Opinie

    • Hugo Camps

Kampioenenbloed

Typisch voor WK’s is dat genade van een dag het overneemt van overmacht. Ook daarom is Mathieu van der Poel zondag in Bogense nog geen wereldkampioen. Terwijl hij dat met zijn dominantie van het crossseizoen wel verdient. De regenboogtrui hoort maar één veldrijder toe.

De zoon van Adrie en schoonzoon van Raymond Poulidor overstijgt het poldergeploeter in Nederland en Vlaanderen. Hij is internationale vedette geworden met een ongelooflijke koershonger: veldrijden, mountainbiken, op de weg. Amper 24 grossiert hij in nationale truien. ‘VdP’ is puur kampioenenbloed. Alleen een malariavlieg kan hem uit de kop van de wedstrijd houden. Fysiek en mentaal is hij niet te kraken, zonder pech geen abandon.

Mathieu van der Poel is niet zomaar een renner. Qua uitstraling staat hij op de hoogte van Tom Dumoulin, van de nieuwe mens naar de nieuwe renner. Een combinatie van acrobatiek, design en taalvaardigheid. Al is de speelvogel in hem minder fladderig dan het stigma lang deed vermoeden. Er zijn weinig renners die meer zorg voor hun lichaam dragen dan Mathieu. Ook hij is macrobiotisch links, maar dan op zijn Brabants. De zondag was de dag van de frietjes en een biertje. Dat bunkeren is passé: hij kan nu ook rijst eten tot hij erbij doodvalt. De speelvogel is beroeps geworden inclusief de rimram van hartslagmeters, data en trainingspeaks. Het fetisjisme van de laptop heeft ook van hem bezit genomen.

Helemaal gerobotiseerd is hij in niets. Van der Poel is nog steeds ongebreideld fietsgek. Er waait een aparte sensatie door hem heen als hij nijdige bochten en verraderlijke afdalingen kan nemen of op kousenvoeten probeert te lopen op de scherpe kant van een helling. Glijden, springen, schuifelen aan de hoogst mogelijke snelheid, daarvoor is hij geboren. Mathieu is niet bang van modder en ijs, en ook niet van spekgladde bruggetjes en balkjes, hij geniet juist van gevaar. Idem dito als hij met zijn Porsche rondtoert. Binnenkant bocht is zijn favoriete kanteling.

Mathieu heeft een nieuw type veldrijder in het leven geroepen: hemzelf. Zelfs aan de grootste slijkparcoursen geeft hij stijl. Hij danst in de modder of klieft er op souplesse doorheen. Het wordt nooit ploeteren in een bietenveld. De gedoemde wereldkampioen blijft superieur aan elk parcours. Het kan glad worden in Bogense, het kan ook regenen, voor de acrobaat uit Brabant maakt het niet uit. Hij is parcoursneutraal. Mathieu doet alles op klasse, inclusief gracieus beulen. Alles aan hem en aan zijn fiets is een esthetische ervaring.

Belgen op het WK: dat varkentje zal hij wel wassen. Zonder tegenslag rijdt hij iedereen uit het wiel. Spannender wordt het bij de dames met een Nederlandse kolonie die oogt als een armada. Marianne Vos, Lucinda Brand, Annemarie Worst; ze zijn elkaar waard. Ik gun Marianne de titel. Zij is erfgoed van het Nederlandse vrouwenwielrennen. Bij het NOC*NSF zit niet één zeloot die kan tippen aan het enthousiasme van haar enkeltjes. Met of zonder regenboogtrui, Marianne is een monument.

Het Nederlandse cyclisme is het kanonnenvlees van boerenkinkels ontgroeid. Er zitten nu gestileerde mannen en vrouwen op de fiets. Kunstwerkjes met het lachje van de revolutie. Op elk sportgala vallen ze op met hun geavanceerde atletische lijven, gepolijst van top tot teen. Scheve dwergen zie je niet meer op de fiets. Dames met een tractorkont ook niet. Renner en materiaal zijn duizelingwekkend verfijnd.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.

    • Hugo Camps