WK-organisator Qatar wint voor het eerst de Azië Cup

Qatar, nummer 93 op de wereldranglijst, versloeg in de finale zeer verrassend viervoudig winnaar Japan met 3-1.

Het jonge elftal van Qatar won zeer verrassend de Azië Cup van viervoudig winnaar Japan.
Het jonge elftal van Qatar won zeer verrassend de Azië Cup van viervoudig winnaar Japan. Foto Suhaib Salem/ Reuters

Het kleine landje Qatar heeft vrijdag zeer verrassend de Azië Cup gewonnen door in de finale Japan met 3-1 te verslaan. Het is de eerste titel voor het land uit de Golf dat in 2022 het WK voetbal organiseert. In de vorige edities was Qatar niet verder gekomen dan de kwartfinale.

Grote man bij Qatar was spits Almoez Ali. Hij scoorde in de twaalfde minuut via een knappe omhaal de openingstreffer. Voor de geboren Soedanees was het zijn negende doelpunt van het toernooi, een record. Een kwartier later schoot Abdelaziz Hatim, een ploeggenoot van Wesley Sneijder bij Al-Gharafa, met een fraai afstandschot de tweede treffer binnen.

Japan, als viervoudig winnaar van de Azië Cup de grote favoriet voor de eindzege, bracht na rust de spanning terug in de wedstrijd. Takumi Minamino verschalkte met een stubtiel stifje doelman Saad Al Sheeb. Bijzonder genoeg was dit pas de eerste tegentreffer voor Qatar in het toernooi. Vlak voor tijd scoorde Akram Afif via een strafschop de 3-1. Door de eindzege stijgt Qatar op de wereldranglijst. Voorafgaand de Azië Cup stond het land slechts 93ste.

Twitter avatar afcasiancup #AsianCup2019 Most goals in a single #AsianCup campaign: 9⃣! Al Moez Ali is your #AsianCup2019 top scorer, and he did it in style! 🌟🥊🎯🎸 https://t.co/RJ6T9sJ5kh

Werpen van schoenen

Qatar getraind door de Spaanse bondscoach Felix Sanchez, die zijn trainerscarrière begon bij de jeugd van Barcelona, verbaast al het hele evenement. In de halve finale versloeg het jonge elftal het buurland en organisator van het toernooi, de Verenigde Arabische Emiraten met maar liefst 4-0. De fans van de Emiraten waren woedend op de spelers van Qatar en gooiden na een doelpunt schoenen op het veld. Het werpen van schoeisel wordt in het Midden-Oosten beschouwd als een grove belediging.

De woede op het voetbalelftal van Qatar heeft veel te maken met het grote aantal genationaliseerde spelers binnen de ploeg. Na de verloren halve finale diende de Emiraten een klacht in bij de Aziatische voetbalfederatie AFC. Twee belangrijke spelers van Qatar zouden niet speelgerechtigd zijn omdat ze nog geen vijf jaar in het land wonen. Het gaat om de 22-jarige topscorer van het toernooi Ali en de in Irak geboren 22-jarige verdediger Bassam Al Rawi. Vlak voor het begin van de finale wees AFC het protest af.

Lees ook: In het voetbal groeide Qatar uit tot een basisspeler

Ook de politieke spanningen tussen de buurlanden waren zichtbaar op het veld. De Emiraten en bondgenoot Saoedi-Arabië boycotten Qatar al geruime tijd uit onvrede over de politieke koers van het land. Qatar onderhoudt onder meer banden met het shi’itische Iran en het Libanese Hezbollah, dit tot grote woede van de andere Golfstaten.

Veel controverses

De opmars van Qatar in het internationale voetbal is ook omgeven met veel controverses. In 2011 kocht het staatsbedrijf Qatar Sports Investment (QSI) de Franse voetbalclub Paris Saint-Germain en haalde de ene na de andere topspeler binnen. Na de recordtransfers van Neymar (222 miljoen euro) en Kylian Mbappé (180 miljoen euro) opende de Europese voetbalbond UEFA een onderzoek naar de betalingen. De vraag was of de Franse topclub wel de regels van Financial Fair Play (FFP) naleefde.

De geldsmijterij van Qatar bleek zelfs mogelijk te zijn door hulp van uitgerekend FIFA-voorzitter Gianni Infantino. In het geheim heeft hij de topclubs Paris Saint-Germain en Manchester City (in handen van een sjeik uit de Emiraten) geholpen met het omzeilen van de financiële regels, bleek uit documenten via klokkenluidersplatform Football Leaks.

Ook rond het binnenhalen van het WK in 2022 zou Qatar de regels hebben omzeild. Het land zou een smeercampagne zijn gestart tegen de concurrenten Verenigde Staten, Australië, Zuid-Korea en Japan. Een onderzoek naar steekpenningen bij de toewijzing voor het WK, leverde uiteindelijk geen bewijs op.