Opinie

    • Marcel van Roosmalen

23 kinderen

Marcel van Roosmalen

De vriendin werd veertig. Er kwamen 37 volwassenen en 23 kinderen naar het feestje dat ze gaf. ‘En 23 kinderen’, als ik het zo schrijf lijkt het een bijzaak, maar dat was het niet.

Van de volwassenen kende ik de meesten.

Niet dat het uitmaakte, ik zag vooral 23 kinderen.

Ze varieerden in leeftijd van nul tot tien.

Er vormden zich roedels.

De vijf zakken chips waren meteen weg.

Die van tien had een eigen zak.

Er waren vier taarten, niets van gezien.

Mijn oudste dochter had zich met brokken chocoladetaart achter de bank verschanst met een gelegenheidsvriendin met een even grote obese aanleg.

Onze slaapkamers waren verschoningskamers geworden.

Ze kropen overal.

De jongste dochter trok boeken uit mijn boekenkast, waarna twee anderen op de berg dansten.

Mijn boek over Theo Janssen, ik had nog maar één exemplaar, vond ik in stukken terug in de tuin, waar er drie elkaar aan het aftuigen waren met stokken.

Ik zette hapjes op tafels, zette de magnetron aan, waste borden en glazen af.

Halverwege de dag kwam ik de vriendin tegen.

Ze had, net als ik, nog met niemand gesproken.

„Is het leuk?”

Ik had geen flauw idee.

Ons gesprek werd onderbroken door een dochter van een van haar betere vriendinnen – een moeder van vier (!) kinderen – die me aansprak met ‘meneer’ en vroeg waar de aanmaaklimonade stond.

De man van mijn zus kwam even zeggen dat er op de trap een ploegje kledingstukken van boven naar beneden aan het gooien was.

De man van een andere vriendin, hij had geen idee meer waar zijn eigen kinderen zich in deze kinderhel bevonden, nipte van een biertje en zei dat dit de reden was dat zij alleen nog ’s avonds verjaardagen vierden. „Dan komen er geen kinderen.”

Een ander, een moeder van drie, zei dat ze zich op haar eigen verjaardag vaak verstopte op zolder. Ze was ook een keer in bad gaan zitten, niemand had haar gemist.

Dieptepunt was het moment dat ik twee vrouwen die ik even niet kon thuisbrengen in mijn keuken van die opwarmpoffertjes van Albert Heijn zag uitdelen aan een lange rij kinderen. Zo ongeveer moeten ze zich bij het Leids Ontzet gedragen hebben.

Toen ik naar de door kinderen ondergeplaste wc was geweest ging ik even liggen op de berg jassen onder de kapstok. Hee, daar lag al iets. Het was mijn jongste dochter.

Ze drukte me een nat flensje in het gezicht, waarvan ze de poedersuiker al had afgelikt.

„Van mama!”

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.