Ontslagzaak leidt tot ruzie in waterschap

Arbeidsconflict De hoogste ambtenaar van het waterschap Vallei en Veluwe werd in het geheim ontslagen. Dat leidde tot een slepende affaire. En tot aangifte bij de politie tegen dijkgraaf en VVD-senator Tanja Klip-Martin.

Algemeen bestuur van waterschap Vallei en Veluwe in spoedvergadering over ontslag hoogste ambtenaar. Dijkgraaf Klip-Martin vierde van links (achter tafel)
Algemeen bestuur van waterschap Vallei en Veluwe in spoedvergadering over ontslag hoogste ambtenaar. Dijkgraaf Klip-Martin vierde van links (achter tafel) Foto Bram Petraeus

„Een rare gewaarwording.” Zo herinnert Gerard Dalhuisen (63) zich het moment waarop hij hoorde dat waterschap Vallei en Veluwe van hem af wilde. „Voor mij kwam het als een totale verrassing. We hebben nooit een conflict gehad. Er is nooit met deuren geslagen. Ik heb altijd geprobeerd in harmonie te werken.”

Drie jaar geleden kreeg secretaris-directeur Dalhuisen te horen dat het dagelijks bestuur van het waterschap, met aan het hoofd dijkgraaf Tanja Klip-Martin, hem niet goed vond functioneren. Hij miste, zo heette het, de leiderschapsstijl in een veranderende organisatie. Zo begon een affaire bij het waterschap in Apeldoorn die tot vandaag voortduurt.

De zaak heeft, mede door juridische procedures, naar schatting van betrokkenen vele tonnen gekost. Doordat Klip-Martin prominent VVD-politica is en senator in Den Haag, heeft de affaire landelijke betekenis gekregen. De kwestie laat niemand onberoerd. De ontslagen secretaris-directeur voelt zich onheus behandeld. Een lid van het algemeen bestuur van het waterschap, PvdA’er Aart van Malenstein, heeft aangifte gedaan tegen de dijkgraaf en haar medebestuurders, dit wegens schending van de geheimhoudingsplicht.

Of de kritiek op Dalhuisen terecht was, daarover verschillen de partijen van mening. Feit is wel dat het waterschap volgens een uitspraak van de bestuursrechter in Arnhem, vorig jaar, niet veel gedaan heeft om de secretaris-directeur bij te sturen of tot en andere werkwijze te bewegen. Het waterschapsbestuur stelt daartegenover dat er al vanaf 2014 „ontevredenheid” over Dalhuisen bestond, dat er „vele gesprekken” zijn gevoerd en „bijna een jaar geïnvesteerd” werd om „tot afspraken” te komen. „Het waterschap heeft zich volop ingespannen en ingezet om in onderling overleg tot een oplossing te komen”, laat een woordvoerder van de dijkgraaf weten. Klip-Martin zelf gaf geen toelichting tegenover NRC.

Toch stelde de bestuursrechter dat de directeur „geen toereikende verbeterkans” is geboden en ook geen coaching en voorstellen tot mediation heeft gehad. Het waterschap, dus ook dijkgraaf Klip-Martin, had met zijn handelwijze de terugkeer van Dalhuisen „onmogelijk gemaakt”. De rechter kende Dalhuisen een hogere ontslagvergoeding toe dan het waterschap zelf had willen betalen; 315.000 euro bruto, ongeveer 176.000 euro méér dan de eerder uitgekeerde vergoeding.

De rechterlijke uitspraak was een van de redenen voor PvdA’er Van Malenstein om de handelwijze van dijkgraaf Klip-Martin aan de kaak te stellen. Zo deed hij vorig jaar aangifte bij de politie tegen haar en haar medebestuursleden, omdat Klip al in een vroeg stadium collega’s van Dalhuisen had verteld dat er gesprekken werden gevoerd over een eventueel vertrek van hun baas. Dit was tegen de afspraak in dat geheimhouding zou worden betracht. Advocaat Bernard Tomlow van de ontslagen directeur: „Ze heeft ondergeschikten verteld dat hun baas zou vertrekken. Dan begrijpt iedereen wat zoiets teweeg brengt.” De woordvoerder van de dijkgraaf: „Er was toen nog geen sprake van officiële geheimhouding, maar van een werkafspraak om dit binnenskamers te houden.”

