Grote slagen met kleine poppetjes: de mannen achter wargaming

Wargaming Het wordt al honderden jaren gespeeld: oorlogje. Mannen die houden van handenarbeid, geschiedenis en strategie, gaan elkaar te lijf op een heel klein slagveldje.

Een lid van de Amsterdam 6 shooters, een wargamingclub.
Een lid van de Amsterdam 6 shooters, een wargamingclub. Foto Olivier Middendorp

De Pruisische militair Georg von Reiswitz mocht in 1824 zijn nieuwe spel demonstreren voor de top van het Pruisische leger. Op een grote papieren kaart schoof hij met blokjes ter grootte van een gummetje. Te midden van de statige legeraanvoerders bepaalde een spelleider wat wel en niet kon op het kleine strijdtoneel. Met dobbelstenen werd bepaald of schoten raak waren – en hoe ver eenheden mochten bewegen. Kriegsspiel werd het genoemd. Volgens de historische overlevering riep opperbevelhebber Karl von Müffling, die zelf in 1815 nog tegen Napoleon had gevochten bij de Slag bij Waterloo, tijdens de demonstratie enthousiast: „Dit is geen spel. Dit is een training voor oorlog.”

195 jaar vooruit. Eltjo Verweij (46) uit Uithoorn legt een groot wit kleed neer op een ovale tafel van ruim anderhalve meter. Hier en daar moeten donkere vlekken modder suggereren. Uit plastic opbergkisten haalt hij huisjes, boompjes, mos, een hooiberg en een kerkje. Dat kerkje kostte hem 50 euro, online besteld bij een bedrijf dat miniatuurgebouwtjes maakt. Het mos en de boompjes komen gewoon van de Action.

Uit laatjes verschijnen 120 zorgvuldig opgeborgen soldaatjes van ongeveer een halve vinger groot. Tussen duim en wijsvinger zet hij ze zorgvuldig neer op het kleed. Infanteristen met geweren en lange vlaggen, cavaleristen te paard. Uit een fluwelen zakje haalt hij tenslotte nog een stuk of twintig dobbelstenen. Op de vensterbank ligt een stapel boeken met lectuur over negentiende-eeuwse oorlogsvoering.

Verweij bereidt een slag uit 1809 voor tussen de Brunswijkers aan de ene kant en de Fransen en Westfalen aan de andere, die plaatsvond bij het dorpje Dodendorf in de buurt van Maagdenburg. Hij is zelf spelleider, straks schuiven vijf spelers aan, het is drie tegen twee vandaag. De mannen, het zijn alleen mannen, zijn lid van de Amsterdam 6 Shooters, een miniatuur wargaming-club die elke twee weken bij elkaar komt in het clubgebouw van een lokale sport- en ontspanningsvereniging.

Lange jassen

Wargamen is de haute cuisine van bordspellen – voor de fijnproevers. Een combinatie van precisie handarbeid, historisch uitzoekwerk en strategisch inzicht. De handleidingen van de spellen zijn dikke, fraai vormgegeven boeken – het uittreksel met alleen de regels is al vijf A4’tjes lang. Het spelbord heeft geen vakjes zoals bij Monopoly. Dat bord moet je bovendien bij elkaar scharrelen of zelf maken. De soldaatjes koop je doorgaans onbeschilderd. Een hobby waar zowel veel tijd als geld in gaat zitten.

Prins Maurits speelde en oefende al met tinnen soldaatjes

Louis Sloos, militair historicus

Op het strijdtoneel van Verweij staat vandaag voor zo’n 100 euro aan soldaatjes. Allemaal zijn ze door hemzelf geschilderd. „Aan het schilderen ben ik iedere avond een uurtje kwijt. Voor mijn werk zit ik de hele dag achter de computer, dan is het lekker om thuis met mijn handen bezig te zijn.” Daarbij let hij op de details: „Mijn Brunswijkers komen eigenlijk uit een collectie voor de Slag bij Waterloo. Maar de échte Brunswijkers van 1809 hadden iets langere jassen, dus heb ik met een klein beetje klei de jassen wat langer gemaakt.”

De Napoleontische oorlogen vormen een van de populairste periodes van het historische wargamen. „Bij de legers uit die periode zijn de verschillende eenheden, infanterie, cavalerie en artillerie, het best in verhouding”, zegt Verweij. „Bij latere oorlogen speelt bijvoorbeeld luchtmacht een veel belangrijkere rol.”

