Drie onbekende brieven van Einstein in Leiden

Einsteinbrieven In het archief van Rijksmuseum Boerhaave zijn drie brieven van Einstein gevonden, gericht aan Tatiana Afanassjewa.

Albert Einstein met de zoon van Tatiana Afanassjewa.
Albert Einstein met de zoon van Tatiana Afanassjewa. Foto Rijksmuseum Boerhaave

Wetenschapsjournalist Margriet van der Heijden heeft in het archief van Rijksmuseum Boerhaave drie onbekende brieven van Albert Einstein teruggevonden. Een brief is getypt, de andere twee zijn in het regelmatige handschrift van Einstein en met zijn karakteristieke woordkeuze geschreven. De brieven zijn geadresseerd aan Tatiana Afanassjewa, een Russische wis- en natuurkundige die begin twintigste eeuw samen met fysicus Paul Ehrenfest in Leiden woonde.

Het Rijksmuseum Boerhaave in Leiden beheert het omvangrijke Ehrenfest-archief. Dat archief werd al in de jaren zestig voor het grootste deel door Tatiana Ehrenfest-Afanassjewa, Ehrenfests weduwe, aan het museum geschonken. Daarna is het archief meermalen uitgebreid, opnieuw geordend en uiteindelijk gedigitaliseerd.

De brieven kwamen aan het licht, tijdens het werk van Van der Heijden aan een biografie van Tatiana Afanassjewa. Haar man, de Oostenrijkse-Nederlandse fysicus Paul Ehrenfest die in 1912 Hendrik Lorentz opvolgde als hoogleraar theoretische natuurkunde in Leiden, kon tot dusver op meer belangstelling rekenen dan zij. Over hem verschenen een biografie (1970, Engelstalig), scripties, proefschriften, een stripboek (in 2015) en een lange reeks wetenschappelijke artikelen. Dat zijn Russische vrouw ook een wis- en natuurkundige was, met originele ideeën over het meetkundeonderwijs en de thermodynamica, werd meestal vergeten of onder het tapijt geveegd.

Mede dat maakt de nieuwe brieven zo interessant: ze laten bijvoorbeeld zien dat Albert Einstein haar manuscript over die thermodynamica, dat zij hem in 1947 toestuurde, onmiddellijk las en met veel interesse.

„Een voorname vondst dus”, zegt Jos Uffink die zich als hoogleraar filosofie van natuurkunde aan de Universiteit van Minnesota als een van de weinigen wél in Afanassjewa’s werk verdiept heeft.

Voor de brieven van Einstein bestaat veel belangstelling. Bij het Einstein Papers Project (EPP) bij het California Institute of Technology (Caltech) in het Amerikaanse Pasadena zijn redacteuren al decennia bezig om Einsteins papieren nalatenschap te ordenen, vertalen en van voetnoten te voorzien. Aantekeningen, publicaties, wetenschappelijke correspondentie, kattebelletjes en persoonlijke brieven: bij elkaar gaat het om ten minste 30.000 unieke documenten van of aan Einstein, waaraan de drie brieven nu zijn toegevoegd. „En ik weet zeker dat er meer onbekende documenten zullen opduiken naarmate het werk vordert”, mailt Diana Kormos-Buchwald die het EPP leidt.

Het archief in Pasadena is nog vol onbekende schatten, soms groot en soms klein, zegt Anne Kox, emeritus hoogleraar Geschiedenis van de Natuurkunde uit Amsterdam en senior-redacteur bij het EPP. „Ze maken het vak leuk en zijn haast altijd interessant.” En af en toe duikt ook elders iets op, zoals nu de brieven in Rijksmuseum Boerhaave. „Zulke vondsten werpen nieuw licht – op Einstein en zijn contacten, op de wetenschapsgeschiedenis.”

Onbekende brieven pagina W4-5