Recensie

Jeugd in Libanon krachtig gevangen in audiovisueel verhaal

De Libanese producer Radwan Ghazi Moumneh belandde als tiener in Canada toen zijn familie vluchtte voor de burgeroorlog uit Beiroet. In ‘Jerusalem in My Heart’ vertelt hij in klank en beeld zijn aangrijpende ballingschapsverhaal.

De Canadees-Libanese producer Radwan Ghazi Moumneh
De Canadees-Libanese producer Radwan Ghazi Moumneh Foto Rolinde Hoorntje

Jerusalem in My Heart, zo heet het project van Radwan Ghazi Moumneh en filmmaker Charles-André Coderre, dat eerder al hoge ogen gooide op Le Guess Who?

Jeruzalem kan alleen in ons hart bestaan, volgens de Libanese producer die werd geboren in een door burgeroorlog verscheurd Beiroet, verhuisde naar Oman en op zijn vijftiende in Canada terecht kwam. Zijn verhaal over de disfunctionaliteit van de regio wordt gekleurd door zijn ballingschap. De zwaarte, strijd en weemoed sijpelt in verschillende fases door zijn muziek terwijl de dia-projectoren ratelen. Op beschadigde foto’s in warm geel en rood zien we een vrouw uitdagend met een gevechtsstok zwaaien, zijn oom lachend in strijderspak. Als Moumneh zijn elektrische versterkte buzuk pakt, een Levantijns snaarinstrument dat lijkt op een luit, ontstaat heftige psychedelische rock met geluidseffecten. De felle noise-stoten werpen een sluier over het geluid en rukken steeds verder op. Moumneh eet de microfoon bijna op terwijl hij zijn stem met een slang omvormt tot zwaarmoedige minaretzang. Het is een confronterende catharsis, maar het dysfunctionele in de muziek vertelt even krachtig als subtiel het verhaal van een abrupt verstoorde jeugd en een in crisis achtergelaten thuisland.


Al spreekt negentig procent van het publiek dat in ongemakkelijke houdingen op Perzische kleedjes zit geen Arabisch, toch luistert iedereen ademloos naar de dandy met de zonnebril. Je hoort de dreiging in zijn zwaar vervormde stem. Je ziet het drama in de vlekken op de dia’s van verlaten gebouwen. De gitaar jankt. Plots verandert een pijnlijk indringende puls in een mediatieve soundscape op zijn modulaire synthesizer. Als Moumneh zijn analoge ‘buzuk’ pakt voor het traditionele folknummer ‘Layali Al-Rast’, haalt iedereen opgelucht adem. Terwijl de muzikant met warme uithalen zingt over een man die zijn religie opzegt, verschieten de beelden naar loof in pastelkleuren. Alleen het warme gevoel van weemoed blijft, denk je, maar dan pakt hij zijn slang. Hij sluit af met het zeurderige, sombere ‘Thahab, Mish Roujou’ alsof hij wil zeggen: pas op, dat prachtige Beiroet is nu even lelijk als mooi. Ongelofelijk knap hoe hij enkel met suggesties een zeer krachtig verhaal vertelt dat toch mystiek genoeg blijft.