Laden, presenteren, schieten! De Fransen vallen aan. Twaalf dobbelstenen rollen over de speeltafel. Minstens een vier betekent een voltreffer, met de overgebleven dobbelstenen wordt nog eens gegooid om het effect van de rake treffers te bepalen, minstens een zes betekent een gesneuvelde. Bij deze worp sneuvelen drie Brunswijkers, ze belanden naast het bord. Verweij legt wat watten op het bord, dat zijn kruitdampen. Ze geven ook aan dat de soldaten daar eerst weer moeten laden, voordat ze opnieuw kunnen schieten.

Watten op het bord dienen als kruitdampen. Foto Olivier Middendorp

De spelers kijken gespannen toe. Bondgenoten overleggen als een generale staf. Naar elkaars dagelijkse leven wordt niet geïnformeerd, dat gebeurt pas als het spel én de nabeschouwing afgelopen zijn – en de tap open gaat. „Tijdens het spelen denk je af en toe toch aan de echte generaals van destijds. Nu offer je poppetjes op, toen waren het levende soldaten”, zegt Verweij.

Hoeveel mensen in Nederland wargamen is niet precies bekend. Jurjen Boorsma (52), een van de oprichters van de Amsterdam 6 shooters, schat dat ongeveer vijfhonderd à duizend Nederlanders historische wargames spelen, mede op basis van de actieve Facebookgroep waar 985 mensen lid van zijn. Het grootste wargaming-evenement dit jaar is Poldercon, daar komen tussen de 130 en 150 man (wederom vooral mannen) op af.

De mannen van Amsterdam 6 Shooters, middenin een van hun veldslagjes.
De mannen van Amsterdam 6 Shooters, middenin een van hun veldslagjes.
Foto’s Olivier Middendorp

De wargamers van nu zetten een eeuwenoud spel voort. „Veel adellijke kinderen hadden legertjes om mee te spelen. Prins Maurits speelde en oefende al met tinnen soldaatjes. En ook Filips II speelde met soldaatjes”, zegt Louis Sloos, militair historicus en conservator van het Nationaal Militair Museum. In de zeventiende eeuw was er al een soort schaakspel met figuurtjes van soldaatjes. „Von Reiswitz voegde hier in de negentiende eeuw het vrij bewegen over de kaart aan toe. Zijn spel is heel invloedrijk in Nederland geweest, omdat het in 1870 werd ingevoerd als training aan cadetten van de KMA, de Koninklijke Militaire Academie.” Oorlogsspelletjes waren in de negentiende eeuw ontzettend populair, zegt Sloos. „Dat kwam door alle oorlogen die er toen waren. Dit heeft ongeveer geduurd tot de Eerste Wereldoorlog. Toen bleek hoe gruwelijk oorlog was geworden nam de populariteit af.”

3D-geprinte soldaatjes

Miniatuur wargaming was altijd een spel voor de handige hobbyist. Het inkleuren van de onbeschilderde soldaatjes is precisiewerk. Fred Feenstra (53) uit Dronten vindt dat het mooist aan wargaming. „Op een avond schilder ik tien soldaatjes tegelijk. Onder een felle lamp met zo’n bril op die alles vergroot. Over tien soldaatjes doe ik iets van twee uur.”

Lees ook het interview met Napoleon-biograaf Adam Zamoyski: ‘Die nederige komaf was precies Napoleons grote complex’

Er veranderen ook dingen. Een paar jaar geleden heeft een technologische vernieuwing zijn intrede gedaan: de 3D-printer. Ludwig van Dijk (48) uit Arnhem heeft met behulp van zijn 3D-printer bijna heel Arnhem ten tijde van de Tweede Wereldoorlog uitgeprint, bij elkaar ruim honderd gebouwtjes en andere elementen, zoals bruggen. „Met foto’s uit de jaren 40 van Arnhem zoek ik welke gebouwen van belang zijn. Met Tinkercad, een online tekenprogramma, teken ik ze na. Dat werkt een beetje als een blokkendoos waarbij je stukjes kunt uitsnijden of laten samensmelten. De tekening zet je om naar code, dan doet de printer de rest. Met een klein gebouwtje ben je drie tot zes uur bezig, maar voor de Eusebiuskerk had ik wel 24 uur nodig.” Van Dijk zou zich kunnen voorstellen dat wargamingclubs samen een 3D-printer aanschaffen. „Je kunt dan met elkaar snel een groter project realiseren.”

In vijf eeuwen van de tinnen soldaatjes van prins Maurits tot 3D-geprinte strijdtonelen. Is dit de toekomst van miniatuur wargaming? Van Dijk zelf denkt dat het steeds meer gebruikt zal worden. „Maar de echte hobbyisten zullen wel willen blijven bouwen.”