‘Eenzaamheid zit ingebakken in het leven zelf’

Eenzaamheid Tien procent van de Nederlanders, oud én jong, ervaart gevoelens van sterke eenzaamheid. Houdt dat gevoel erg lang aan, dan kan het leiden tot piekeren, stress, slecht slapen en depressie. ‘Men voelt zich nutteloos, omdat men niet van betekenis is voor een ander.’

scroll

In Rotterdam leeft een oude man die slechts één persoon toelaat in zijn leven – en zij is eenzaamheidsonderzoeker. Hij draagt haar visitekaartje in de binnenzak van zijn colbert. Anja Machielse, bijzonder hoogleraar aan de Universiteit voor Humanistiek. Als hij dood gevonden wordt, zegt hij weleens, weten de vinders tenminste wie ze kunnen bellen.

Een keer per jaar krijgt de man een brief van Machielse – een telefoon heeft hij niet. In de brief leest hij dat ze volgende week voor zijn deur staat voor het jaarlijkse bezoek. Een week later belt ze aan en loopt hij de trap af van zijn flatje op eenhoog en gaan ze naar een terras in de buurt om te praten. „Heel zijn leven heeft hij geen aansluiting met anderen gevonden”, vertelt Machielse. „Omgaan met anderen ervoer hij als sociale druk. Druk waar hij niet mee kon omgaan.” Halverwege de vijftig werd hij arbeidsongeschikt verklaard. Nu is hij 83.

Met zijn familie heeft hij al zo’n twintig jaar geen contact meer. Maatschappelijk werkers laat hij niet meer binnen. Machielse belt regelmatig met een ouderenwerker die een paar keer per jaar aan zijn intercom staat, voor een teken van leven. Dus eh nee, op korte termijn een journalist aan hem voorstellen, durft Machielse niet aan. „Hij zegt dat hij niet in staat is een normaal leven te leiden. Dat hij gewild had dat het wel zo was.”

Zo extreem alleen als de man in Rotterdam leven maar weinigen. Maar toch. Ongeveer tien procent van de volwassen Nederlanders ervaart sterke eenzaamheid. Dat komt neer op ruim één miljoen mensen. Nog eens één op de drie Nederlanders voelt zich geregeld matig eenzaam. Bij laagopgeleiden en inwoners van niet-westerse komaf komt eenzaamheid bovengemiddeld vaak voor, maar niemand wordt gespaard: eenzaamheid raakt zowel mannen als vrouwen, zowel twintigers als zestigers. Bij 75-plussers neemt eenzaamheid verder toe en van de 85-plussers is 15 procent sterk eenzaam. Raming is dat het aantal eenzame ouderen groeit van 700.000 nu naar 1,1 miljoen in 2030.

Dat is een schrikbeeld, vindt minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA). Hij was wethouder in Rotterdam toen daar een vrouw gevonden werd die tien jaar dood in haar woning had gelegen. Niemand had haar gemist. Bestrijding van eenzaamheid, met name onder ouderen, ziet De Jonge sindsdien als een belangrijke taak. Zijn vorig jaar gelanceerde actieprogramma, Eén tegen Eenzaamheid, moet zorgen voor een „trendbreuk”. Gemeenten, hulporganisaties, supermarkten, musea, apothekers: iedereen met plannen om eenzaamheid onder ouderen te doorbreken is welkom om „coalities” te smeden en activiteiten op te zetten. Het kabinet trekt voor het actieprogramma tot en met 2021 34 miljoen euro uit.

Beleidsmakers willen altijd cijfers en procenten, maar wat wij meten is dus een intensiteit van een gevoel.

Maar is eenzaamheid wel te bestrijden? Hoe dan? Is alle eenzaamheid problematisch? En wat verstaan we eigenlijk onder eenzaamheid?

Om met het laatste te beginnen: eenzaamheid komt neer op het lijden onder gemis aan contact. Mensen die een hechte band met een ander missen – vaak een levenspartner – kampen met ‘emotionele eenzaamheid’. Het missen van vrienden, kennissen, gezelligheid heet ‘sociale eenzaamheid’. Gemis is een gevoel en dus subjectief: de behoefte aan contact kan verschillen van dag tot dag en van persoon tot persoon.

