Foto Frank Ruiter

Joram van Klaveren: ‘Ik wil de islam met alle liefde uitleggen’

Oud-politicus PVV Zeven jaar lang bedreef Joram van Klaveren (39) namens de PVV keiharde islamkritiek. Nu is hij zélf moslim. „Het was niet echt een happy moment voor mij.”

Op 26 oktober 2018 trad hij officieel toe tot wat moslims noemen de oemma, de gemeenschap der gelovigen. Joram van Klaveren (39) die zeven jaar lang in de Tweede Kamer keihard anti-islampolitiek bedreef namens de PVV en later namens zijn tweemansfractie. Deze man is nu zélf moslim. Hij is bekeerd. „Want dat is in feite wat je doet”, legt hij uit, „als je de shahada uitspreekt. La ilaha illa llah, moehammad rasoeloe llah.” Hij spreekt de geloofsbelijdenis uit zijn hoofd uit. Maar die avond in oktober, bij zijn uitgever thuis, sprak imam Mhamed Aarab de woorden voor en zei hij hem na.

Het is zeer bevreemdend om deze voormalige vertrouweling van Geert Wilders zo te horen praten. Het is de man die ooit ‘de islam is een leugen’, ‘Mohammed is een boef’, ‘de Koran is vergif’, op een sticker zette. Die niet moe werd te herhalen dat de islam een ideologie van terreur, dood en verderf is. Die in de Tweede Kamer het zogenoemde ‘Marokkanendebat’ initieerde waarmee hij aandacht vroeg voor het hoge aandeel van Marokkaans-Nederlandse jongens aan criminaliteit. Hij brak uiteindelijk in 2014 met de PVV toen Wilders zijn beruchte ‘minder, minder, minder’-uitspraken deed. „Dat vond ik te ver gaan.” Hij bleef, in de Groep Van Klaveren/Bontes, een zeer islamkritisch politicus.

De onverwachte bekering van Joram van Klaveren, voorheen protestants gereformeerd, blijkt het eindpunt te zijn van een lange zoektocht naar religieuze zingeving. Terugkijkend zou je kunnen zeggen dat die begon op zijn twaalfde of dertiende, zegt Van Klaveren. We spreken de nu islamitische oud-PVV’er in het Haagse Marriott-hotel. Zijn uitgever vergezelt hem. De sfeer is opgewekt, bijna vrolijk.

Het begon allemaal met het voornemen een ánti-islamboek te schrijven. Toen hij en Louis Bontes met de nieuwe partij VoorNederland (VNL) niet in de Tweede Kamer kwamen, besloot Van Klaveren de politiek te verlaten. Eindelijk had hij tijd om een boek te schrijven. Niet zomaar een islamkritisch boek. Hij zou aantonen dat alle islamitische ellende – geweld, joden die onthoofd moeten worden, verachting van vrouwen, homofobie – gerechtvaardigd wordt door het geloof. Zodat moslims er niet meer omheen konden.

Het liep anders. Halverwege zijn onderzoek, inmiddels zat hij diep in de islamitische traditie, moest hij herschrijven. De uitkomst van zijn zoektocht heet Afvallige. Van christendom naar islam in tijden van secularisatie en terreur. Niks islamitische ellende. Het werd juist een weerlegging van bezwaren die niet-moslims hebben tegen de islam. In ieder geval de bezwaren die hij als gereformeerde PVV’er had. Opgeschreven per discussiepunt. Daardoor leest het niet als een persoonlijk groeiverhaal maar als een traktaat.

U schrijft maar één zin over wat u voelde, toen u de geloofsbelijdenis had afgelegd: ‘Ik bemerkte een zekere persoonlijke blijdschap en rust.’

„Mensen die ik het boek heb laten lezen, zeiden al tegen me: je bent wel heel droog. Maar ik ben nu eenmaal niet zo extravagant, ik ga ook niet helemaal hiep hoi als Nederland een wedstrijd wint op het WK. Het regende ook geen goud na de shahada en ik dacht niet opeens, wow, wat ziet de wereld er anders uit.”

U klinkt wel erg zuinig, voor iemand die zojuist de waarheid gevonden zegt te hebben.

„Het was ook niet echt een happy moment voor mij. Ik dacht: als alles wat ik tot nu toe heb geschreven klopt, als ik dat allemaal geloof, dan ben ik de facto moslim. Als ik al iets voelde, was het weerzin. Ik keek naar mijn Bijbel in de kast, op tafel voor me lagen boeken over profeet Mohammed. De jaren daarvoor had ik juist een grote aversie ontwikkeld tegen de islam. Als je dan moet concluderen dat je het niet bij het juiste eind had, dan is dat niet leuk. Maar als godszoeker voelde ik altijd een bepaalde onrust. En dat verdween geleidelijk. Het voelde een beetje als thuiskomen, in religieuze zin.”

Hoe reageerden uw naasten?

