‘Ik wil op mijn manier voor m’n oude dag zorgen’

Verplicht ZZP-pensioen Zelfstandige schilders zijn verplicht zich aan te sluiten bij bedrijfstakpensioenfonds BPF Schilders. John van Gilst weigert dit pertinent. Hij vindt de uitzonderingspositie van schilders oneerlijk. „Ik word gestraft omdat ik schilder ben.”

Schilder John van Gilst wil zelf kunnen kiezen hoe hij zijn pensioen regelt.
Schilder John van Gilst wil zelf kunnen kiezen hoe hij zijn pensioen regelt.

Onderhoudsschilder John van Gilst vindt het niet eerlijk. Veruit de meeste zelfstandig ondernemers in Nederland mogen zelf weten hoe zij sparen voor hun pensioen. Maar hij is schilder, en behoort daardoor tot de weinige beroepsgroepen die daar niet vrij in is. Hij is als zzp’er verplicht premie af te dragen aan bedrijfstakpensioenfonds BPF Schilders.

Van Gilst (55) weigert. „Ik wil mijn geld niet aan vreemden geven.” Sinds hij in 2016 als ondernemer begon, heeft Van Gilst nog geen cent overgemaakt aan het fonds. Daarom heeft hij nu een deurwaarder achter zich aan. De schuld is opgelopen tot ruim 3.500 euro. Deze maand kreeg hij een brief waarin de deurwaarder beslag dreigt te leggen op zijn huis in Rotterdam-Zuid. „Maffiapraktijken”, vindt Van Gilst. „Dat huis is niet eens van mij, het is van mijn vriendin.”

Het oneerlijkste vindt Van Gilst dat schilders zo’n uitzonderingspositie innemen. Een klusjesman, die soms één huis verderop op de steiger staat, hoeft geen pensioenpremie af te dragen. „Die kan dus een lagere prijs doorrekenen aan de klant. Dat bedrag is niet het einde van de wereld, maar ik word nu gestraft omdat ik schilder ben.”

Als het aan de vakbonden ligt, zijn schilders binnenkort geen uitzondering meer. Zij vinden, net als de linkse oppositiepartijen, dat alle zzp’ers verplicht moeten worden tot pensioenopbouw. Het is een van hun belangrijkste eisen in de onderhandelingen voor een pensioenakkoord. Die gesprekken wil minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) na de Provinciale Statenverkiezingen in maart hervatten, schreef hij vrijdag aan de Tweede Kamer.

Maar waar het verplichte pensioen voor zzp’ers nu een landelijk politiek thema wordt, groeit bij zelfstandige schilders het verzet. Belangenorganisatie Zelfstandigen Bouw komt al jaren in verzet tegen de plicht en stapte vorig jaar naar de rechter. De plicht zou in strijd zijn met mededingingsregels, omdat schilders door de pensioenkosten minder concurrerend worden. Donderdag kwam het vonnis naar buiten. De rechtbank verwerpt de eis van de zzp-organisatie, de verplichting blijft van kracht. Het is geen verboden kartelafspraak, want ondernemers mogen nog steeds hun eigen tarieven bepalen.

Woekerpolis

Schilder John van Gilst had al zijn hoop gevestigd op de rechter. Hij wantrouwt pensioenfondsen. „Ik ken die mensen niet. Het voelt voor mij alsof ik naar het casino ga en iemand anders met mijn geld laat gokken. En dan hoor ik over 15 jaar wel of ik nog wat gewonnen heb.”

Van Gilst heeft dan ook slechte ervaringen met financiële producten. Een eerdere baas van hem regelde het pensioen voor zijn personeel via een lijfrentepolis. Dat was een kleine tien jaar geleden. „En toen kreeg ik een brief waarin ze zeiden dat ze een spijtige mededeling hadden: 80 procent van mijn ingelegde kapitaal was verdampt door de crisis.”

De verzekering, Falcon Leven, bleek een woekerpolis te zijn. „Dan schieten de tranen in je ogen”, zegt Van Gilst. „Op dat moment heb ik gezegd: die fondsen krijgen van mij geen dubbeltje meer. Ze hebben naar mijn idee alleen maar van me lopen stelen.”

