Illustratie Enkeling

Sinan Can: ‘Soms voelt het alsof mijn tijd bijna op is, alsof alles nú moet’

Openhartig Sinan Can (41) maakt documentaires (In het spoor van IS, Voorbij de grenzen van Saoedi-Arabië) en doet mee aan Wie is de Mol?. Hij beantwoordt acht persoonlijke vragen uit de lijst van Marcel Proust.

Wat ziet u als u in de spiegel kijkt?

„Een wat oudere, vermoeide man. Dat komt niet omdat ik maar drie tot vier uur per nacht slaap. Ik heb geen goede conditie, wel veel energie. Ik sta met hartstocht in het leven, kijk altijd uit naar de volgende dag. Maar ik doe te veel tegelijk. Series, boeken, een rubriek in De Gelderlander. Soms voelt het alsof mijn tijd bijna op is, alsof alles nú moet. Op mijn reizen zie ik dood en geweld, de laatste jaren verloor ik een paar dierbaren. Een mens is zo kwetsbaar. Tijd is kostbaar. En ik moet nog zo veel doen.”

Wat is uw meest typerende eigenschap?

„Ik wil mensen gelukkig maken. Maar als je bezig bent de ander te pleasen, vergeet je soms je eigen geluk. Nee zeggen is moeilijk.”

Wat is uw grootste angst?

„Het verliezen van dierbaren.”

Welke verleiding kunt u niet weerstaan?

„Eten. In Libanon hebben ze het lekkerste eten. Als ik in Beirut ben neem ik me voor me in te houden, maar zit ik eenmaal in een restaurant dan ga ik helemaal los. Kibbeh, fattoush, humus, tabouleh, halloumi. Als ik dan mijn bed in rol, denk ik: wat heb ik nu weer gedaan, morgen ga ik minder eten. De dag erna doe ik precies hetzelfde.”

Bidt u?

„Nee. Ik heb een soefi-achtergrond, de meer spirituele kant van de islam. Ik geloof meer in intenties dan in handelingen. Geen dogma’s voor mij. ”

Lijkt u op uw vader?

„Steeds meer. Mijn vader is een zachte, emotionele, empathische, integere man, op het naïeve af. Vroeger was ik daar boos om. Elk mens is te redden, vindt hij, slechtheid komt voort uit omstandigheden. Nee, vond ik, soms zijn mensen slecht omdat ze getikt zijn, of gewetenloos. Nu vind ik het mooi dat hij het vertrouwen in de mensheid nooit is verloren.”

Lijkt u op uw moeder?

„Mijn moeder is gepassioneerd, strijdvaardig. Ze geeft nooit op. Dat heb ik van haar. Ze komt uit een arm Koerdisch gezin. In Nijmegen opende ze een groenten- en kruidenwinkeltje terwijl iedereen dat afraadde. Ze werkte door toen ze een hernia had, toen ze last had van haar nieren, toen de verwarming stuk was en het bijna vroor in de winkel. Ze heeft ook altijd vrijwilligerswerk gedaan, taallessen, vrouwen helpen die te maken hadden met huiselijk geweld. Ze kreeg daar nog een lintje voor van de koningin, samen met mijn vader, die ook vrijwilliger is.”

Wat was een keerpunt in uw leven?

„Op mijn 21ste was ik in Istanbul tijdens een grote aardbeving. Ik kende geen tegenslag, had een fantastische jeugd in een warm gezin in een multiculturele wijk in Nijmegen. Ik werd daar in Turkije geconfronteerd met de dood. Het schild om mijn hart brak. Ik werd emotioneler. En ik leerde mijn eigen veerkracht kennen.”