Opinie

Een draak die ontroert

Frits Abrahams

Eens moest de eerste keer zijn: een live-uitvoering volgen van een opera in de bioscoop. Het werd La Traviata, afgelopen woensdagavond in de Filmhallen in Amsterdam. Niet zonder enige huiver nam ik plaats in een uitverkochte zaal: drie uur en 35 minuten met twee pauzes – was dat wel vol te houden voor een onervaren operabezoeker?

Het strekte tot troost dat er nóg zestig bioscopen in Nederland die avond uitverkocht waren. Mondiaal waren er zelfs ruim 1.000 bioscopen in 23 landen waarin met mij meegekeken werd naar deze uitvoering door The Royal Opera in Londen. Een fascinerend vooruitzicht: al die mensen die zich tegelijkertijd aan hetzelfde kunstwerk zouden overgeven.

Maar werd het ook een mooie avond?

Met superlatieven moet je voorzichtig zijn, maar toch waag ik het erop: het werd een onvergetelijke avond. Voor mij op muzikaal gebied de beste ervaring van mijn leven. Ik kende de meeste aria’s van La Traviata – het is nu eenmaal de populairste opera uit de muziekgeschiedenis – maar had de opera nog nooit in zijn geheel beluisterd, laat staan gezien.

Vooraf had ik thuis het verhaal van La Traviata opgezocht. Het stemde me sceptisch. Alfredo Germont krijgt in Parijs een verhouding met de courtisane Violetta. Ze beginnen samen een nieuw leven op het platteland. Maar dan eist Alfredo’s vader Giorgio van Violetta dat zij weggaat bij zijn zoon omdat zij als voormalige, chique prostituee de goede naam van zijn familie bezoedelt. Violetta gehoorzaamt, waarmee zij zowel zichzelf als Alfredo in het ongeluk stort. Pas op haar sterfbed vindt een hereniging van de geliefden plaats. Te laat dus, al kun je ook op een sterfbed, althans in een opera, mooi zingen.

Een draak dus, dacht ik, ook al was die gebaseerd op een roman van Alexandre Dumas fils. Mijn bezwaar bleek irrelevant. Het gaat bij opera om de muziek, niet om het verhaal. Die muziek is in La Traviata briljant. Verdi was een genie. Alle melodramatische clichés van het verhaal worden door de aangrijpende melodieën opgetild naar een niveau waar alleen nog je meegevoel regeert. Je volgt La Traviata niet zozeer, je ondergaat het als een diep ontroerende noodlotstragedie van twee jonge mensen.

Door een technische storing dreigde de derde en laatste akte ons ontnomen te worden. Ik voelde een huivering van ontsteltenis door de zaal gaan. Er was al zoveel moois geweest, maar we voorvoelden dat alles in die laatste minuten – het sterfbed! – nog overtroffen zou worden. Gelukkig kwam het allemaal goed, afgezien van dat sterven door Violetta.

Violetta werd gespeeld en gezongen door Ermonela Jaho, een Albanese sopraan. Met haar 45 jaar was ze nogal oud voor deze rol, maar van mij mag ze het ook nog op haar tachtigste doen. Een openbaring. Niet voor de kenners, wel voor leken als ik, want haar faam is nog niet à la Callas of Tebaldi tot het grote publiek doorgedrongen. Ze zong fabelachtig mooi – nooit te schel, altijd subtiel. Haar tegenspeler, de Amerikaanse tenor Charles Castronovo, was ook goed, maar stond in de imposante schaduw van de man die zijn vader uitbeeldde: niemand minder dan Plácido Domingo.

Domingo is 78 jaar. Ik heb nog een grammofoonplaat van hem uit 1977 waarop hij de zoon Alfredo is. Misschien moet hij maar onsterfelijk worden, net als La Traviata.