Van der Poel zet kroon op bijna perfecte winter

Veldrijden Mathieu van der Poel kon alleen maar verliezen bij het WK veldrijden, maar maakte zijn favorietenrol meer dan waar.

Foto AFP

Terwijl Mathieu van der Poel een paar keer diep zucht en met getuite lippen in rookpluimen de spanning voor het moment dat aanstonds is uit zijn lijf ademt, kijkt vader Adrie op een meter of twintig van het podium met een genoegzame glimlach toe. Vier jaar geleden, toen zijn jongste zoon in het Tsjechische Tábor voor het eerst tot wereldkampioen veldrijden werd gekroond, stond pa tijdens de huldiging even verderop bij zijn camper met een hogedrukspuit alweer fietsen van de modder te ontdoen. Zo gaat dat bij de familie Van der Poel: doe maar gewoon, dan is het al gek genoeg. Zelden zijn ze te betrappen op hevige emoties.

Maar er volgden drie lange jaren zonder wereldtitel, ook al was Mathieu steeds favoriet. Het lukte telkens net niet, door pech, of door een totale offday. De hunkering naar nieuw succes was zo groot geworden dat Adrie er nu toch maar is gaan staan, hier in de haven van Bogense, te midden van uitbundig publiek.

Als de Deense kroonprins Frederik de medailles van de figuranten op dit WK – zilver voor de Belg Wout van Aert, brons voor zijn landgenoot Toon Aerts – heeft omgehangen, klinkt de naam van de beste veldrijder ter wereld door de speakers en is de doorgaans koele Adrie van der Poel als een kind zo blij. Hij juicht, applaudisseert, het water staat in zijn ogen. Hij wordt aangeklampt, laat zich knuffelen, neemt felicitaties in ontvangst, geeft echtgenote Corinne een pakkerd.

Als het Wilhelmus wordt ingezet, neemt Adrie zijn zwarte baseballpet af en kijkt trots naar zijn zoon van 24, die de voorbije maanden en weken onder grote druk heeft gestaan maar zijn favorietenrol volledig waar heeft gemaakt en nu meer dan terecht een bosje bloemen omhoog houdt terwijl hij in de regenboogtrui wordt gehesen. Een tricot dat na een ongekend dominant seizoen – hij won twee veldritten níét – alleen aan hem toebehoort.

Hoge verwachtingen

Maar hij moest het nog wel doen, op die ene dag in het jaar, met verwachtingen die in het verleden misschien verlammend hadden gewerkt. Het is zoals broer David op de finishlijn zegt: „Hij kon alleen maar verliezen.” Zoals vorig jaar, op het WK in Valkenburg, het jaar ervoor in Luxemburg, in 2016 te Heusden-Zolder. Het mocht hem niet nog een keer gebeuren. Het zou een complex zijn geworden.

Een uur en negen minuten eerder stuift Mathieu van der Poel er bij de start zo hard vandoor dat zijn concurrenten bij het verlaten van het haventje meteen tegen zijn hielen aankijken. Even slaat hij een gat, maar zo gemakkelijk zal hij de rest niet van zich afschudden. Het is te vroeg in de wedstrijd, hij moet nog ruim een uur. Hij temporiseert, en dan nemen de genoemde Belgen het over. Twee rondjes van bijna drie kilometer houdt Van der Poel zich gedeisd, moet hij achtervolgen in plaats van dicteren. Maar in ronde drie van twaalf plaatst hij een versnelling die je van verre ziet aankomen, op een gedeelte van het parcours dat volgens hem het meest technisch is.

Een naar links aflopende dijk met diepe sporen leidt het hele weekend bij de dames en heren veldrijders al tot evenwichtsproblemen en glibberpartijen. Bijna iedereen verliest er de balans en moet een stuk lopen. Niet Van der Poel: zelfs bij het opwarmen weet hij als een koorddanser zijn evenwicht te behouden en duwt hij zich met vijf, zes pedaalslagen hortend en stotend door de strook. In de wedstrijd gaat het net zo. Vlak voor de dijk trekt hij een sprint zodat hij niemand meer voor zich heeft rijden en zijn eigen lijn kan bepalen. Twee oogwenken later heeft hij een gat van tien meter. Achter hem is het glibberen geblazen. Toon Aerts staat overdwars en de rest moet in de remmen. Het is een eerste waarschuwing. Van der Poel heeft een gat van vijf seconden.

Foto Soenar Chamid/ANP

Een halve ronde later heeft alleen Wout van Aert de achterstand goed kunnen maken. Vanaf nu is het WK van Bogense een gevecht van man tegen man. Het publiek geniet ervan, maar de strijd tussen de mannen die al jaren samen de dienst uitmaken in het veldrijden is van korte duur.

Evenwichtskunstenaar

Die dijk naar de Sint-Nicolaaskerk doemt weer op, en Van der Poel raast er vol vertrouwen op af. Hij hangt links en rechts naast zijn frame als een ware evenwichtskunstenaar en wipt zijn fiets met twee halen aan het stuur richting het verharde gedeelte. Van Aert moet vol in de achtervolging, beseft dat hij nu geen fout mag maken en verliest juist daarom met zijn achterwiel de grip. Een voet aan de grond, en weg is Van der Poel. Vier seconden pakt hij, en dat worden er heel langzaam zeven, negen, veertien, een halve minuut. Als hij van pech gevrijwaard blijft is de strijd om de wereldtitel gestreden, maar gerust is hij er niet op. Tot de voorlaatste bocht blijft Van der Poel zich maximaal inspannen, met de blik van een bezetene gericht op de eerstvolgende uitdaging. Als hij de finishboog bovenop de laatste brug in het vizier krijgt, balt hij zijn vuist. Aan de finish begint de bondscoach te applaudisseren. „Dit is zo verdiend.”

Van der Poel kijkt over zijn schouder. Zijn eeuwige rivaal is nergens te bekennen. Dan richt hij zich op en komen de tranen. Van opluchting, ontlading, blijdschap. Vlak voor de streep stapt hij af en tilt hij zijn frame hoog boven zijn hoofd. Hij schreeuwt het uit, het hoofd in de nek. Aan de streep staat zijn moeder, zijn vrienden omhelzen hem, en ook zijn vriendin, met wie hij binnenkort gaat samenwonen. Van Van Aert krijgt hij een high-five. „Proficiat jongen”, spreekt de man die de voorbije drie jaar de beste was.

Een half uur later doet de nieuwe wereldkampioen rillend van de kou zijn verhaal. Van die enorme blijdschap laat hij nu weinig meer zien, de buit is binnen, en alle spanning is uit zijn lijf gevloeid. Hij wrijft in zijn vermoeide gezicht, zegt dat hij geen superdag had en dat hij zichzelf vooral „mentaal gepusht” heeft omdat hij het dit keer „moest waarmaken”. Hij is de eerste Nederlander die twee keer wereldkampioen veldrijden wordt, hoort hij van een journalist. Hij krijgt premier Mark Rutte aan de lijn, en sluit het gesprekje af met „leuk dat je effe belde, yo, dag.” Dan verlaat hij het Kulturhuset van Bogense. Om zijn schouders de regenboogtrui, in zijn handen een dampende kom soep. Nog vijf veldritten, dan begint zijn volgende missie: winnen op de weg.

Hij loopt richting camper, waar vader Adrie als altijd fietsen staat schoon te spuiten.

    • Dennis Boxhoorn