Theo Janssen: ‘Zo ben ik helemaal niet’

Marcel van Roosmalen & Theo Janssen Schrijver Marcel van Roosmalen heeft voetballer Theo Janssen jaren op de voet gevolgd. Voorpublicatie uit het boek.

Theo kwam op de scooter naar het terras van Caspar in de Arnhemse wijk Klarendal. Korte broek, ongeschoren, hij leek dikker geworden. De euforie over het maken van een boek was bij mij gezakt omdat het door bemoeienis van de vrouw van Theo’s zaakwaarnemer zes weken had geduurd voor alle formaliteiten waren afgehandeld.

Ik had Ester Bal [voormalig persvoorlichter van Vitesse, red.] gevraagd om erbij te zitten. Ze had jarenlang met Theo gewerkt en zou bij eventuele onenigheden als intermediair kunnen fungeren. Zelf zag ze het vooral als een leuke onderbreking, want ze zat ‘in between jobs’.

Theo vouwde zich in een stoel en zei dat het lekker interview-weer was.

„Meteen vol op de inhoud, koffie erbij.”

Hoe gaan we het aanpakken, Theo? Wat is het plan?

Theo: „Het plan? Dat is jouw afdeling, toch?”

Ester: „Jij wilde toch ergens heen, Mars?”

Tegen Theo: „Naar alle plaatsen waar jij hebt gespeeld. Amsterdam, Enschede, Genk…”

Theo: „Zullen we in Arnhem beginnen? Enschede heb ik ook wel zin in. Vrijdagavond, lekker naar de Keuken Kampioen Divisie. Even een hapje eten van tevoren.”

Ester: „O lekker, uit eten! Kies dan wel effe wat goeds, Theet. Niet van die rotzooi.”

Ik bedoel meer: wat wil je vertellen? Waar gaat het verhaal naartoe? Wat maakt de hoofdpersoon mee? Is er een dramatische ontwikkeling?

Theo: „Nou, ik denk dat ik genoeg te vertellen heb. En jij schrijft dat op, toch? Of doe jij niks?”

Ja, ik schrijf het op, maar is er een rode draad?

Theo: „De rode draad is Theo Janssen.”

Ester: „Is er al een titel?”

Theo: „Ik zat zelf te denken aan De laatste cultheld, zo noemen ze me.”

Slechte titel, dat zeg je niet over jezelf.

Theo: „Nee, dat zeggen anderen.”

Daarna: „En ik wil ook niet zo’n kutfoto op de kaft. Ze moeten me niet mooier maken dan ik ben, ik vind een doorleefd hoofd mooi.”

Tegen mij: „Jij hebt ook een doorleefd hoofd. Met allemaal rimpels en wallen. Ga je er weer net zo’n kutboek van maken als het vorige? Mooi zo. Ik zeg toch niets wat ik niet wil zeggen. Ik kan je al wel zeggen dat ‘de ex’ niet erg enthousiast is. Ik ga helemaal niks negatiefs over haar zeggen. Anders ga ik failliet. We moeten het huis ook nog verkopen, ik heb geen zin in gezeik.”

‘De ex?’ Iedereen weet wie zij is. Als je ‘vrouw van Theo Janssen’ googelt zie je haar naam.

Theo: „Ja, en? Hoef jij het nog niet te verklappen. En zo zijn er nog wel een paar dingetjes.”

Zoals?

Theo: „Ja, dat zeg ik dan wel.”

Ester: „Ik denk dat ik wel weet wat.”

Theo: „Ja, dat.”

Er is dus geen verhaallijn…

Theo: „Je kunt toch schrijven dat ik de trainerscursus doe? Ik ben daar heel fanatiek mee bezig. Analyseren vind ik ook leuk. Tenminste, bij een serieus programma. En ik assisteer Dennis van Beukering bij Vitesse onder 19.”

Kan ik een keer mee naar een wedstrijd?

Theo: „In de bus? Naar Groningen zeker? Dan gaat niemand met je praten en zit je helemaal alleen bij een raampje. Bovendien moet ik dat eerst vragen bij de club. Ik weet nu al wat die gaan zeggen.”

Ester: „Die zeggen ‘nee’. Watjes.”

Theo: „Zou ik ook zeggen als ik hun was. Hoe moet ik dat brengen, trouwens? Zo van: O, ja, die gek die jullie allemaal zo haten zit ook in de bus? Denk niet dat dat gaat werken.”

Wat vind jij een goed voetbalboek?

Theo: „Pfff, ik ben niet zo’n lezer. Als je bij mij thuis komt zie je daar, denk ik, nul boeken. Het lijkt me gewoon leuk, een boek. Eigenlijk heb ik alleen jouw boek over Theo Bos uitgelezen [Theo Bos. Het is zoals het is, over het in 2013 overleden Vitesse-icoon, red.].”

Hij gaf me een klap op mijn schouder.

„Vond ik een goed boek!”

