Opinie

Wen er maar aan: spanning in de coalitie hoort erbij en zal voorlopig niet overgaan

Politiek

Hoe lang zitten ze nog, was de afgelopen weken de meest gestelde vraag in politiek Den Haag. Ze, de leden van het kabinet dus, zitten nog. En een enkele optimist binnen de coalitie zegt dat ‘ze’ zelfs steviger dan ooit zitten. Want is het oplossen van een (bijna) crisis niet een teken van kracht en een bevestiging van dat men met elkaar samen verder wil?

Coalitiepolitiek is per definitie ingewikkelde politiek. Al helemaal als het, zoals in het huidige kabinet Rutte-III, een combinatie van maar liefst vier partijen betreft. Bovendien één die in de Tweede Kamer over een meerderheid van slechts één zetel beschikt. Extra complicerende factor daarbij is dat in een turbulente politieke omgeving moet worden geregeerd.

De stemmingswisseling onder het electoraat, de zogeheten volatiliteit, is groot. Slachtingen tegenover monsterscores zijn een vast gegeven bij verkiezingen die in het versnipperde partijlandschap door geen enkele werkelijk grote partij worden gedomineerd.

Ook niet onbelangrijk tenslotte is dat het ‘theater’ van de politiek tegenwoordig ook echt een theater is. Dit heeft zijn weerslag op de discussie die hiermee een extra dynamiek krijgt. De met de politieke spanning samenhangende dramatiek wordt, voor zover deze zich niet achter gesloten deuren afspeelt, door diverse televisiecamera’s haast ‘real time’ geregistreerd. Vervolgens zijn er de dagelijks bij één van de vele talkshowtafels aanschuivende zelfbenoemde recensenten die de brandende politieke kwestie van dat moment verder inkleuren.

Gezien al deze omstandigheden kan het best een prestatie worden genoemd dat de coalitie na talloze vergadersessies deze week een akkoord wist te bereiken over een aanpassing van het regeerakkoord op het gevoelige punt van het asielrecht. Een wijziging – het gaat om het veelbesproken kinderpardon – die ook nog eens in grote lijnen breed wordt gesteund door de Tweede Kamer zo bleek afgelopen woensdag tijdens het debat hierover.

Ontdaan van al het politieke tumult is het een hoopgevend teken dat het regeerakkoord niet in beton is gegoten maar op essentiële onderdelen kan worden gewijzigd. Dat is goed voor de parlementaire democratie. Natuurlijk was de weg er naar toe minder fraai. Het CDA maakte een opvallende draai. Jarenlang stonden de christen-demoraten een zeer stringent asielbeleid voor. Maar de eigen achterban had hier steeds meer moeite mee en wist de fractie tot een soepeler houding te bewegen. Dat is goed voor de partijdemocratie.

Het andere twistpunt dat de coalitie nu nog beheerst is het klimaat. Maar hier gaat het vooralsnog om de toonhoogte zoals deze werd ingezet door VVD-fractieleider Klaas Dijkhoff. Hij noemde zijn D66-collega Rob Jetten „een drammer”, een kwalificatie waar hij inmiddels op is teruggekomen. Het was niet bevorderlijk voor de coalitieverhoudingen, maar splijtend bleek het ook weer niet te zijn.

Veel belangrijker is dat Dijkhoff zich ondanks zijn opgezwollen taalgebruik nogmaals verbonden heeft aan de ambitieuze klimaatdoelstellingen van het kabinet. Nu zijn deze nog verpakt in macrogrootheden, maar de maatregelen om de doelstellingen te halen zullen ingrijpend zijn en de kiezer direct raken. Daar zal straks ook Dijkhoff aan gehouden zijn.

Probleemloos regeren zit er ondanks de gunstige economische conjunctuur niet in voor het kabinet en de coalitie. Vraagstukken die om concrete maatregelen schreeuwen zoals het klimaat worden telkens uitgesteld. Er is nog altijd geen zicht op een zeer gewenst akkoord over de pensioenen. En deze week zagen de ministers Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) en Sander Dekker (Rechtsbescherming) plannen voor respectievelijk de arbeidsmarkt en de rechtshulp in de Tweede Kamer gedwarsboomd worden.

En dan is er ook nog het vooruitzicht dat het kabinet na de verkiezingen voor de Provinciale Staten van 20 maart zijn meerderheid in de Eerste Kamer zal kwijtraken. Wil het kabinet daarna nog effectief kunnen regeren dan zal de coalitie zaken moeten doen met de oppositie. Onmogelijk hoeft dit niet te zijn bewijst het recente verleden. Maar het legt wel nieuwe druk op de verhoudingen in de coalitie.

Het viertal van VVD, CDA, D66 en ChistenUnie, is in 2017 bij de vorming van het kabinet niet gefuseerd. De partijen werken samen op basis van een contract en zijn verder aangewezen op elkaars goede wil. Dat leidt tot spanning. Politiek is nu eenmaal strijd. De rest van Nederland zal er aan moeten wennen dat deze gegeven de omstandigheden in deze tijd manifester aanwezig is.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.