Aan de overkant van de grens mag ritueel slachten nog wel

Onverdoofd slachten in België Een maand geleden ging in Vlaanderen het verbod op onverdoofd slachten in, omwille van dierenwelzijn. Later dit jaar volgt Wallonië. De oplossing van veel joden en moslims? Gewoon even de (taal)grens over.

Het joodse restaurant Hoffy’s in Antwerpen ondervindt hinder van het nieuwe verbod.
Het joodse restaurant Hoffy’s in Antwerpen ondervindt hinder van het nieuwe verbod. Foto Patrick de Roo/ID

In restaurant Hoffy’s zit donderdagmiddag nog een tiental mensen te lunchen. Toeristen, een paar mannen met keppeltjes, en aan de toonbank, gevuld met kleurige gerechten als sefardische kip en koolbladeren gevuld met kalfsgehakt, kiest een gezette man met pijpenkrullen iets uit het aanbod om mee te nemen. Op de muren staan Hebreeuwse spreuken.

Bijna dertig jaar geleden opende dit restaurant. Sindsdien groeide de zaak van de gebroeders Hoffman uit tot het bekendste koosjere restaurant in de Joodse diamantbuurt van Antwerpen, waar een van de grootste gemeenschappen van ultraorthodoxe joden ter wereld woont.

Aan de traditionele jiddische gerechten veranderde in die tijd weinig. Maar het vlees, dat halen ze sinds kort wel ergens anders, vertelt een van de broers Hoffman. Benjamin Hoffman, met keppeltje, een grijze baard en een lange beige overjas: „We halen nu onze kip uit Frankrijk, rund uit Polen en Litouwen.”

Op 1 januari ging in Vlaanderen een wet in die onverdoofd slachten verbiedt, óók om religieuze redenen. Maar of het probleem daarmee wordt opgelost? Het leidt vooral tot een verschuiving, blijkt na een maand. Joden en moslims halen hun vlees in een ander Belgisch gewest of over de grens, waar de regels anders zijn.

D-day, noemde de Vlaamse minister van Dierenwelzijn Ben Weyts (N-VA) het anderhalf jaar geleden toen zijn wet werd aangenomen. Hij was al sinds 2014 bezig het verbod door het parlement te loodsen. Dat ligt moeilijk, net als in veel andere Europese landen. Joodse en islamitische organisaties vinden dat een totaalverbod wringt met de godsdienstvrijheid: hun religie bepaalt immers dat het verdoven van een dier voor de slachting niet koosjer dan wel halal is.

Elektrische narcose

In Nederland resulteerde dat in de afspraak dat dieren ritueel mogen worden geslacht onder strenge voorwaarden. Zo is het de bedoeling dat het vlees enkel voor de Nederlandse markt is, en moet er altijd een dierenarts aanwezig zijn. In Vlaanderen rolde er een strikter besluit uit. Dieren moeten minstens bedwelmd worden met elektrische narcose, waardoor ze niets meer voelen.

Voor joden is dat niet in lijn met de religieuze regels, aldus Hoffman. Dus wijken ze nu uit naar het buitenland. Belgische moslims zouden wél openstaan voor deze oplossing, zei de door Weyts aangestelde bemiddelaar Piet Vanthemsche toen de wet erdoor was.

Dat klopt niet, zegt Bayram Saatci nu aan de telefoon. Hij is vicevoorzitter van de Moslimexecutieve, een vertegenwoordigend orgaan van de Belgische moslimgemeenschap. „We zijn wel geraadpleegd door de minister en hebben de kwestie voorgelegd aan theologen. Zij hebben elektrische narcose niet aanvaard als halal, maar naar ons verzet is door de minister niet geluisterd. Wij hadden het idee dat de beslissing al genomen was.”

Een koosjer slachthuis verhuisde al naar Hongarije. Voor slachthuis Matanza, in het Oost-Vlaamse Ronse, was dat geen optie. Op maandag en vrijdag worden er zo’n tien koeien per uur geslacht en verwerkt – tachtig tot honderd per week. Tot voor kort was ruim de helft ervan halal: onverdoofd geslacht door islamitische, gecertificeerde slachters, in dienst sinds het bedrijf zich ruim tien jaar geleden deels ging toeleggen op halalvlees. Ook een deel van zijn klanten haalt zijn vlees nu elders, merkt Steven Vander Stichelen, de 42-jarige mede-eigenaar van het familiebedrijf.

Vander Stichelen laveert geroutineerd op stevige wandelschoenen tussen de bloedspetters op de grond door. Aan het plafond hangen haken en in een bak iets verderop liggen stukken vlees. Voor runderen werkt elektrische narcose nog niet voor 100 procent, vertelt hij: ze zijn te groot. Daarom mogen die hier voorlopig nog wél onverdoofd geslacht worden, waarna binnen een paar seconden „een schietpen door de hersenen gaat” zodat ze – dan wel – verdoofd zijn. Die manier wordt door een deel van de moslims als halal geaccepteerd. Door een deel ook niet. Matanza zag zijn omzet in de eerste maand van dit jaar met zo’n vijf procent teruglopen. „Klanten gaan naar Frankrijk, Wallonië of Brussel.”

Lappendeken

Het slachthuis bevindt zich op een paar honderd meter van de grens met Wallonië. Aan de andere kant zijn de regels totaal anders. Daar is onverdoofd slachten nu nog toegestaan, na 1 juni zal het er ook verboden zijn. En zelfs nog strenger dan in Vlaanderen: ook runderen moeten verdoofd worden vóór de slacht. In het Brussels Gewest is onverdoofd slachten voorlopig niet verboden. Een „lappendeken”, is het zo volgens Vander Stichelen. „Ik ben niet tegen een verbod, maar het zou beter zijn als er één landelijk of liefst zelfs Europees beleid was. Zo verplaatst het probleem zich alleen maar. Dieren gaan langer op transport, zodat ze elders geslacht kunnen worden. Dat is toch niet goed voor ze? Alle effect wordt tenietgedaan door deze ongelijke regels.”

Er loopt een zaak bij het Europees Hof van Justitie tegen de wet, onder meer aangespannen door de Moslimexecutieve, waarover binnenkort een uitspraak wordt verwacht. Ze vinden de wet „niet verenigbaar met de godsdienstvrijheid”, aldus Saatci van de Moslimexecutieve. Als de staat verliest, moet het besluit worden teruggedraaid. Zo lijkt het of er „aan dierenwelzijn wordt gewerkt, met als doel om gemakkelijk te scoren”, denkt Saatci. „Nu ligt alle nadruk op het moment van overlijden, terwijl dierenwelzijn toch ook gaat over hoe dieren leven en vervoerd worden?” De wet kan niet los worden gezien van het huidige politieke klimaat, denkt ook Vander Stichelen: „Ik verdenk de minister [van de rechts-conservatieve partij N-VA, red.] van een dubbele agenda om de rechtse, islamofobe stem binnen te halen.”

De Antwerpse rabbijn David Schmahl noemde de wet in The New York Times een maatregel die herinneringen oproept aan vergelijkbare situaties in vooroorlogs Duitsland. Zo ver wil Benjamin Hoffman niet gaan. Maar het verbod laat, zo vindt hij, wel zien dat „religieuze mensen niet welkom zijn in België”.