Daarna: „Ik heb stukjes uit dat ding over Andy van der Meijde gelezen. Dat wil ik dus niet. Ik hou niet van dat ordinaire. Ik vind dat het in mijn boek moet gaan over de mens Theo Janssen, de voetballer die misschien minder heeft bereikt door hoe hij was en hoe hij leeft. Mijn ex hoeft er dus niet in. Of had ik dat al gezegd? Alles wat ik heb uitgespookt hoeft er ook niet in. Ik hoef mijn hele privéleven er niet in.”

Je hoeft van mij niet te zeggen met wie je het allemaal gedaan hebt, of hoe je huwelijk was.

Theo: „Alsof ik dat jou aan je neus ga hangen.”

Ester: „Ja, bespaar ons in godsnaam de ranzige details, ik vind dat altijd verschrikkelijk om te lezen. Je ex heeft het trouwens nooit leuk gevonden om er met de haren bij te worden gesleept. Weet je nog? Dat interview in Volkskrant Magazine? Toen was het huis ook te klein. Moest ik proberen om alles er weer uit te slopen.”

Theo: „Ja, echt een rukinterview. Laatste keer dat een vrouw me heeft geïnterviewd.”

Ester: „Sara Berkeljon, die had jou he-le-maal ingepakt.”

Theo tegen mij: „Maak gewoon een boek over hoe ik me heb ontwikkeld van kleins af aan tot nu, alles wat ik heb meegemaakt in het voetbal. Ik ga gewoon lullen en jij gooit het een beetje door elkaar. Wat je altijd doet, toch? Een beetje rondkijken, een beetje luisteren en dat dan lekker opschrijven. Voor Sinterklaas klaar en dan de opbrengst fiftyfifty.”

Ik ga niet de hele tijd vragen stellen, ik ga je ook observeren.

Theo: „O ja? En wat zie je dan? Mensen die mij kennen zeggen allemaal: ‘Wat er over jou gezegd en geschreven wordt, dat klopt niet. Zo ben jij helemaal niet.’”

Waar stoor je je het meest aan?

Theo: „Dat ze denken dat ik schijt heb aan alles, dat ik maar wat doe. Mensen die mij beter kennen weten dat ik juist heel veel nadenk over dingen.”

Ester: „Jorgos [Zagkotsis, Vitessefan, red.] zegt dat jij een academisch brein hebt.”

Desondanks val je bij het kampioensfeest van FC Twente op de snelweg omdat je bier wilt pakken. Dat vinden mensen dan geweldig.

Theo: „Ja, dat kleeft ook aan mij. Ik denk op veel momenten niet na. Ik doe dan dingen waarvan ik achteraf denk: misschien was dit niet heel slim. Dat is mijn valkuil: dat ik vaak dingen doe of zeg zonder erover na te denken.”

Ik vat het even samen: in tegenstelling tot wat mensen veronderstellen, denk je juist heel veel over dingen na, alleen gebeurt dat vaak pas achteraf. Dus nadat je iets hebt gedaan zonder erover na te denken. En je stoort je eraan dat mensen denken dat je maar wat doet.

Theo: „Ja, dat en dat ze denken dat ik overal schijt aan heb.”

Ester: „Theo heeft gewoon een impulsief kantje. Je denkt juist heel veel na, maar op sommige momenten even niet. Ik snap dat wel.”

Theo: „Mooi gezegd, Balletje! Op dat soort momenten laat ik het gebeuren, dan ben even helemaal niet bezig met hoe mensen over me denken. Ik denk dat meer mensen met een academisch brein dat hebben.”

Ester: „Ik weet nog dat ik jou moest begeleiden bij je eerste interview. Cees van Hoogdalem moest een foto maken. Dat ging niet. Je was helemaal hyper. Ik heb je tegen een muur in GelreDome gekwakt en gezegd: ‘En nou even normaal doen, mafkees.’”

Theo: „En wat zei ik toen?”

Ester: „Weet ik veel, een grote bek. Ik zei nog: ‘Pas nou op, ze schrijven het allemaal op.’ Later zei je dat je het wel goed vond dat ik tegen je inging. Daarna werden we vrienden. Je had toen nog van dat geblondeerde haar, een coupe soleil.”

„Ik was zeventien of zo, ik zat vol met hormonen. Ik wist niet goed hoe ik daarmee om moest gaan, ik was erg opvliegend.”

Ester: „Jij wilde iedereen uittesten, dat was wel een dingetje. Ik vond: daar zijn journalisten niet voor.”

„Ik vond de media echt geweldig. Ik wist al snel hoe ik ze moest bespelen. Ik zei bewust dingen om mijn zin te krijgen. Zei ik bijvoorbeeld dat ik liever op vakantie ging dan naar het WK voor onder de achttien. Zag je zo’n journalistje helemaal glunderen. Ik hoopte dat die gek me dan niet zou selecteren.”

Ester: „Ja, en toen moest je bij Van Gaal komen.”

„Die was toen bondscoach. Ik meende het ook echt: ik was liever met wat vrienden op vakantie gegaan dan naar dat kut-WK…”

Ester: „In Argentinië, zestien graden hooguit. Dan kun je je zomer weggooien.”

