Opinie

    • Dominique Schnapper

Macron is te jong, te slim. Schande!

Frankrijk is een land van gelijkheid, maar door zijn politieke bestel torent de president boven iedereen uit, schrijft . Geen enkele president was zo gehaat als nu de getalenteerde Macron.

President Macron in debat met burgemeesters
President Macron in debat met burgemeesters Foto Philippe Wojazer/AFP

Een herinnering uit maart 1953. Aan het begin van de les op het Lycée Fenelon in Parijs was een van mijn klasgenoten, een meisje uit Tunesië, in tranen. We hadden zojuist gehoord dat Stalin dood was. Dat nieuws greep velen aan, ook buiten de communistische partij. Tirannen roepen nu eenmaal vaker passie en fascinatie op dan haat.

De haat die de Franse president Macron momenteel ten deel valt, is nooit eerder vertoond. De Fransen hebben in de loop van de geschiedenis ten aanzien van hun leiders wel vaker uiteenlopende en extreme gevoelens aan de dag gelegd, van bewondering tot aanhankelijkheid en haat. Maar de gevoelens rond de persoon van Emmanuel Macron zijn verrassend. Natuurlijk kun je kritiek hebben op zijn beleid of zijn stijl, wijzen op zijn onhandigheden en provocaties, maar hebben niet alle leiders hun tekortkomingen?

De haat jegens Macron verklaren op basis van zijn beleid volstaat niet, al moeten we deze factor niet uitvlakken. De concentratie van macht in één persoon heeft onvermijdelijk tot gevolg dat ook kritiek en verontwaardiging zich op die persoon concentreren. In de Vijfde Republiek, het tijdperk waarin Frankrijk zich nu bevindt, ligt de meeste macht nu eenmaal bij een republikeinse vorst die is gekozen door het volk. En de achtereenvolgende herzieningen van de Grondwet hebben er alleen maar toe geleid dat de macht van de president groter is geworden. De daarmee gepaard gaande verzwakking van alle lagen die tussen de president en het volk in staan, is dus niet louter te wijten aan de presidenten, maar ook aan die politieke instituties zelf.

Lees ook: Volkswoede richt zich op ‘verrader’ Macron

Zo was er in 1968 bezorgheid over het rechtstreekse contact tussen president De Gaulle en studentenleider Daniel Cohn-Bendit en over het feit dat de opstand ertoe leidde dat het hele overheidsbestel in twijfel werd getrokken. Maar toch kwam premier Pompidou met de vakbonden wel tot de Akkoorden van Grenelle, waarin verbetering van de arbeidsvoorwaarden werd beloofd. En de politieke partijen, de Communistische Partij voorop, organiseerden wel debatten en verkiezingen. Want aan verkiezingen dankten ze hun legitimiteit. Alleen aan de radicale linkerzijde werd gerefereerd aan de beroemde uitspraak van Jean-Paul Sartre – ‘élections, piège à cons’, ‘verkiezingen zijn een valstrik voor idioten’ – toen De Gaulle op 30 mei 1968 het parlement ontbond en nieuwe verkiezingen uitschreef. De Communistische Partij begon onmiddellijk met haar verkiezingscampagne en niemand betwistte de legitimiteit van het nieuwe parlement dat werd gekozen.

Verzwakte politieke instituties

De politieke instellingen zijn sindsdien niet veranderd, maar het uiteenvallen van de democratische maatschappij, die ik met een verwijzing naar Montesquieu ‘extreem’ heb genoemd, is frappant. Alle instituties staan anno 2019 ter discussie. Alleen de vakbond CFDT doet nog dapper haar best om een bijdrage te leveren aan het publieke debat. De andere vakbonden en de traditionele politieke partijen lijken uitgeput. Lokale krachten hebben de leiding op zich genomen en verzetten zich tegen de centrale regering. De rol van het parlement is verzwakt en het is maar de vraag of ontbinding van het parlement zou leiden tot nieuwe politieke legitimiteit voor de president, die in 2017 werd gekozen en nog tot 2022 te gaan heeft.

Zo vormen de Gele Hesjes – een beweging zonder leiders en zonder organisatie, die betogingen organiseert, geen regels kent, alleen maar dwarsligt en de legitimiteit van de president in twijfel trekt – de afspiegeling van een maatschappij die, ten diepste, hiërarchie, autoriteit, onderscheid en bevoegdheden afwijst.