Overdreven geheimhouding

Wat Van Malenstein tevens stoort, is de geheimzinnigheid waarmee vervolgens het ontslag werd omgeven – een geheimhouding waartoe het algemeen bestuur overigens zélf had besloten. Vergaderingen over de kwestie waren steevast besloten, stukken uit het dossier werden niet toegestuurd maar konden alleen op een kamertje van het waterschapskantoor in Apeldoorn tijdelijk worden ingezien. Er mochten geen foto’s worden gemaakt. Van Malenstein: „Ik moest tien keer zeventig kilometer heen en zeventig kilometer terug rijden om de stukken in te zien. Konden ze niet aangetekend verstuurd worden?” Het bestuur besloot tot geheimhouding met een beroep op de „persoonlijke levenssfeer” van de directeur. „Onzin”, zegt diens advocaat Tomlow: „De man zelf had daar geen problemen mee.” Dalhuisen nuanceert dat: „Niemand gaat graag over de tong. Enige mate van vertrouwelijkheid respecteer ik. Maar er schortte wel iets aan de informatievoorziening.”

Bestuurslid Van Malenstein stuurde een klacht naar de commissarissen van de koning in Gelderland en in Utrecht, over de zijns inziens overdreven geheimhouding. „Zelfs de agenda was geheim en werd niet van tevoren verstrekt.” Hij beschuldigt dijkgraaf Klip van een „niet-integere handelswijze” en verzocht een onderzoek. Dat komt er niet. Het is een „intern arbeidsconflict”, schrijft de provincie. Van Malenstein is verder verontwaardigd dat het dagelijks bestuur eerder overwoog aangifte tegen hém te doen, omdat hij, kort voor aanvang van een vergadering de voor het waterschapsbestuur pijnlijke uitspraak aan de overige bestuursleden had rondgestuurd. In die vergadering zou – nota bene – onder meer de herbenoeming van dijkgraaf Klip worden besproken. Van Malenstein: „Die rechterlijke uitspraak is openbaar. Maar niemand wist ervan. Het dagelijks bestuur had niemand erover verteld. Terwijl het algemeen bestuur partij is in deze zaak.”

Heeft de dijkgraaf die uitspraak toen achtergehouden? Zelf wil haar woordvoerder er niet op ingaan, „vanwege de geheimhouding in dit dossier”. Wel krijgt ze steun van een ander lid van het algemeen bestuur, Gerard van den Brandhof, fractievoorzitter van de ChristenUnie. „De uitspraak was niet geanonimiseerd en niet klaar voor publicatie. Ook het dagelijks bestuur beschikte er nog niet over.”

Handelwijze verdonkeremanen

Mocht het waterschap de kwestie-Dalhuisen jaren geheim houden? Jazeker, zegt Douwe Jan Elzinga, hoogleraar staatsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen. „Je mag sommige stukken geheim verklaren. Bijvoorbeeld als het gaat om privacygevoelige zaken, zoals ontslag. Het is niet de bedoeling dat alles op straat komt te liggen, want zo iemand moet ook verder.” Dat bestuursleden vervolgens op een kamertje onder bewaking de stukken even mogen inzien, had wat hem betreft ook wel anders gekund. „Je kunt ook werken met een besloten digitale ruimte waar je met een code toegang toe hebt.”

Wim Voermans, hoogleraar staatsrecht in Leiden, maakt kanttekeningen. „Dat je in het begin een kwestie als deze geheim verklaart, kan gebeuren. Maar als later iedereen weet dat iemand wordt ontslagen, is het wel gek dat die geheimhouding gehandhaafd blijft. Je kunt je afvragen of die geheimhouding dan niet wordt misbruikt, en is bedoeld om een handelwijze van het bestuur te verdonkeremanen of om te voorkomen dat het bestuur voor gek komt te staan.” Andere leden van het algemeen bestuur menen dat de aanhoudende geheimhouding te rechtvaardigen was. „Wij wilden deze kwestie in stilte afwikkelen, in het belang van alle partijen”, vertelt Gerard van den Brandhof „Zo hadden we dat eerder ook gedaan bij een andere directeur. We dachten dat ook deze kwestie in der minne kon worden opgelost, maar de secretaris-directeur heeft de zaak op de spits gedreven.”

De ontslagen secretaris-directeur Dalhuisen doet nu „klussen” voor de overheid. „Maar mijn reputatie is wel beschadigd.” De herbenoeming van dijkgraaf Klip-Martin gaat in maart in.

    • Arjen Schreuder