Het zwijnenhek van de Denen is voor veel Duitsers een gruwel

Afrikaanse varkenspest Denemarken is begonnen langs de hele grens met Duitsland een hek te bouwen, om wilde zwijnen tegen te houden die het virus van de Afrikaanse varkenspest het land in kunnen brengen. Het hek is niet hoog, maar wel omstreden.

Foto Olivier Middendorp

Op een braakliggende akker in het zuiden van Denemarken, dichtbij de Duitse grens, ontstaat een verdedigingswerk tegen de Afrikaanse varkenspest. Tussen de sneeuwresten in de modder staat hier sinds maandag het eerste stuk van een omstreden grenshek, waarmee de Deense regering uitheemse wilde zwijnen buiten de deur wil houden.

Nu valt het bouwsel nog nauwelijks op in het landschap: een stalen rasterhek, anderhalve meter hoog en zo’n 200 meter lang. Maar in november moet de barrière af zijn, heeft de Deense regering besloten, en zich uitstrekken langs de hele grens, zeventig kilometer lang van de Oostzee naar de Noordzee. Zo hoopt Denemarken zijn varkenssector te beschermen tegen het virus, dat niet gevaarlijk is voor mensen, maar wel voor varkens.

Met afgrijzen ziet burgemeester Martin Ellermann van de Duitse grensgemeente Harrislee het hek verrijzen. Dat het qua hoogte eerder doet denken aan de omheining van een schoolplein dan aan de grensmuur waar Donald Trump van droomt, ziet hij ook wel. „Maar als zo’n hek er eenmaal staat, gaat de grens ook weer in de hoofden van de mensen zitten”, zegt hij op zijn kamer in het gemeentehuis. „Wij Duitsers, met de geschiedenis van ons gedeelde land, hebben het niet zo op hekken en muren. Dit is niet goed voor Europa.”

Ellermann vervolgt: „Het begon met de vluchtelingencrisis van 2015, toen Denemarken weer grenscontroles instelde. Die stellen niet veel voor, maar er zijn weer controleposten op de snelweg. Optisch is de grens daardoor terug en nu komt dat hek daar bij.”

In de weilanden en bosjes in het grensgebied kan je nu nog wandelend of rijdend over kleine wegen onopgemerkt van het ene land in het andere land terechtkomen. Als curiositeit uit het verleden staat hier en daar nog een enkel oud grenspaaltje, met aan de Duitse kant een P van Pruisen.

Deense minderheid

Burgemeester Ellermann wijst op een kaart aan de muur, waarop te zien is dat het Deense en het Duitse Sleeswijk ooit één waren, nu eens Deens, dan weer Duits. Na de Eerste Wereldoorlog moest Duitsland het noordelijke deel afstaan aan Denemarken. Nog altijd zijn veel families verspreid aan beide kanten van de grens. In het Duitse Harrislee bijvoorbeeld vormt de Deense minderheid eenderde van de bevolking.

„Het is puur psychologisch, maar door het hek voelen wij ons door Denemarken buitengesloten”, zegt Heinz Petersen, voorzitter van de gemeenteraad van Harrislee, wiens partij SSW de Deense minderheid vertegenwoordigt. „Dit benadrukken van de grens is pure symboolpolitiek van de Deense regering, die gedoogd wordt door de populistische Deense Volkspartij. Het is niet effectief tegen de verspreiding van de Afrikaanse varkenspest. Maar het past wel helemaal bij de vijandige sentimenten tegenover buitenlanders.”

De Deense varkensboer Henning Jacobsen spreekt dat verwijt stellig tegen, op zijn varkensfokkerij in Haderslev, zo’n vijftig kilometer ten noorden van de grens. „Het hek heeft met vijandigheid tegen buitenlanders niets te maken. Het gaat om bescherming van onze varkens en onze vleesindustrie tegen een gevaarlijk virus.”

Jacobsen, die op zijn trui een plaatje van een vrolijk spartelend biggetje heeft, begon zijn bedrijf in 2012 naast de boerderij van zijn vader. Trots toont hij zijn twee grote stallen, één voor de zwangere zeugen, één voor zeugen met hun pas geboren biggetjes. Per jaar verkoopt hij 40.000 biggen als ze 28 dagen oud zijn, met een keurmerk dat hij geen antibiotica gebruikt.