Als de democratische dialoog, die een beroep doet op de redelijkheid van allen, niet meer mogelijk is, blijven geweld en haat over. De ‘extreme’ democratie geeft die haat een bijzondere vorm. In een wereld waar gelijkheid wel en vaardigheden niet gewaardeerd worden, is de president niet slechts degene die alle macht in handen heeft en die dus alle kritiek over zich heen krijgt, zoals zijn voorgangers. Hij breekt ook radicaal met de hang naar gelijkheid.

Getalenteerd en zonder tegenslag

Men vindt het schandalig dat Macron ook nog jong en talentvol is. Bovendien heeft hij nooit tegenslagen en mislukkingen meegemaakt. Mitterrand werd pas president na een lang politiek leven en na twee mislukte presidentsverkiezingen. Ook Chirac werd president na een lange politieke lijdensweg en twee mislukkingen: die littekens brachten hem nader tot zijn kiezers. De term ‘arrogant’, bijna uitgegroeid tot een homerisch bijvoeglijk naamwoord, vertolkt de haat jegens degene die dergelijke beproevingen niet heeft hoeven doorstaan.

Alleen Valéry Giscard d’Estaing riep vergelijkbare haatgevoelens op, aan het einde van zijn termijn als president: hij was een getalenteerd politicus, een briljant pedagoog, jong, mooi en had een atletisch lijf. Maar de haat jegens hem was veel minder gewelddadig dan die jegens Macron. De haat jegens Nicolas Sarkozy had deels te maken met irritatie, maar zijn vulgariteit, zijn passie voor geld en materieel succes waren zijn kiezers niet vreemd. De intellectuelen mochten hem onuitstaanbaar vinden, de meerderheid van zijn aanhangers dacht daar anders over.

Jegens François Hollande was minachting het overheersende gevoel, meer dan haat. Minachting geeft een soort voldoening, want het geeft je het prettige gevoel dat een ander niet beter is dan jij. Het gevoel van superioriteit geeft zelfvertrouwen. Het is moeilijk om president Macron te minachten. Zijn electoraat bestaat uit hoogopgeleiden en maatschappelijk succesvolle mensen.

De haat van de democratie

Macron is slachtoffer van wat je kunt noemen ‘democratische haat’. De democratische maatschappij, waar alle functies in principe toegankelijk zijn voor iedereen, roept hoop en ambitie op. Daaruit volgt dat ook veel mensen zich teleurgesteld en vernederd voelen. En voor die onvermijdelijke mislukkingen kunnen we niet meer terugvallen op excuses als Gods wil, afkomst of lot. In een land waar iedereen gelijke kansen heeft en alleen op zijn verdiensten wordt afgerekend, worden degenen die maatschappijk niet succesvol zijn onvermijdelijk teleurgesteld, wat leidt tot gevoelens van onrecht en wrok jegens hen die overduidelijk zijn begiftigd met talenten en deugden en die in hun leven louter succes hebben gekend. Door hun tegenslagen vóór hun verkiezing tot president hadden François Mitterrand, Jacques Chirac en Nicolas Sarkozy blijk gegeven van een vorm van intimiteit met hun kiezers.

Lees ook dit opiniestuk: Het liberalisme van Macron maakt alleen kans als hij afstand neemt van de oude elite

De beheersing die president Macron medio januari zes uur lang tentoonspreidde tegenover een gehoor van driehonderd Normandische burgemeesters, zijn dossierkennis, zijn vermogen tot luisteren en zijn pedagogische kwaliteiten dreigen de zaak alleen maar erger te maken: hij is te jong en te intelligent. Arrogant, in één woord… Te vrezen valt dat veel kiezers zich, bij het zien van het spektakel in Normandië, net zo vernederd voelden als Marine Le Pen tijdens het beroemde verkiezingsdebat met Macron, in mei 2017, waarin ze zich agressief opstelde en fouten maakte. Hoevelen zullen zich op dat historische moment, bij het aanschouwen van de verpletterende superioriteit van de toekomstige president van Frankrijk, solidair hebben gevoeld met Le Pen, die werd neergesabeld door haar getalenteerde concurrent? Wat kun je daar anders dan haat tegenover zetten?

Vertaling: Friederike de Raat

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.

    • Dominique Schnapper