‘Ik begreep niet eens wat Dijkhoff zei’

Clemens Cornielje Commissaris van de koning in Gelderland Clemens Cornielje (60) is de langstzittende commissaris van de koning, en een van de laatste ouderwetse liberalen. Nu vertrekt hij.

Clemens Cornielje was lang ziek. „Tijdens de bestralingen en chemokuren bleef ik alle stukken lezen. Ik dacht: ik kom terug en dan moet ik bij zijn.”
Clemens Cornielje was lang ziek. „Tijdens de bestralingen en chemokuren bleef ik alle stukken lezen. Ik dacht: ik kom terug en dan moet ik bij zijn.” Foto Roger Cremers

Eigenlijk wilde Clemens Cornielje (60) de politiek nog niet verlaten. Een van de meest ervaren bestuurders van Nederland, de langst zittende commissaris van de koning bovendien, was na zijn geplande afscheid graag teruggekeerd naar Den Haag. Hij wilde voor de VVD de Eerste Kamer in. Maar net toen Cornielje zich moest aanmelden, in de zomer van 2018, kreeg hij een hersenvliesontsteking. „Ik was te ziek om dat besluit te nemen”, zegt Cornielje.

Op 1 februari neemt Cornielje afscheid als commissaris van Gelderland. Met zijn vertrek verlaat een van de laatste ouderwetse liberalen de politiek. Cornielje is een anachronisme in de VVD. Hij leerde het vak als woordvoerder van Frits Bolkestein, en werkte als Tweede Kamerlid lange tijd onder Hans Dijkstal – twee mannen die hij nog altijd bewondert. Cornielje gold als verdediger van klassieke liberale waarden. Zo botste Cornielje met de VVD-fractieleiding toen Ayaan Hirsi Ali islamitische scholen – en daarmee de vrijheid van onderwijs – aanviel. In 2005 stapte hij uit de fractie om commissaris te worden. Hij voelde zich niet thuis bij de hardere, rechtsere toon van de partij.

Cornielje loopt achter een rollator, in zijn kamer in het provinciehuis in Arnhem. „Ik heb uitval aan mijn rechterbeen en rechterarm”, zegt hij. „E-mails schrijven gaat langzaam. Ik heb beperkingen. Maar hierboven werkt het nog goed.” Er is anderhalf jaar geen tumoractiviteit gemeten. Kanker, zegt hij, is voor hem een chronische ziekte geworden.

Het grootste deel van zijn periode in Gelderland had Cornielje te maken met ziekte. In 2010 kreeg hij de diagnose longkanker en in de jaren die volgden kwam de ziekte twee keer via uitzaaiingen terug. In 2012 werd hij opgegeven, maar experimentele medicijnen redden zijn leven.

Vlak nadat hij in april vorig jaar had besloten te stoppen als commissaris, kwam de kanker wéér terug, in de vorm van een hersentumor. En daarna kwam de hersenvliesontsteking die hem „zo vreselijk ziek” maakte dat een overstap naar de senaat er niet meer inzat.

Cornielje heeft als bestuurder zijn ziekte nooit willen verbergen. „Het verlaagt de drempel. In mailtjes van burgers zie ik het vaak terugkomen.” En hij besloot dat hij zo veel mogelijk door wilde werken. Voor zijn onderzoeken moest hij iedere maand naar Amsterdam. Hij liet zich ’s middags met de auto ophalen om snel weer in Arnhem te zijn voor de wekelijkse collegevergadering. „Dan miste ik de ochtend al en wilde ik er ’s middags wel bij zijn. Tijdens de bestralingen en chemokuren bleef ik ook alle stukken lezen . Ik dacht: ik kom terug en dan moet ik bij zijn. Die overtuiging had ik altijd.”

Hoe voelt u zich nu?

„Ik werk voor driekwart, ik voel me goed. Ik slik ’s ochtends en ’s avonds een pil. En ik kan alles doen, ik heb alle energie.”

Is werken voor u een vlucht?

„Misschien, maar het is toch ook fantastisch om te werken? Wat je allemaal mag doen, zeker in mijn vak.”

Is werk afleiding, of meer zingeving?

„Ja, zingeving. Dat is het precies. Mijn vader is 93 geworden. In maart vorig jaar is hij overleden, door ouderdom. Maar hij schreef nog een boek toen hij al boven de negentig was. Die was altijd bezig. Hij kon zich niet voorstellen dat hij niks ging zitten doen. Ik ook niet. Hij kon zich trouwens ook niet voorstellen dat ik vrijwillig zou zeggen dat ik zou stoppen. Dat heeft hij net niet meer hoeven meemaken.”

Ziet u er tegenop?

„Een beetje. Het is heel verstandig. Maar zoals het nu gaat, met een agenda die steeds volloopt, altijd geleefd worden, dat is heerlijk.”

Cornielje profileerde zich de afgelopen jaren als politicus van de oude stempel. Hij twittert niet en zit niet op Facebook. Hij heeft een afkeer van modern populisme. Het baart hem zorgen, nu misschien nog meer dan in zijn eigen tijd in de Kamer. „Ik zie het op dit moment van links tot rechts”, zegt Cornielje.

Ook in uw eigen VVD?

„Ja. Bij alle partijen, ook de VVD.”

Lokale VVD-bestuurders vinden dat de VVD niet te populistisch mag worden. Wat vindt u?

„Zo zit ik er nog steeds in, ik ben niet veranderd. Het heeft misschien ook te maken met hardere omgangsvormen in Den Haag. En de snelheid waarmee het nieuws zich verspreidt. De oordelen zijn zo snel gevormd.”

Maakt die snelheid politici gevoelig voor scoren? Had u dat bijvoorbeeld toen fractievoorzitter Klaas Dijkhoff met zijn wijkenplan kwam bij de Algemene Beschouwingen?

(afwerend:) „Ik begreep eigenlijk helemaal niet wat hij bedoelde.”

U vond het populistisch?

„Is iets over migratie zeggen meteen populistisch? Ik herinner mij nog dat wij in de jaren negentig de slogan hadden: beperking immigratie, bevordering integratie, bestrijding discriminatie. Als Dijkhoff zoiets nu zegt, moet je dat niet meteen wegzetten als populistisch. In 2015 hebben we hier in Gelderland vluchtelingen opgevangen met een noodplan. Dat hebben we goed gedaan. Maar je kunt niet als samenleving zo maar doorgaan, er moeten grenzen gesteld worden. Alle partijen moeten daar een antwoord op geven, zonder als populistisch te worden weggezet.”

Maar als een fractielid [Wybren van Haga] zegt: we moeten aan geboortebeperking in Afrika doen?

„Nee, daar geloof ik niet in, dat soort teksten, nee.”

Gaat u zich weer met uw partij bemoeien nu u stopt als commissaris?

„Dat denk ik wel. Je kunt niet langs de kant gaan staan en zeggen: ik voel me niet thuis en ik doe er niks aan.”

    • Guus Valk
    • Pim van den Dool