„Maar hij wilde me toch, moesten we ons ook nog voorbereiden op hoogte. Die gek maakte mij aanvoerder, maar na dat interview was ik opeens nummer veertien. Ik dacht: nou, dit wordt leuk. Zo’n baas hoef ik niet te hebben op mijn werk. Zijn medewerkers moesten er altijd pico bello uitzien. Op een dag zat de stropdas van de materiaalman niet helemaal strak. Die kreeg een uitbrander waar iedereen bij was, hij werd helemaal verrot gescholden. ‘Dat kan niet, je bent een voorbeeld.’ Ik wist niet of ik dat wel wilde accepteren. Twee, drie dagen later zei ik dat het na een corner in mijn lies was geschoten. Eerst mocht ik nog niet weg. Jürgen Colin van PSV was ook geblesseerd, die zei: ‘We mogen niet naar huis.’ Ik heb toen bij Van Gaal aangeklopt en gezegd: ‘Luister, ik ga naar huis.’ ‘Nee,’ zei hij, ‘samen uit, samen thuis.’ ‘Prima,’ zei ik, ‘dan regel ik zelf wel een ticket.’ Ik ben gewoon gegaan. Ik denk dat hij dat stiekem wel mooi vond. Ik ben naar huis gegaan, heerlijk op vakantie geweest en daarna weer gaan trainen bij Vitesse.”

Heb je Van Gaal in Zomergasten gezien?

Theo: „Nee, natuurlijk niet. Dat duurt veel te lang. Ik hoorde dat hij aan het flirten was met die presentatrice, klopt dat? Dat hij had gezegd: ‘Ik val op vrouwen met donker haar, net als jij.’ Op zich wel een goeie zin. Kijk, dat hij verstand van voetbal heeft, dat staat echt wel vast. Ik zat bij VI Oranje aan tafel in 2014. Het Nederlands Elftal werd toen derde, maar toch werd Van Gaal daar door iedereen afgemaakt.”

Hoe vond jij het eigenlijk om bij VI Oranje te zitten?

„ Over voetbal kon ik leuk meekletsen, maar negen van de tien keer ging het over onzin. Dan waren ze elkaar alleen maar aan het overtreffen. Ik had echt nul zin om me daarin te mengen.”

Ze dachten waarschijnlijk: Theo, dat wordt lachen.

„Ja, is niet zo. Achter de schermen was het ook niet echt gezellig. Die Genee, hoe die daar rondloopt. Dat is iemand die wel van aandacht houdt, dus die wil graag een beetje in de spotlights. Dan heb je Gijp, die interesseert het allemaal geen kloot en ligt ergens in een hoek aan zichzelf te denken. Johan Derksen wil nog wel zijn best doen om mee te komen, maar die lult ook maar wat. Johan Derksen was trouwens wel nog de aardigste, dat had ik dan weer niet verwacht. Ik rookte een sigaretje, hij een sigaartje, dus dan stonden we even buiten en kwamen we toch tot een gesprek. Vanavond begint het weer, trouwens. Ze zullen het wel over Vitesse hebben, nu met Slutsky [de huidige trainer, red.]. Hij zit de hele wedstrijd aan z’n haartjes, moet je maar eens opletten.”

Ester: „Ik vind het een leuke vent, kan wel een cultheld worden.”

Theo: „Ik ben bij Vitesse nooit de publiekslieveling geweest.”

Ze klappen hier niet voor een soortgenoot.

Theo: „Ik kon heel weinig goed doen. Ik was een supergroot talent natuurlijk, ze hadden hele hoge verwachtingen van me. Ik heb mijn beste voetbal ook niet bij Vitesse gespeeld.”

Dat bewaarde je voor FC Twente.

„Dus iedereen vindt dat ik wel aardig kan voetballen, maar dat ik bij Vitesse maar een beetje aan heb lopen kutten, alleen maar lopen stappen, zuipen en roken. Dat hoor ik altijd. Wat ze ook altijd zeiden: ‘Hij speelde bij ons maar op veertig procent.’ Logisch toch? Als ik op honderd procent speelde, snapte niemand mij. Niet lullig bedoeld, maar het is echt zo.”

Je had hier op een zeker moment ook te veel macht. Jij bepaalde je eigen regels.

„Onder Ronald Koeman [ex-Vitessetrainer, red.] had ik een van mijn betere periodes, maar toen brak ik mijn been en daarna is alles misgegaan.”

In welke wedstrijd was dat?

„Bij het tweede elftal. Ik was teruggezet omdat ik mijn toenmalige vriendin op ging halen in de stad, dat mocht schijnbaar niet.”

Ester: „Om vier uur ’s nachts.”

Theo: „Nee joh, het was één uur of zo.”

Ester: „Iemand heeft je toen wel verraden.”

Theo: „Ja, iemand heeft gezegd dat ik om vier uur ’s nachts dronken door de stad liep. Ik moest de volgende dag op kantoor komen en toen zei Koeman dat ik voor straf met de beloften moest meedoen. Lekkere straf.”

Ester: „Ik ben er nu wel klaar mee, merk ik.”

Theo: „Ik ook, ik ben kapot. Hoeveel hoofdstukken nog?”

    • Marcel van Roosmalen