Als werknemer werd de pensioenpremie nog vanzelf afgetrokken van zijn loon. Maar toen Van Gilst in 2016 als zelfstandige begon, dacht hij er klaar mee te zijn. Tot hij een brief kreeg van BPF Schilders. „Ik had bijna nog geen klant gehad, of ik moest al pensioen afdragen. Mij werd verteld dat ik geen keus heb.”

‘Warmwelkomgesprek’

Wie als zelfstandig schilder begint, krijgt binnen een paar weken een telefoontje of brief van pensioenfonds BPF Schilders. Dat heeft de contactgegevens van de Kamer van Koophandel (KvK) gekregen, waar al deze starters ‘schilderen’ hebben ingevuld als bedrijfsactiviteit.

Koos Huitema is een van de pensioenmedewerkers die de nieuwe ondernemers belt. Het „warmwelkomgesprek” noemt hij dat. Huitema werkt voor pensioenuitvoerder PGGM, dat de pensioenen beheert namens BPF Schilders. „De meeste zelfstandigen zijn blij dat ze mee mogen doen”, zegt hij. „Ik vertel aan de telefoon dat het best vervelend kan zijn dat het verplicht is, maar als je daar doorheen prikt, ga je zien hoeveel voordelen er in die regeling zitten.” Wie bijvoorbeeld arbeidsongeschikt raakt, kan onder voorwaarden gratis pensioenrechten blijven opbouwen.

Het meeste verzet ziet Huitema bij zelfstandigen die de premie niet kunnen betalen. Sommigen proberen de pensioenplicht te ontduiken door te doen alsof ze geen schilder meer zijn. „Zij gaan terug naar de Kamer van Koophandel en zeggen ineens dat ze klusser zijn geworden.”

De KvK geeft zulke wijzigingen door aan het pensioenfonds. Maar dat schrijft deze mensen niet meteen uit. „We gaan het altijd uitzoeken”, zegt Huitema. Ze kijken op internet: presenteert de zelfstandige zich daar wél nog steeds als schilder? Ook vragen ze inzicht in de boekhouding. Wie meer dan de helft van zijn omzet uit schilderen haalt, valt onder het schilderspensioenfonds en dus onder de verplichting.

Het pensioenfonds verricht elk jaar ongeveer 150 van dit soort onderzoeken. Zelfstandigen zijn niet verplicht om hun boekhouding te laten zien. „Maar als ze niet meewerken, nemen wij een beslissing op basis van wat we wel weten”, zegt Huitema. „Dan hebben ze niet aannemelijk gemaakt dat ze buiten de verplichtstelling vallen.”

De meeste zelfstandigen zijn blij dat ze mee mogen doen

Koos Huitema pensioenuitvoerder PGGM

Ook bij het boekenonderzoek wordt Huitema soms tegengewerkt. Kort na de kredietcrisis, rond 2012, bezocht hij een zelfstandige thuis in de provincie Groningen. Die had al een paar jaar geen pensioenpremie betaald en claimde dat hij een klusser was. In de woonkamer kreeg Huitema de bankafschriften en een map vol facturen. De Groninger ging boven nog meer facturen halen. „In de facturen zag ik alleen maar ‘kluswerk, kluswerk, kluswerk’. Terwijl op de bankafschriften nog veel vaker ‘verricht schilderwerk’ stond.”

Huitema riep de man naar beneden. „Ik zei: volgens mij zit jij boven al die facturen met schilderwerk ertussenuit te halen. Klopt dat?” De man kreeg een rood hoofd en zei dat hij de premie niet kon betalen. Huitema: „Oooh, zei ik, dan moeten we een heel ander gesprek hebben.” De premie werd verlaagd. „Hij wist gewoon niet dat dat mogelijk was.”

Van Gilst staat nog gewoon bij de KvK ingeschreven als schilder. En omdat hij nog geen enkele pensioenpremie heeft betaald, zit er al lange tijd een incassobureau achter hem aan. In november werd het serieus: een gerechtsdeurwaarder dreigde met een openbare verkoop van zijn auto. „Maar die bleek te weinig te kunnen opleveren in de verkoop.”