Lees ook het interview met René van der Waard (67): ‘Dat mis ik nu. Een maatje, een hand, goedemorgen zeggen’

Onderzoekers meten eenzaamheid door respondenten in te schalen aan de hand van stellingen als ‘ik ervaar een leegte om me heen’ en ‘ik heb veel mensen op wie ik volledig kan vertrouwen’. Veelgebruikt is de zogenoemde ‘Eenzaamheidsschaal’ van de Vrije Universiteit, die respondenten indeelt aan de hand van elf stellingen. Scores lopen uiteen van ‘niet eenzaam’ via ‘licht’ en ‘matig’ tot ‘sterk’ eenzaam, vertelt hoogleraar sociologie aan de VU Theo van Tilburg, medeontwikkelaar van de Eenzaamheidsschaal. „Het afkappunt – zo van: vanaf die score noemen we iemand eenzaam – kun je willekeurig waar op de schaal leggen. Beleidsmakers willen altijd cijfers en procenten, maar wat wij meten is dus een intensiteit van een gevoel.”

Liefdesverdriet, heimwee, melancholie

Voor het ervaren van eenzaamheid hoef je niet fysiek alleen te zijn, zoals iedereen weet die zich weleens verloren heeft gevoeld tijdens een netwerkborrel, bruiloftsfeest of – ook geen zeldzaamheid – in gezelschap van de eigen huwelijkspartner.

Andersom stellen onderzoekers alleen-zijn ook niet gelijk aan eenzaamheid. Het vervullende alleen-zijn – de teruggetrokken schrijver die geïnspireerd werkt aan een roman, de wandelaar die zijn hoofd leegt in de bergen – telt nadrukkelijk níet als ‘eenzaamheid’, ook al wordt dat woord er geregeld voor gebruikt. Filosoof Hannah Arendt biedt uitkomst voor die spraakverwarring: zij bestempelde het vruchtbare alleen-zijn als ‘solitude’. Te onderscheiden van het ongewenste gemis van contact dat ze als ‘loneliness’ bestempelde.

Net zoals honger ons het signaal geeft dat je moet eten, geeft eenzaamheid het signaal aan ons sociale dieren: ‘zoek contact’

Niet alleen spraakverwarring maakt dat eenzaamheid vaak wordt beschouwd als onproblematisch. Een gangbare school of thought is dat eenzaamheid weliswaar onprettig is, maar gewoon bij het leven hoort – net als liefdesverdriet, heimwee, melancholie. „Iets dat zo ingebakken is in het DNA van ‘het leven zelf’ kan niet zomaar gepathologiseerd worden, tenzij we dat leven zelf zien als aandoening”, schrijft oud-huisarts Rogier Vogelenzang in Wat ik met Kerst mis (2016), een bundel over eenzaamheid van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving. Vogelenzang pleit voor het weren van eenzaamheid „uit het domein van de hulpverlening”.

Eenzaamheidsonderzoekers gaan hier een eind in mee. Inderdaad, zeggen zij, momenten en levensfases van grotere eenzaamheid horen erbij, of het nu gaat om de nasleep van een scheiding of het gemis van nabije vrienden na een verhuizing. Studie na studie benadrukt bovendien dat het ervaren van eenzaamheid in zekere zin positief is: een prikkel die aanzet tot verbetering van de status quo. „Net zoals honger ons het signaal geeft dat je moet eten, geeft eenzaamheid het signaal aan ons sociale dieren: ‘zoek contact’”, zegt eenzaamheidsonderzoeker in Tilburg Gerine Lodder.

Lees ook het interview met Sammy de With (20): Op Instagram of Facebook zien: anderen zijn wél op stap

Pas als dat signaal niet tot verandering leidt, de eenzaamheid dus blijft bestaan, ontstaan volgens onderzoekers de problemen. De eenzaamheid beklijft, gaat de dagen overheersen, wordt de status quo. „Allerlei mechanismen kunnen in werking treden”, zegt Anja Machielse. „Mensen trekken zich terug omdat de contacten die ze nog wél hebben niet voldoen aan hun behoeften. Men wordt kwaad, omdat er niemand voor hen is. Of men voelt zich nutteloos, omdat men niet van betekenis is voor een ander.” En zo wordt de drempel naar de Ander hoger en hoger. Eenzaamheid wordt een gewoonte, kan veiliger gaan voelen dan het maken van contact. Men identificeert zich ermee – zie de Rotterdammer op eenhoog.

Bingo-avonden zijn te makkelijk

Chronische eenzaamheid is een gezondheidsrisico. Ze gaat gepaard met piekeren, meer stress, slecht slapen, depressie, een lager herstelvermogen bij ziekte. Het is dus niet verwonderlijk dat juist een minister van het departement van zorg eenzaamheid tot staatsvijand heeft verklaard.