„Mijn vrouw accepteert dat ik moslim ben. Als jij daar gelukkig van wordt, vindt ze, hou ik je niet tegen. Overigens heeft zij nooit de weerzin gevoeld die ik voelde voor de islam. Zij was helemaal niet zo blij dat ik bij de PVV zat. Maar het is wel jóúw reis, zei ze erbij. Ze heeft niet de behoefte om daarin mee te gaan. Mijn dochters zijn nog te jong om het hierover te hebben.”

En uw familie?

„Niet iedereen weet het nog. Mijn broers en zus reageerden wisselend, van positief tot onverschillig. Mijn moeder was er niet heel blij mee. Ik heb daar alle begrip voor. Zo’n ommezwaai is niet niks.”

Vreest u niet de reacties uit PVV-hoek?

„Veel mensen zullen niet onverdeeld enthousiast reageren. Ongetwijfeld zal het heftig zijn, GeenStijl zal me misschien kapotschrijven, De Telegraaf zal er een artikel aan wijden. Maar het is wat het is. Ook toen ik bij de PVV zat, maakte ik me niet zo druk over wat anderen van me vonden. Ik had een overtuiging en dan ga je daarvoor. Dat is nu ook zo.”

Wie stonden u bij in uw zoektocht?

„Met sheikh Abdal Hakim Murad [een Britse islamoloog aan de universiteit van Cambridge, ook een bekeerling, red.] heb ik een stevige mailwisseling gehad. Dat bleek zeer waardevol. En Mohamed Ben Hammouch, mijn uitgever. Het was grappig hoe ik bij hem terecht kwam. Ik was eigenlijk op zoek naar een gewone uitgeverij, ik stuitte op ’t Kennishuys. Ik wist aanvankelijk niet dat ze islamitisch waren. Die oud-Hollandse schrijfwijze, dat trok mij meteen aan. Gevoelsmatig heb ik toen voor hen gekozen.”

Ziet u daar achteraf de hand van God in?

„Haha, nee hoor, eerder de hand van Google.”

Wat verandert er nu concreet in uw leven? Bidt u al vijf keer per dag? Gaat uw naam veranderen?

„Nee, ik heb niet de behoefte om mijn naam te veranderen. Ik heb ook niet het gevoel dat ik van God ben geswitcht. Verder ben ik vers van de pers, ik moet het me allemaal nog eigen maken. Tot nu toe was het vooral een rationele exercitie. Dus bidden moet ik nog oefenen. Alcohol, dat dronk ik sowieso al niet veel en ik at al voornamelijk kip. Ik ken nog maar twee soera’s [hoofdstukken van de Koran, red.], al-Fatiha en al-Ikhlaas, de kortste. Ik heb een werkje gekocht, het heet ‘Ik leer de Koran’ en het is eigenlijk voor kinderen tot 10 jaar, een leuk roze boekje.”

En uw kinderen, worden zij moslim?

„Dat moeten ze echt zelf weten. Ik heb met mijn vrouw afgesproken dat als de kinderen behoefte hebben aan antwoorden, ze die van ons allebei krijgen. Ze zijn ook expres niet gedoopt. Ik wilde het christendom niet opdringen dus dat ga ik ook niet doen met de islam.”

In het AD zei u ooit dat uw dochter met een moslim thuis mag komen als dat haar keuze zou zijn. Als hij maar lief voor haar was en haar niet zou verbieden naar buiten te gaan. Mag ze nu met een niet-moslim thuiskomen?

„Het is uiteindelijk aan haar zelf. Als de man goed voor haar zorgt en haar gelukkig maakt, prima. Zijn geloof maakte me toen niet uit en nu ook niet.”

Jodenhaat, vrouwenonderdrukking, geweld, een voor een breekt u de vooroordelen tegen de islam af tot er niets dan een mooi geloof overblijft. Vindt u de islam nu opeens wél een verrijking voor Nederland?

„Ik ontdekte dat veel van die negatieve verhalen hun oorsprong hebben in middeleeuws Europa. Christenen zagen de islam als een concurrerende godsdienst en deden er alles aan om die te diskwalificeren. Eigenlijk was mijn grootste obstakel profeet Mohammed. Ik geloofde echt dat hij een kwaadaardig figuur, een op geld beluste wellusteling was. Er zijn heel veel leugens verspreid over die man. In mijn boek citeer ik de negentiende-eeuwse historicus Thomas Carlyle: ‘De leugens die goedbedoelende geloofsijveraars over deze man Mohammed hebben uitgestort, beschamen alleen onszelf.’ Pas toen ik dat ontdekte, kon ik zeggen dat ik moslim was.

„Dus een verrijking voor Nederland? Ja, dat geloof ik wel. Maar ik schrijf ook dat veel islam die je nu ziet, gekleurd is door het wahabisme uit Saoedi-Arabië . Erg jammer, want dat is een heel puriteinse blik op de islam, extreem in de ogen van veel mensen. De grote hap Nederlandse moslims is natuurlijk niet wahabitisch. Ze trekken zich niet terug uit het maatschappelijk leven en denken niet dat iedereen die niet-moslim is fout of eng is. Er bestaan nog zo veel vooroordelen over de echte islam.”

Eh … daar heeft u tot voor kort toch zelf keihard aan bijgedragen.