Gelijk speelveld

De pensioenplicht voor zelfstandige schilders is al oud. Toen BPF Schilders in 1951 werd opgericht, besloten de werkgevers en vakbonden het fonds open te stellen voor alle schilders, of ze nou in dienst waren van een werkgever of niet. Ook in de jaren vijftig besloten sommige schilders op den duur om voor zichzelf te beginnen. Soms namen ze na een tijdje zelf personeel in dienst. Door de sectorafspraken konden zij pensioen blijven opbouwen.

Het pensioenfonds argumenteert dat het verplichte zzp-pensioen tot eerlijke concurrentie leidt tussen schilders onderling. „In andere sectoren zijn zzp’ers vaak veel goedkoper dan werknemers, omdat ze geen pensioenpremies afdragen”, zegt Mieke van Veldhuizen, bestuurder van BPF Schilders. „In onze sector hebben de werkgevers en werknemers besloten een gelijk speelveld te creëren.” Bij het fonds zijn nu 15.400 werknemers en 12.600 zelfstandigen aangesloten.

De pensioenplicht moet iedere vijf jaar opnieuw worden vastgesteld door het ministerie van Sociale Zaken. De vakbonden FNV en CNV en de werkgeversorganisatie voor schilders, OnderhoudNL, dienen een aanvraag in. Daarna toetst het ministerie hoe representatief deze aanvragers zijn. Spreken zij namens de sector? Voor een verplichtstelling moeten zij minimaal 55 procent van alle werkende schilders vertegenwoordigen. Dat is het geval als een schilder óf lid is van de vakbond, óf voor een bedrijf werkt dat is aangesloten bij de werkgeversvereniging. Bij de laatste aanvraag, in 2015, bleken de aanvragers 56,6 procent van alle schilders te vertegenwoordigen.

Belangenorganisatie Zelfstandigen Bouw tekende in 2015 tevergeefs protest aan bij het ministerie over de pensioenplicht. Afgelopen donderdag heeft ook de rechter hen in het ongelijk gesteld. Voorzitter Charles Verhoef weet nog niet of hij in hoger beroep gaat. Hij is „zeer teleurgesteld”. „Ruim tienduizend zelfstandige schilders lopen al jaren te hoop tegen het pensioenfonds. Zij zijn echt wel met hun oude dag bezig, maar ze willen zelf bepalen hoe ze dat regelen.”

Los van een eventueel hoger beroep heeft Verhoef volgend jaar, in 2020, een nieuwe kans om de verplichting aan te vechten. Dan toetst het ministerie opnieuw of de aanvragers representatief genoeg zijn. Het zou Verhoef niet verbazen als dat dan niet langer het geval is. „De laatste jaren zijn er steeds meer zzp’ers in de sector gekomen die rechtstreeks voor een klant werken. Die hebben dus geen link met de werkgeversvereniging.”

Dan maar klusbedrijf

Zelf zijn zelfstandige schilders verdeeld over hun pensioenplicht, bleek vier jaar geleden uit een enquête in opdracht van BPF Schilders. Pensioendeelnemers kregen bijvoorbeeld de stelling voorgelegd: ‘Het is goed dat zowel zzp’ers als werknemers pensioen opbouwen bij BPF Schilders’. 45 procent van de zelfstandig ondernemers was het ermee eens, 35 procent oneens, 20 procent antwoordde neutraal. Maar bij een andere stelling noemde bijna 80 procent van de zelfstandigen het „plezierig” dat het pensioen voor hen wordt geregeld.

Van Gilst ziet na het vonnis van de rechtbank geen opties meer om zijn deurwaarder te ontwijken. „Ik zal contact met hem opnemen om een betaalregeling te treffen. Maar ik vind het heel gek dat het fonds dit allemaal mag doen.”

En denk niet dat Van Gilst na het afbetalen van zijn schuld trouw pensioenpremies zal afdragen. „Ik ga naar de Kamer van Koophandel om mijn bedrijfsomschrijving te veranderen in een klusbedrijf.” En als het pensioenfonds dan bij hem langskomt om zijn administratie te bekijken? „Dan ga ik die niet laten zien. Laat hen maar bewijzen dat ik een schilder ben. Ik ga door tot de rechter. Dat ik voor mijn oude dag moet zorgen, lijkt me duidelijk, maar ik doe het op mijn manier.”