Maar: versla die vijand maar eens. Anja Machielse is lid van de wetenschappelijke adviescommissie die deel is van De Jonge’s actieprogram. Haar rol, zegt ze, is voor een belangrijk deel „het temperen van optimisme”. Want: „Het tegengaan van eenzaamheid is ingewikkeld.” Neem ouderen die hun levenspartner verliezen. „Die emotionele band is niet zo te vervangen. Het gemis is dus heel vaak niet oplosbaar.” Verzachting van het gevoel is in veel gevallen de enige mogelijkheid, zegt Machielse. „Door afleiding, door rouwverwerking, door het bijstellen van verwachtingen.”

„Leg een ‘konvooi’ aan – een groep mensen die je door de jaren heen met je ‘meedraagt’. „Familieleden, vrienden, maar ook mensen om alleen gezellig koffie mee te drinken.”

Ook mensen die niet zozeer een levenspartner missen, maar wel lang verstoken zijn van sociaal contact, zijn vaak niet één-twee-drie te helpen. „Sociale competenties verzwakken als je maar lang genoeg teruggetrokken leeft”, zegt Machielse. De ander vertrouwen, zich kwetsbaar durven opstellen, omgaan met goedbedoeld advies. Bingo-avonden en maaltijden in buurtcentra zijn vaak „te makkelijk”, zegt Theo van Tilburg. „Je moet mensen helpen: hoe doe ik dat nu, het contact aangaan? Er zijn vriendschapscursussen, die kunnen helpen.” Althans: áls men al sociaal actief wil zijn. „Sommige mensen wíllen dat helemaal niet”, zegt Machielse. „Dan kan één-op-één contact helpen, bijvoorbeeld met een maatschappelijk werker. Wordt dat een positieve ervaring, dan kan dat een wezenlijke stap zijn voor iemand die zich jaren afgewezen heeft gevoeld.”

Lees ook het interview met de Syrische Lina Keilani (37): ‘Ik mis mijn moeder. Met haar praten. Haar nabijheid. Alles’

Het beste is te proberen eenzaamheid te voorkómen, zei eenzaamheidsonderzoeker Jenny de Jong Gierveld drie jaar geleden in deze krant. „We moeten nu zorgen dat de groep mensen van 45 tot 70 jaar niet in eenzaamheid belandt”, zei ze. Haar advies: leg een „konvooi” aan – een groep van verschillende type mensen die je door de jaren heen met je ‘meedraagt’. „Familieleden, vrienden, maar ook mensen om alleen gezellig koffie mee te drinken.” Contact als een vorm van pensioenopbouw: elke maand een investering en, voilà, je wordt een sociaal kapitaalkrachtiger zeventiger.

Overmatig kritisch over klasgenoten

En waarom niet beginnen bij tieners, zegt eenzaamheidonderzoeker Gerine Lodder. „Chronische eenzaamheid komt ook onder tieners en adolescenten geregeld voor. Bij 3 tot 10 procent, blijkt uit literatuuronderzoek.” Deze jongeren ontwikkelen bijvoorbeeld een denkpatroon dat het maken van contact in de weg zit. Ze kijken neer op zichzelf, of denken overmatig kritisch over hun klasgenoten. Dat soort patronen kun je proberen te doorbreken, zegt Lodder. „Bijvoorbeeld via cognitieve gedragstherapie. Dat kan veel toekomstig leed voorkomen.” Én directe winst, voegt zij toe: „Je verbinden met anderen is een kerndoel als puber. Eenzaamheid beïnvloedt dan al gauw je hele gemoed. Scholieren krijgen eerder concentratieproblemen, de schoolprestaties lijden eronder, het zelfvertrouwen, de slaap.” Lodder pleit voor „blijvende aandacht” voor eenzaamheid onder jongeren. „Laat de GGD er in hun scholierenonderzoek standaard naar vragen. Laat de schoolarts er naar vragen. Laat docenten er een les aan wijden. Dan gaan jongeren er zelf ook eerder over praten.”

Tweede Kamerleden Rens Raemakers (D66) en Attje Kuiken (PvdA) hebben er bij minister De Jonge via een motie op aangedrongen het eenzaamheidsprogramma ook te richten op jongeren. Dat heeft De Jonge toegezegd, al blijft hij zich primair op de vele eenzame 75-plussers richten.

De man in zijn flat in Rotterdam zal hij niet bereiken. Niemand bereikt hem meer. Op Anja Machielse na. „Hij zegt weleens: als ik vroeger een mentor had gehad, was mijn leven misschien anders gelopen. Nu, zegt hij, hoeft het niet meer.”

Tekst
Ingmar Vriesema.
Video
Elze van Driel, Nina van Hattum en Benjamin Kat.
Vormgeving Video
Midas van Son.
Foto’s
Kees van de Veen.
Illustraties
Rik van Schagen.
Vorm
Koen Smeets.