Opinie

    • Jacco Janssen

Een strafzitting zoals 100 jaar geleden bedoeld, fris en fier

Sla in het strafrecht de handen ineen, zegt strafrechter Janssen, met een bezorgde blik op de diverses crises in de rechtspleging. Eenvoudige toegang tot het recht moet mogelijk blijven.

Deze week had ik op een ochtend een zitting als politierechter. Populair gezegd spreekt zo’n rechter voornamelijk recht in huis-tuin-en-keukenstrafzaken. Bij de invoering in 1921 werd de procedure door de minister van Justitie in de memorie van toelichting als volgt beschreven.

‘[De procedure] geeft het beeld van een vereenvoudigd en bespoedigd, overwegend mondeling strafproces, waaraan een zekere gemoedelijke kant niet behoeft te ontbreken, en dat ook uit dien hoofde wel bij ons volkskarakter schijnt te passen. Meer dan bij andere rechtbankzaken zal het zwaartepunt der behandeling van zaken, waarvan de politierechter kennis neemt, ter terechtzitting komen te liggen. Dit moet aan de ontworpen procedure voor den politierechter een betrekkelijk groote mate van frischheid geven.’

Sneeuw

Prachtig om te zien hoe een idee al bijna 100 jaar meegaat. De procedure van nu heeft nog veel weg van deze oorspronkelijke opzet. Toch waren die ochtend mijn grote mate van frisheid en gemoedelijke kant ver te zoeken. Mijn dochter is elf jaar oud en staat op dit moment voor haar middelbare schoolkeuze. Een belangrijk moment in een jong mensenleven en dat merken wij thuis vooral kort na het wakker worden. De spanning in de keuken is dan bijna voelbaar. Mijn zoon van negen lijkt op mij en dat helpt daarbij niet.

Mijn slechte humeur verdween als sneeuw voor de zon toen ik de zittingszaal inliep en ging zitten. Het smelten begon toen ik me realiseerde dat de ‘buitengriffier’, die links van mij zat, de zaken uitstekend had voorbereid. Deze masterstudente strafrecht wist de kern van de zaak steeds goed te treffen. Zij werd daarbij geholpen doordat de dossiers door de politie en de officier van justitie adequaat en zorgvuldig waren samengesteld. Ook de OIO (officier van justitie in opleiding) rechts van mij hielp bij het klaren van de lucht. Hij had de feiten goed op een rijtje, was juridisch goed en had een to the point-betoog. Echt vrolijk werd ik toen in verschillende zaken een hele batterij aan jonge, verbaal en juridisch sterke raadslieden de revue passeerden. Zo werd het de ochtend van de tegenspraak die leidde tot beslissingen waarmee alle betrokkenen - de verdachte, de officier van justitie en de slachtoffers - uit de voeten konden.

Fier

Natuurlijk is het niet altijd zo luxe als die ochtend, maar over het algemeen is het op de werkvloer van de rechtspraak nog steeds goed toeven. Anders gezegd: de (straf)rechtspleging in concrete zin staat nog fier overeind! Het financieringstekort van de Rechtspraak, de (mogelijke) vertrouwenscrisis bij het Openbaar Ministerie, de reorganisatieperikelen van de politie en de crisis in de rechtsbijstand laten zich daar nog niet (altijd) even hard voelen. Maar het is wel zaak om dat zo te houden. De drie grote spelers in de (straf)rechtspleging (Rechtspraak, Openbaar Ministerie en Politie) moeten daar zo snel mogelijk mee aan de slag. Daarbij moeten bestuurders en werkvloer in die organisaties gezamenlijk optrekken en met elkaar oog houden voor waar het in de (straf)rechtspleging uiteindelijk om gaat: goede beslissingen met een dito motivering. In haar speech bij de opening van het gerechtelijk jaar 2019 duidde Robine de Lange, president van de rechtbank Rotterdam, dit als ‘in vertrouwen samenwerken’.

Keuze maken

Tegelijkertijd moeten die drie spelers en de advocatuur de handen ineenslaan om er gezamenlijk voor te zorgen dat eenvoudige toegang tot de rechter voor iedereen in Nederland blijft bestaan. Met daarbij reële griffierechten (toegangskosten voor de procedure) en voor iedereen de juiste, gekwalificeerde en in veel gevallen gefinancierde rechtsbijstand. Of zoals de president van de Hoge Raad het kortgeleden in Trouw zei: ‘Hoe de politiek het oplost, is aan het kabinet. Maar als mensen met een serieus geschil er onderling niet uitkomen, moeten er niet te veel belemmeringen zijn om hun recht te halen.’

Wij, mensen werkzaam in en om de (straf)rechtspleging, moeten er voor kiezen om het samen te doen, ieder vanuit zijn eigen rol en verantwoordelijkheid. Mijn dochter heeft haar keuze inmiddels gemaakt. Nu wij nog!

De Togacolumn wordt geschreven door een rechter, officier en advocaat.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.

    • Jacco Janssen