Opinie

Ook Booking.com heeft zich aan de rechtsorde te houden

Israëlisch-Palestijns conflict

Het kan op het hoofdkantoor van Booking.com in Amsterdam niet als een verrassing komen dat het bedrijf aangevallen wordt door mensenrechtenorganisaties als Amnesty International. Zij keren zich tegen het aanbieden van logeeradressen in illegale Joodse nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever. Eerder al lag Airbnb onder vuur; na kritiek van onder meer Human Rights Watch besloot deze firma geen etablissementen in nederzettingen meer aan te bieden.

Volgens Amnesty wakkeren deze bedrijven – ook Expedia en TripAdvisor worden genoemd – mensenrechtenschendingen tegen Palestijnen aan. Het toerisme dat zij genereren, draagt immers bij aan het bestaan en de uitbreiding van de nederzettingen in bezet gebied. Strikt genomen verdient Booking geld aan een schending van het internationaal recht.

Tegenover Amnesty ontkent Booking dat het diensten aanbiedt die het onderhoud en het bestaan van nederzettingen ondersteunen. Wel heeft het bedrijf aan zijn 45 logeeradressen in bezet gebied, zij het in kleine letters, de woorden ‘Israëlische nederzetting’ toegevoegd. Deze aanduiding zou royaler mogen – wie zich niet in het conflict specialiseert, maakt gauw een vergissing.

Toch is het niet helemaal onbegrijpelijk dat Booking zich op de vlakte houdt. Nadat Airbnb zich uit de nederzettingen teruggetrokken had, kreeg het de volle laag. Allereerst van Israël zelf, dat dreigde om de dienst in heel het land te verbieden als het niet op zijn schreden zou terugkeren. De terugtrekking zou alleen tegen Israël gericht zijn en daarom naar antisemitisme rieken. Minister Gilad Erdan (Strategische Zaken, Likud) wil onderzoeken of hij Amnesty International naar aanleiding van dit rapport de toegang tot het land kan ontzeggen.

De kritiek is ook in de Verenigde Staten te horen. Deze week ging de Amerikaanse Senaat akkoord met een wet die het boycotten van Israël – maar ook van Joodse nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever – criminaliseert. Enkele staten, waaronder Florida, kondigden aan dat ze Airbnb op de zwarte lijst zetten.

Het gaat te ver om een bedrijf van antisemitisme te beschuldigen vanwege het respecteren van de internationale rechtsorde. Wel zou Airbnb er goed aan doen om zich niet alleen uit de Westelijke Jordaanoever terug te trekken, maar deze maatregel onderdeel te maken van een wereldwijde strategie. Zo biedt het bemiddelingsbedrijf nog wel adressen aan in andere bezette gebieden, zoals Noord-Cyprus en de Westelijke Sahara. Dat is hypocriet.

Hiertegenover staat dat bedrijven zich niet moeten laten gijzelen door geopolitiek powerplay van de gezworen bondgenoten Israël en de VS. Dat deze landen met harde maatregelen dreigen, betekent niet dat ze het morele of juridische gelijk aan hun kant hebben. Er zijn ook andere voorbeelden, zoals Ierland, dat juist bezig is met een wet die het importeren van producten uit de illegale nederzettingen verbiedt.

Onder de adressen van Booking bevindt zich een studiootje in de nederzetting Kfar Adumim, met prachtig uitzicht op de heuvels. Minder dan twee kilometer hiervandaan ligt het bedoeïenengehucht Khan al-Ahmar, dat met sloop bedreigd wordt. Niet onterecht stelt Amnesty dat de uitbreiding van Kfar Adumim een belangrijke oorzaak is van mensenrechtenschendingen tegen de lokale bedoeïenengemeenschap. Het is als buitenlands bedrijf ingewikkeld om in zo’n complexe en gepolariseerde omgeving te functioneren, maar aan zulke schendingen zouden bedrijven niet moeten willen bijdragen. Zelfs al is het indirect.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.