„Ik weet het, maar ik merk het pas sinds mijn bekering. Ik krijg opeens vragen als: haat je nu homo’s? Ga je nu ook naar Syrië? Mag je nog wel een hond aaien? Ik heb bijgedragen aan het in stand houden en voeden van een slecht beeld van de islam, maar je kunt je niet voorstellen hoe die vooroordelen doorwerken, tot je er zelf mee te maken krijgt.”

Voelt u zich niet schuldig?

„Ja natuurlijk, ik heb daar een verantwoordelijkheid in. Dat kan ik niet wegpoetsen. Het is niet iets waar ik vrolijk op terugkijk, maar ik kan er niets meer aan doen. Behalve nu mijn bevindingen delen. Het zou mooi zijn als de PVV-aanhangers ook mijn boek lezen.”

Begrijpt u het als veel Nederlandse moslims u niet meteen in de armen sluiten?

„Ja. Ik weet het. Maar ik heb dit niet gedaan voor moslims, ik heb dit voor mezelf gedaan. Ik denk wel dat iedereen een tweede kans verdient, dat is ook een islamitisch principe. Dus het is mooi als mensen mij hierin steunen maar als dat niet zo is: so be it. Mijn gevoelens en ideeën veranderen er niet door.”

Hoe is uw relatie met het christendom nu?

„Ik vind het nog steeds een mooi geloof dat veel zinnigs heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van de mensheid. Alleen in de dogmatiek zoals de kruisiging, de erfzonde en de drie-eenheid kan ik niet meer geloven. En als ik dat niet meer geloof, dan kan ik mezelf geen christen meer noemen.”

In uw boek schittert een thema door afwezigheid: homoseksualiteit.

„Omdat het voor mij persoonlijk niet echt speelde. Ik ken niet veel homo’s. Mijn boek is een theologische zoektocht over zaken die mij raken. Ik haat natuurlijk homo’s niet opeens, ik vind het net zulke aardige of vervelende mensen als voorheen.”

Bent u sinds uw bekering ook anders gaan kijken naar maatschappelijke thema’s?

„Ik ben niet opeens links geworden, als jullie dat bedoelen. Ik ben nog steeds een voorstander van lage belastingen en een kleine overheid. En ik denk nog steeds dat we een immigratiebeleid moeten voeren waarbij je mensen binnenhaalt die iets kunnen toevoegen aan de maatschappij, zoals Japan en Australië dat doen. Een totale immigratiestop voor mensen uit islamitische landen, vond ik al voor mijn bekering vrij onzinnig. En het idee dat de hele islam uit Nederland moet worden verbannen, waar ik ooit een motie voor indiende, dát heb ik uiteraard niet meer.”

En het Marokkanenprobleem?

„Dat ging specifiek over criminelen. De analyse die ik maakte, namelijk dat alles de schuld van de islam is, was gewoon onjuist. Maar dat was PVV-beleid: alles wat niet deugt moest op een of andere manier gelinkt worden aan de islam.”

Oké, dus u zou de motie weer indienen, zonder islamcomponent?

„Nee, natuurlijk niet. Er zijn veel problemen met Marokkaanse Nederlanders die crimineel actief zijn, dat ontkent niemand. Alleen, is het wel zinvol om het consequent over ‘Marokkanen’ te hebben? Dat denk ik niet.”

Als er nu een aanslag zou zijn in Nederland, hoe zou u dan reageren?

„Als een aanslagpleger zichzelf moslim noemt en de legitimatie zoekt in de islam, dan kún je niet zeggen dat het er niets met mee te maken heeft. Aanhangers van de stroming khawaridj keerden zich al in de zevende eeuw tegen de gematigde islam. Ze vermoordden hun eigen leiders als ze die te rekkelijk vonden. Dat principe is nooit verdwenen. Dat is nu IS.

„Het is alleen niet de historische leer van de islam. Het is belangrijk om uit te leggen dat extremisten dwalen. Steeds opnieuw. Dat is lastig. Mensen willen hapklare antwoorden. Of hebben hun oordeel al klaar.”

De meeste moslims zijn moe van het uitleggen.

„Ik ben vers, dus ik wil dat de komende jaren best doen, hoor. Met alle liefde.”

U signaleert in uw boek dat een gebrek aan intellectueel kader onder Nederlandse moslims voor problemen zorgt. Kunt u dat uitleggen?

„Het clubje mensen dat een grondige kennis heeft van de islam, goed Nederlands spreekt en publiek opereert, is heel klein. De extremen krijgen dus het podium en dat zorgt voor een eenzijdig beeld.”

Wat is de oplossing?

„Lezen en onderwijzen. Als Nederlandse moslims van jongs af aan worden opgeleid in die historische variant, dan worden we een gemeenschap van de middenweg.”

Hanina Ajarai heeft in het verleden op freelancebasis redactioneel werk verricht voor uitgeverij ‘t Kennishuys, voor het laatst in 2016.

Vanavond vertelt Joram van Klaveren over zijn bekering in NieuwLicht, om 22.55 uur op NPO2.

    • Sheila Kamerman
    • Hanina Ajarai