„Als er in Denemarken één zwijn wordt ontdekt dat besmet is met de Afrikaanse varkenspest, keldert de prijs”, zegt Jacobsen. „Het meeste varkensvlees is bestemd voor de export, die zou dan instorten. Dan kan ik mijn biggen niet meer verkopen, maar ondertussen blijven er wel nieuwe geboren worden. Waar moet ik die onderbrengen? Ik ben bang dat het mijn faillissement zou betekenen.”

Franse patrouille bij de Belgische grens, deze week, met speciale geweren om wilde zwijnen te doden om verspreiding van Afrikaanse varkenspest te voorkomen.
Foto AFP
Hek aan Deens-Duitse grens bij Padborg dat wilde zwijnen moet tegenhouden.
Foto Reuters

Jacobsen geeft critici van het hek gelijk dat het geen garantie is dat de Afrikaanse varkenspest Denemarken niet bereikt. „Ik ben ook erg bang voor toeristen en vrachtwagenchauffeurs uit het buitenland die langs de snelweg etensresten weggooien. Als Deense wilde zwijnen daarvan eten, kunnen ze besmet raken en de ziekte verder verspreiden. Het liefst zou ik zien dat alle wilde zwijnen in Denemarken zouden worden afgeschoten.”

Voedselveiligheid

De Deense autoriteiten benadrukken dat voedselveiligheid de hoogste prioriteit heeft en dat het hek slechts één van de maatregelen is om te voorkomen dat de varkenspest (die in Duitsland overigens nog niet is vastgesteld) naar Denemarken overslaat. Op parkeerplaatsen langs snelwegen worden bordjes geplaatst die waarschuwen tegen het weggooien van etensresten. Vrachtwagenchauffeurs krijgen gratis maaltijden aangeboden, zodat ze ontmoedigd worden broodjes worst uit eigen land mee te nemen.

„Ook als we met het hek maar één besmet zwijn tegenhouden, is het de moeite waard”, zegt burgemeester Thomas Andresen van de Deense grensgemeente Aabenraa. Denemarken exporteert jaarlijks zo’n 2,7 miljard euro aan vers, bevroren en gedroogd varkensvlees.

Maar niet alleen in Duitsland, ook in Denemarken zijn er uitgesproken tegenstanders van het hek. Uit protest is Hans Kristensen – jager, schrijver over de jacht en uitbater van een jachtboekhandel – een Facebookpagina begonnen met de naam Wildzwijnenhek? Nee dank je, Vildsvinehegn – nej tak.

„Dat hek is geldverspilling, het is niet bewezen dat het effectief is”, zegt hij aan de telefoon. „Maar het dreigt wel rampzalige gevolgen te hebben voor de natuur. Als dieren straks voor hun natuurlijke migratie gebruik moeten maken van wegen en spoorlijnen krijg je grote ongelukken. En ach, de zwijnen, die kunnen Denemarken ook zwemmend bereiken.”

Dat de afdeling van het Deense ministerie van Milieu, die het hek bouwt, heeft toegezegd dat er doorgangen komen voor kleinere dieren, verzoent Kristensen er niet mee. „Je moet dit project zien in het licht van de opkomst van nationalistisch rechts in heel Europa”, zegt hij stellig.

Voor zijn landgenoot Henrik Gotborg Hansen komt het hek akelig dichtbij. „Wij voelen ons ingesloten”, zegt hij in de keuken van zijn statige boerderij. Het huis ligt nog net in Denemarken, in een ‘puntje’ dat als het ware in Duitsland steekt, maar aan een straat die net aan de Duitse kant ligt, net als de akkers en de schuur van Hansen pal tegenover zijn huis.

„Mijn ouders en grootouders hebben van die grens veel problemen ondervonden. Ze moesten hun eigen gerst en tarwe van de andere kant van de straat importeren naar Denemarken. Mijn vader is vaak gearresteerd als hij zijn papieren niet bij zich had. We dachten dat de grens eindelijk verleden tijd was, maar nu krijgen we zo’n hek. Ik begrijp de angst van de varkensboeren voor dat virus heus, maar dit plan is ondoordacht.”

    • Juurd Eijsvoogel