Brieven

Brieven 4/2/2019

Verzet onbelangrijk?

Het is zeer te prijzen dat de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) zich inzet voor het behoud van het INF-wapenverdrag en wijst op de grote gevaren van een hernieuwde kernbewapening (Advies: Nederland moet zich inzetten voor behoud INF-verdrag, 31/1). Een echte stop op kernwapens zal pas van de grond komen als de bevolkingen van deze wereld zich massaal tegen kernwapens verzetten. Media kunnen, om dit verzet op te roepen, hier een belangrijke rol bij spelen. Maar helaas, in NRC Handelsblad van donderdag (31/01) wordt de angst in de coalitie op de voorpagina besproken en de angst voor kernwapens in een klein berichtje op pagina 2. Ik had liever andersom gezien.

Mensen

In NRC schrijft Martin Slagter over

noodzakelijke veranderingen in het mbo (Maak werk van vernieuwing mbo, 01/02). Robotisering en kunstmatige intelligentie zouden het noodzakelijk maken het onderwijs veel meer te richten op het bijbrengen van denkvaardigheden, abstraheren en moreel besef.

Dat is een bijzondere opvatting van een filosoof. Alsof in de omgang met mensen die vaardigheden er minder toe zouden doen.

Zo krijgen we burn-outs

Het aantal burn-outklachten neemt toe (Overvraagd en weinig autonoom, 1/2). Werknemers voelen zich opgejaagd door hoge eisen en het sneller moeten werken. In tien jaar tijd is het aantal mensen dat zich onder druk voelt staan van 35 procent naar 40 procent gestegen. Vorige week sprak ik een vrouw van 28 jaar. Zij had een werkweek van vier dagen van tien uur en zag niet hoe ze nog aan kinderen kon beginnen. Het inkomen bleef nodig voor haar en haar vriend, haar ouders woonden elders in Europa.

Ik zag plotseling glashelder de situatie waar we in beland zijn. In de jaren zeventig zetten vrouwen zich schrap om de arbeidsmarkt te veroveren. Samen kinderen krijgen, samen werken. Dat leek een redelijke eis. De bedrijven zouden voor een crèche kunnen zorgen waardoor de werknemers, mannen én vrouwen, rustig zouden kunnen werken. Toch is dat niet gelukt. Voor de kinderen van de werkende generatie van de jaren tachtig, de veertigers van nu, konden oma en opa nog aardig helpen. Vrouwen en mannen die nu beiden vier/vijf dagen werken, hebben een huishouden, kinderen, familie en een baan waar iets van ze gevraagd wordt. Dat is meer dan de meeste mensen aankunnen. Opa en oma zullen in de toekomst niet meer kunnen helpen, zij werken tot hun zeventigste zelf nog.

Een ideale school

Het artikel Pim wil leren, kan leren, maar is in een fuik beland (31/1) gaat over het speciaal onderwijs. Daar heb ik ervaring mee. Mijn zoons mochten in de jaren negentig in Nijmegen naar de Monnikskap. Een school voor voortgezet speciaal onderwijs voor lichamelijk beperkten met havo en atheneum. Die school mocht indertijd twaalf jongeren met een autismespectrumstoornis plaatsen. Beide zoons haalden er hun havo en hielden er vriendschappen voor hun leven aan over. Het was een kleine school, minder dan honderd leerlingen en klassen van maximaal acht leerlingen. Dat was ideaal. Waarom kan zo’n oplossing niet weer opgezet worden?

De Inspectie van het Onderwijs heeft overigens na ongeveer vijftien jaar de stekker uit de landelijke regeling voor dit soort scholen gehaald. Toen was deze school (met internaat) nog de enige in Nederland met middelbaar onderwijs op dit niveau.

Jammer, want waarom zouden lichamelijk beperkten, kinderen met een autismespectrumstoornis en blinden en doven niet op dit hogere niveau kunnen functioneren?

Nu is er ‘passend’ onderwijs, maar daar vallen steeds meer leerlingen uit. Met name kinderen met autismespectrumstoornis verzuipen daar. Ze komen thuis te zitten of in een traject terecht dat ver onder hun niveau ligt.

Nederland, denk aan je toekomst: we hebben dit soort doorzetters straks hard nodig, met de komende vergrijzing.