588), een dominicaner kloosterzuster uit Florence. Het schilderij wordt gerestaureerd door conservator Rossella Lari van AWA.
Het Laatste Avondmaalvan Plautilla Nelli (1524-1588), een dominicaner kloosterzuster uit Florence. Het schilderij wordt gerestaureerd door conservator Rossella Lari van AWA. Foto Francesco Cacchiani

Een smalle trap leidt naar een klein restauratieatelier dat is gevestigd op de eerste verdieping van een pand aan de Viale Francesco Petrarca in Florence. Binnen wordt een enorm zestiende-eeuws schilderij van het Laatste Avondmaal onder handen genomen. Het bijna zeven meter brede doek past niet door het trappenhuis en is daarom door het raam naar binnen getakeld. Niet alleen de omvang van het schilderij is opvallend, ook de identiteit van de maker is ongewoon. Het betreft de dominicaner kloosterzuster Plautilla Nelli (1524-1588), voor zover bekend de eerste Florentijnse schilderes uit de renaissance aan wie met zekerheid werk kan worden toegeschreven.

De restauratie wordt uitgevoerd in opdracht van de stichting Advancing Women Artists (AWA), die aandacht vraagt voor vrouwelijke kunstenaars in heden en verleden. Staande voor Nelli’s imposante werk licht AWA-directeur Linda Falcone de werkzaamheden van de stichting toe.

Advancing Women Artists, vertelt Falcone, is een Amerikaanse stichting die is gevestigd in Florence. AWA werd in 2006 opgericht door de onlangs overleden schrijfster en kunstverzamelaar Jane Fortune (1942-2018). Haar doel was het opsporen en, gefinancierd door middel van donaties en crowdfunding, laten restaureren van vergeten kunstwerken gemaakt door vrouwelijke kunstenaars. En dat blijken er meer te zijn dan doorgaans wordt aangenomen, zegt Falcone.

Vrouwen in vergetelheid

Lange tijd was het voor meisjes nauwelijks mogelijk een gedegen kunstopleiding te volgen, of ze moesten, zoals de beroemde schilderes Artemisia Gentileschi (1593-1632), een vader hebben die het vak beoefende. Van een gilde of academie mochten zij geen lid worden en van de studie naar het naaktmodel waren zij uitgesloten. Zonder grondige kennis van de menselijke anatomie en de weergave daarvan, is het moeilijk overtuigende figuren of scènes met groepen mensen in beeld te brengen. Vrouwen hebben daarom vaak gewerkt in specifieke genres zoals portretten en stillevens. Linda Falcone stelt dat veel werken van vrouwelijke kunstenaars in vergetelheid zijn geraakt doordat de belangstelling van kunstliefhebbers door de eeuwen meer uitging naar ambitieuze historiestukken dan naar de nabootsing van het uiterlijk van mensen en bloemen op vaak klein formaat.

AWA beoogt juist die werken, die vaak in depots zijn weggestopt en soms in deplorabele staat verkeren, weer voor het voetlicht te brengen. Maar, benadrukt Falcone, het zijn vooral de verhalen over de moeizame acceptatie van vrouwelijke kunstenaars en de soms onzichtbaar geworden successen die zij desondanks boekten die centraal moeten staan. Daarom organiseert AWA op internationale vrouwendag op 8 maart 2019 een awareness raising event: kunstacademies en kunst- en cultuuropleidingen aan universiteiten over de hele wereld wordt gevraagd op of rond die dag aan studenten door AWA beschikbaar gestelde video’s te tonen over het werk van de stichting.

Lees ook: ‘Eén vrouw en één zwarte erbij lost het probleem niet op’

Inmiddels zijn er 62 schilderijen behandeld, van onder meer de genoemde Artemisia Gentileschi, en van schilderessen met minder bekende namen als Irene Parenti uit de achttiende eeuw en Carla Accardi die tot de belangrijkste exponenten van de Italiaanse abstractie wordt gerekend. Het Laatste Avondmaal van Plautilla Nelli is nummer 63. Het toont een vrij traditionele compositie met Christus en zijn apostelen gezeten achter een lange tafel; alleen de verrader Judas zit aan de kant van de beschouwer. Falcone speculeert over een mogelijke vrouwelijke inbreng: „Bijzonder aan dit schilderij is de aandacht voor de weergave van het eten en het serviesgoed, misschien een typisch vrouwelijk trekje. Ook de precieze uitbeelding van de vouwen in het tafellaken lijkt erop te duiden dat de kunstenares ook wel eens iets anders deed met linnengoed dan het alleen schilderen. Maar de haardossen en baarden van de afgebeelde mannen komen niet heel natuurgetrouw over. Logisch, misschien, voor een non die autodidact was, en bovendien niet vaak het hoofdhaar van haar gesluierde metgezellen zag, laat staan mannenbaarden”.

Het feit dat Plautilla Nelli zichzelf het vak heeft geleerd is dus niet verbazingwekkend, en ook nonnen richtten zich niet zelden op het kleine formaat van borduurkunst of boekverluchting, de illustratie van middeleeuwse teksten. Maar zuster Plautilla bewees dat het ook anders kon, met een monumentaal olieverfschilderij, dat ze zelf in kapitalen signeerde met haar naam en de toevoeging ‘orate pro pictora’ (bid voor de schilderes) – een smeekbede en een zelfbewuste verwijzing naar haar vak tegelijk. Later dit jaar zal haar gerestaureerde Laatste Avondmaal het atelier weer door het raam verlaten. In oktober wordt het geïnstalleerd in het museum van het dominicanenklooster van Santa Maria Novella in Florence.