Fietswissel met vader Fred kost Lucinda Brand de wereldtitel veldrijden

Vier Nederlandse vrouwen konden de Belgische Sanne Cant niet van de wereldtitel veldrijden houden. Pech speelde een rol.

Lucinda Brand (rechts) in actie tijdens de wedstrijd, met in haar wiel de Belgische Sanne Cant.
Lucinda Brand (rechts) in actie tijdens de wedstrijd, met in haar wiel de Belgische Sanne Cant. Foto Claus Fisker/EPA

Vier rensters in oranje verschijnen één voor één vooraan het peloton, het gezicht vol in de wind en de miezerregen, het tempo bepalend, de wedstrijd regisserend. Het Nederlands blok is zó sterk dat de gouden medaille en de bijbehorende regenboogtrui op dit WK veldrijden in Bogense slechts een kwestie van tijd zou moeten zijn.

Marianne Vos vliegt na een agressieve start als eerste het veld in, daar aangekomen neemt Annemarie Worst het over, dan weer sleurt Denise Betsema op kop. Die oogt sterk hier aan de Deense kust, waar ze het vindt lijken op haar thuisbasis Texel. Ze jakkert over de grasstroken die door het chagrijnige weer steeds blubberiger worden en glibbert zo vol vertrouwen over de schuine dijk richting de plaatselijke kerktoren dat je bijna zou vergeten dat ze debuteert op een wereldkampioenschap. Maar weldra moet Betsema haar inspanningen bekopen. Ze gaat te gretig van start, zou ze later zeggen. Lucinda Brand, vrouw in vorm, glijdt al in de eerste ronde onderuit, moet vol in de achtervolging maar sluit binnen een ronde alweer aan.

Het ‘maffe verhaal’ achter de komst van het WK naar het Deense stadje Bogense

Er ontstaat een kopgroep van zes, met slechts twee niet-Nederlanders: Jolanda Neff en titelverdedigster Sanne Cant, respectievelijk uit Zwitserland en België. Ze doen geen kopwerk, laten dat de Nederlandse vrouwen opknappen. Vooral Cant houdt zich voortdurend uit de wind, doet geen trap te veel, in derde, vierde positie. De Belgische kent bepaald geen topseizoen, maar heeft zich onder de Spaanse zon heel specifiek voorbereid op deze dag.

Het schuine dijkje

In ronde drie gaat Brand nog een keer onderuit. Ze voelt zich niet lekker op het genoemde schuine dijkje, is bang om door haar enkels te gaan, en kiest daardoor het verkeerde spoor. Steeds als ze de grasstrook nadert, zie je de vertwijfeling, vloeit de overtuiging van de rechte stukken, waarop ze haar kracht wél kwijt kan, uit haar lichaam. Over Brand wordt vaak gezegd dat ze technisch niet de beste is. Ze gaat in veldritten nogal eens tegen de grond, maar volgens bondscoach Gerben de Knegt heeft ze haar stuurmanskunst de laatste tijd sterk verbeterd.

Nu moet ze opnieuw kostbare krachten aanspreken om in de wedstrijd te blijven. Ze wordt een stuk uit de wind gereden door Marianne Vos, die niet in de vorm verkeert om een gooi te doen naar haar achtste wereldtitel. Brand sluit wéér aan en schuift door naar de koppositie als ze iedereen op een steile klim voorbij loopt, haar fiets over haar schouder gedrapeerd. De taaie dame uit Rotterdam-West is alleen voor de wereldtitel naar Denemarken gekomen.

Interview Marianne Vos: ‘Altijd bang dat ik te lui ben’

Maar een derde valpartij is er eentje te veel. Als ze in de materiaalpost van fiets wil wisselen, verliest ze haar evenwicht en landt ze met haar linkerflank in de modder. Achteraf blijkt dat vader Fred het frame een tel te vroeg uit haar handen griste, terwijl de linkervoet van zijn dochter nog in het klikpedaal zat. „Nu weet ik hoe Gerard Kemkers zich voelde na de wissel van Sven Kramer”, zei hij na de finish tegen het AD.

Brand knokt zich nog maar eens terug, maar Sanne Cant heeft dan al een beslissend gat geslagen. Zij bleef wel overeind en heeft zich de hele race kunnen sparen. Op de finish wint ze met negen seconden voorsprong haar derde wereldtitel op rij. Brand buigt gedesillusioneerd het hoofd. Marianne Vos wordt derde, Denise Betsema vierde.

Fysiek de sterkste

Een uur na de wedstrijd vecht Lucinda Brand met de zilveren medaille om haar nek nog steeds tegen de tranen. Ze kan het niet verkroppen dat ze door pech verloren heeft, niet „mijn ding heb kunnen doen.” Ze beseft dat ze het Sanne Cant verdomde moeilijk had kunnen maken als ze net als zij gewoon overeind was gebleven in de Deense modder. Fysiek was ze „misschien wel” de sterkste van allemaal. Haar vader neemt ze niets kwalijk, zegt ze in het Kulturhuset van Bogense. „Zoiets doet-ie natuurlijk niet expres.”

Het is Sanne Cant een zorg. Zij beleeft de beste dag van haar seizoen op precies het goede moment, door met de vrouwen in oranje mee te fietsen en in de finale genadeloos toe te slaan. „Ik zou vandaag niet graag een Nederlander zijn”, plaagt ze bij de Vlaamse zender Sporza.

Viel de Nederlandse vrouwen iets te verwijten? Hadden ze het nagelaten hun kwalitatieve overwicht uit te spelen? Marianne Vos vindt van niet. Elkaar helpen is in het veldrijden sowieso zo makkelijk niet. Bondscoach Gerben de Knegt beaamt dat. „Het plan was ieder voor zich om Sanne af te matten, tot twee rondes voor het einde. Dan zouden we eerlijk zijn en kijken wie het kon afmaken. Maar Sanne kregen we er niet af. Ze was technisch te goed. Fysiek was dat Lucinda.”