Foto Kees van de Veen

‘Ik mis mijn moeder. Met haar praten. Haar nabijheid. Alles’

Eenzaamheid De Syrische Lina Keilani (37) is eenzaam sinds ze met haar gezin in Nederland woont. Ze spreekt de taal, ze heeft werk. Maar thuis is ze hier niet.

Ze is hier voor de kinderen. Dat is wat Lina Keilani (37) een paar keer herhaalt. Opgroeien in een oorlogssituatie is voor kinderen slecht. Nog slechter dan voor volwassenen. In Syrië was het te gevaarlijk om naar school te gaan. Ze konden niet sporten, niet bij vrienden op bezoek. Ze konden vaak niet eens naar buiten.

Eerst vluchtte het gezin naar Jordanië. Vier jaar geleden kwam Lina naar Nederland met haar vier kinderen: Khaled, Mohammed, Alma en Gina. Zij zijn nu 14, 12, 8 en 6 jaar. Een jaar eerder was haar man Nasser (47) al naar Nederland gevlucht. Hij wachtte in een asielzoekerscentrum op een verblijfsvergunning en kreeg daarna een flat in Capelle aan den IJssel. Toen kon zijn gezin komen.

Voor de kinderen was het hier meteen fijn, zegt Lina. „Ze konden naar school en, oh, wat zijn de Nederlandse juffrouwen lief.” Ze mochten ook meteen sporten. Geen van de kinderen kon zwemmen, de oudste twee hebben nu ieder drie diploma’s. Nederland is inmiddels hun thuisland.

Bekijk ook de video waarin zes mensen vertellen wat eenzaamheid met je doet: Zo voelt het om eenzaam te zijn

‘Kletsen, eten, koffie, kletsen’

Voor Lina is het anders. Zij had haar mooie huis in Daraa verlaten, waar ze ’s avonds in de tuin konden zitten onder de druivenranken, tussen de citroen- en olijfbomen. In de Capelse flat drinkt ze geen koffie op elk tijdstip dat ze maar wil met buurvrouwen. En worden ook niet ’s avonds na het eten fluisterend de laatste nieuwtjes uitgewisseld. Ze mist de geuren van kruidige vleesgerechten die in Syrië tegen etenstijd door de straten dwarrelen. „Jullie houden niet van kruiden, hè? Wel van aardappels. Van aardappels houden wij ook, maar niet zo alleen met niks. Wij stoven die samen met vlees.”

Ik wist dat ik de taal moest leren. Zo snel mogelijk. Zonder taal ben je verloren.

In Syrië woonden haar ouders, haar vijf zussen en twee broers in de buurt. Zo ontelbaar vaak brachten ze avonden door met de familie. Niet dat ze veel bijzonders deden: kletsen, eten, koffie, kletsen. Het is de vanzelfsprekende nabijheid van dierbaren die je pas intens mist als je ze niet meer om je heen hebt. Het appen en facetimen met haar ouders, broers en zussen, kan dat niet vervangen. Trouwens, er zijn nog maar twee zussen in Daraa. Drie zussen en een broer zijn ook naar Jordanië gevlucht. Een broer zit in Amerika.

In Nederland hoorde ze de harde klanken van een taal die ze niet verstond. Na een tijdje vertaalde haar oudste zoon af en toe. En er was een Syrische buurvrouw die haar de eerste maanden hielp. „Ik wist dat ik de taal moest leren”, zegt Lina Keilani. „Zo snel mogelijk. Zonder taal ben je verloren.” Ze schreef zich in voor de inburgering en kwam in een klasje met allemaal Syrische vrouwen. Het gedeelde verleden als vluchteling, de gemeenschappelijke herinnering aan hetzelfde land en de taal verdreven de eenzaamheid een beetje. „We zaten niet alleen in de klas, we gingen samen winkelen en bij elkaar op bezoek.”

Lina Keilani uit Syrie woont nu zo’n vier jaar met haar gezin in Nederland. Ze heeft het hier goed naar haar zin, maar de gedachten aan haar thuisland en de familie die daar nog is maken dat ze zich soms eenzaam voelt.
Foto Kees van de Veen
Lina Keilani uit Syrie woont nu zo’n vier jaar met haar gezin in Nederland. Ze heeft het hier goed naar haar zin, maar de gedachten aan haar thuisland en de familie die daar nog is maken dat ze zich soms eenzaam voelt.
Foto Kees van de Veen
Kees van de Veen

‘Ik mis haar’

En dan was er buurvrouw Els, die zei: „Ik zal je helpen met de taal.” Ze praten samen Nederlands, oefenen zinnen en woorden. „En ik heb ook zelf veel geoefend, door naar kinderprogramma’s te luisteren en naar YouTubefilmpjes.” Ze haalde haar inburgering in een jaar.

Je kunt je ook eenzaam voelen met lieve mensen om je heen

Ze kon meteen beginnen met de opleiding ‘kleding maken’ aan de modevakschool in Rotterdam. Ze zit in het tweede jaar en loopt nu stage bij ‘Kledingreparatie Judith’ in Capelle. Eigenaresse Agaath is ook zo’n onmisbare schakel in het nieuwe leven.

Lees ook het interview met Sammy de With (20): Op Instagram of Facebook zien: anderen zijn wél op stap

Ze is druk met school, stage en de kinderen. Ze voelt zich zelfs „een klein beetje” Nederlandse. Het gaat beter dan in het begin. De eerste twee jaar vond ze het lastigst. De eenzaamheid is minder, maar altijd aanwezig. Je kunt je ook eenzaam voelen met lieve mensen om je heen, zegt ze. Omdat ‘thuis’ nog steeds ergens anders is. Wie ze het meeste mist? „Mijn moeder.” Dan komen de tranen. Zeven jaar heeft ze haar niet gezien. „Ik mis haar. Met haar praten. Haar nabijheid. Alles.” Ze hoopt dat er een moment komt dat ze elkaar weer kunnen ontmoeten. „Die oorlog duurt maar voort.”

Ze herneemt zich en dept met een tissue onder haar ogen. „Ik moet niet omkijken. Ik kijk naar de toekomst. Hier is het beter voor de kinderen. Als zij blij zijn, zijn wij ook blij.”

Lina Keilani uit Syrie woont nu zo’n vier jaar met haar gezin in Nederland. Ze heeft het hier goed naar haar zin, maar de gedachten aan haar thuisland en de familie die daar nog is maken dat ze zich soms eenzaam voelt.
Foto Kees van de Veen
Lina Keilani uit Syrie woont nu zo’n vier jaar met haar gezin in Nederland. Ze heeft het hier goed naar haar zin, maar de gedachten aan haar thuisland en de familie die daar nog is maken dat ze zich soms eenzaam voelt.
Foto Kees van de Veen
Foto’s Kees van de Veen
    • Sheila Kamerman