Opinie

    • Michel Krielaars

Vanaf haar 44ste wilde ze alleen nog maar seks en vriendschap

Achter iedere grote schrijver schuilt een goede redacteur. Zo iemand die je op taalfouten, inconsequenties en lelijke zinnen wijst en je aanmoedigt om het vooral niet op te geven. Van het belang van zo’n redacteur raakte ik opnieuw overtuigd toen ik afgelopen dagen Life Class herlas, de vier verzamelde memoirs van de Britse ‘Queen of Editors’ Diana Athill, die vorige week op 101-jarige leeftijd overleed. Wat een geestige, onconventionele vrouw, dacht ik opnieuw op elke pagina van dat boek, terwijl ik me er over bleef verbazen dat niet één van die memoirs in de Privé-domeinreeks is vertaald. Yesterday Morning (2002), dat over haar ‘unfashionable happy childhood’ gaat op het landgoed van haar grootouders, leent zich er perfect toe. Of neem Instead of a letter (1963), waarin ze, geen taboe schuwend, vertelt hoe ze als 22-jarige aan de kant werd gezet door haar eerste en laatste grote liefde, een RAF-piloot. Door die gebeurtenis was ze twintig jaar lang haar zelfvertrouwen kwijt als het om mannen ging. Wel werd ze in die ‘rouwperiode’ nog twee keer hevig verliefd en had ze een paar ‘dwaze’, kortstondige relaties om de seks, maar daar bleef het bij. Pas vanaf haar 44ste werd het serieuzer toen ze twee keer een langdurige verhouding kreeg met een (getrouwde) zwarte man zonder echt verliefd te zijn. Kameraadschap en seks, daar nam ze genoegen mee, zoals ze tevreden vertelt in Somewhere towards the end (2008).

Met een voor 1963 ongekende eerlijkheid deelt Athill haar intiemste gedachten met je. Heerlijk is het om te lezen hoe ze achteraf met ironie tegen al haar liefdesleed kon aankijken.

Haar in 2000 verschenen Stet (een afkorting van de drukproefaanwijzing ‘Let it stand’) is met evenveel gevoel voor zelfrelativering en ironie geschreven. Het is een must voor iedereen die een boek wil schrijven of een baan bij een uitgeverij ambieert, want over die wereld gaat Stet.

Vijftig jaar lang werkte Athill als redacteur bij uitgeverij André Deutsch. Ze was er geknipt voor, schrijft ze, omdat ze als kind vooral hield van ‘falling in love, riding and reading’. Ook met André Deutsch zelf had ze een kortstondige verhouding, zoals ze op de haar kenmerkende droogkomische toon opmerkt: ‘after the theatre, we ate an omelette and went to bed together, without – as I remember it – much excitement on either side.’ Heerlijk, zo’n vrouw zonder sentimenteel gedoe.

Verder laat ze in Stet zien hoe je met lastige schrijvers als V.S. Naipaul moet omgaan: pamperen, aanmoedigen en vooral geen kritiek leveren. Van dat laatste geeft ze een mooi voorbeeld aan de hand van Naipauls roman Guerrillas (1975), waarin de personages gebaseerd waren op mensen die ze kende. Toen ze opmerkte dat een van hen, een vrouw, toch echt verkeerd was getypeerd en hij dat personage misschien nog eens moest overdenken, werd de grote schrijver (die haar in een eerder stadium nog had geprobeerd te versieren) stil, om vervolgens te zeggen: ‘Het spijt me, maar ik heb mijn opperste best gedaan.’ Daarop liep hij de kamer uit.

Juist toen Athill zich begon af te vragen wat er nu moest gebeuren, belde Naipauls agent om diens overstap naar een andere uitgeverij bekend te maken. Tegen André Deutsch merkte ze toen op: ‘Het is zo’n opluchting dat ik me in het vervolg niet meer in hem hoef te verplaatsen.’ Ze had het mis. Korte tijd later keerde Naipaul terug naar zijn oude nest. Blijkbaar kon hij niet zonder zijn Diana.

    • Michel Krielaars