De Super Bowl haalt in één stad alle woede weer omhoog

Super Bowl De Los Angeles Rams spelen zondag in de Super Bowl tegen de New England Patriots. Tot drie jaar terug speelden de Rams in St. Louis, waar de wonden van het vertrek nog lang niet geheeld zijn.

Spelers van Los Angeles Rams tijdens een training in de aanloop naar de Super Bowl.
Spelers van Los Angeles Rams tijdens een training in de aanloop naar de Super Bowl. Foto John Bazemore/AP

Tot drie jaar geleden konden inwoners van St. Louis in sportbar Hotshots terecht om hun Rams toe te juichen. Tijdens de Super Bowl van zondag is het een plek waar diezelfde inwoners hun frustraties, hun woede kwijt kunnen en loont het om tégen ze te zijn. Een touchdown voor de New England Patriots? Een dollar korting op een pitcher bier. En winnen de Patriots, dan is er een dag later drie uur lang happy hour om dit te vieren, om te proosten. Tussendoor kunnen er pijltjes gegooid worden op het hoofd van Rams-eigenaar Stan Kroenke en siert zijn hoofd de urinoirs. Iedereen, zo adverteert Hotshots online, is van harte welkom een paar uur lang te komen „haatkijken”.

In 2016 werd St. Louis verlaten door de Rams, die vertrokken naar Los Angeles. In Nederland is zoiets moeilijk voor te stellen – alsof PSV opeens verhuist naar Leeuwarden. Maar in de Verenigde Staten, waar in de grote sportcompetities miljarden dollars omgaan, gebeurt het vaker. Soms gaan stad en team relatief vriendschappelijk uit elkaar, maar in St. Louis was sprake van een vechtscheiding. Drie jaar later is de pijn nog lang niet weg, de haat en de woede nog lang niet verdwenen.

Op de spelers zijn ze in St. Louis niet boos, nooit geweest. Wel op eigenaar Kroenke, nu vaak de ‘meest gehate man’ van de stad in Missouri genoemd. De afgelopen jaren werden liefst vier rechtszaken aangespannen rond het vertrek van de Rams uit St. Louis.

De 71-jarige Kroenke kocht de Rams in 2010. Hij is een van de rijkste mensen in de Amerikaanse sportwereld. Hij vergaarde een fortuin – zakenblad Forbes schatte zijn vermogen eind vorig jaar op 8,5 miljard dollar – als vastgoedmagnaat, is getrouwd met de dochter van de oprichter van Walmart en is eigenaar van Kroenke Sports & Entertainment, dat onder meer ook voetbalclub Arsenal en basketbalteam Denver Nuggets bezit.

Op het moment van aankoop is de toekomst van de Rams in St. Louis al onzeker. In 1995 waren de Rams juist uit Los Angeles vertrokken, gelokt door een peperduur nieuw stadion, de Edward Jones Dome.

Hebzucht

In 2015 kondigde Kroenke aan de stad achter zich te laten. Aan de westkust blonk het goud. Hij kocht een terrein in Inglewood, een voorstad van Los Angeles, waar een hypermodern stadion moest verrijzen. Daar zullen de Rams vanaf 2020 – samen met de Chargers, die vanuit San Diego naar Los Angeles verhuisden – gaan spelen. Plannen van St. Louis uit 2014 om zelf een nieuw stadion te bouwen, terwijl het oude nog afbetaald werd, leidden tot niets.

Kroenke en de NFL werd hebzucht verweten. Een document dat Kroenke aan de NFL stuurde, waarin hij uitlegde waaróm hij weg wilde uit St. Louis, maakte de inwoners en fans woedend. Op de voorpagina van de lokale krant St. Louis Dispatch sierde Kroenkes hoofd een dartbord. Het huidige stadion was volgens hem niet goed genoeg, het nieuwe ook niet. Maar daarnaast was St. Louis niet welvarend genoeg en te klein – 300.000 inwoners, twee miljoen in de agglomeratie – voor een derde sportteam, naast ijshockeyteam St. Louis Blues en de honkballers van St. Louis Cardinals.

Misschien wel het pijnlijkst: volgens Kroenke hadden de fans de Rams niet genoeg gesteund. De club won in 2000 de Super Bowl, maar had op het moment van vertrek uit de stad al elf seizoenen de play-offs niet gehaald.

Weinig financiële impact

Emotioneel is de impact groot geweest, maar het is maar ten zeerste de vraag of de stad er financieel iets van heeft gevoeld, zegt Patrick Rishe, oprichter van het sportmanagementprogramma aan Washington University in St. Louis. De Rams speelden elk seizoen maar tien thuiswedstrijden in het stadion. „Dat betekende ook nog eens tien weekenden dat er geen andere evenementen georganiseerd konden worden. Die weten eerlijk gezegd meer bezoekers of toeristen te trekken.”

Website Vox schreef in 2015 al eens dat uit analyses is gebleken dat bijna aan alle Amerikaanse sportstadions meer geld wordt uitgegeven dan dat ze opleveren. Het enige wat rest is „de illusie van relevantie”. Dat ziet Rishe ook. „Ik denk dat het vertrek een negatieve invloed heeft gehad op het externe beeld van St. Louis als ‘major league’-stad. En door niet landelijk op tv te zijn elk weekend of een team in de populairste Amerikaanse competitie te hebben, is de aandacht voor de stad minder. Bovendien verloor St. Louis in 1987 al eerder een footballteam, toen de Cardinals vertrokken naar Arizona.”

In St. Louis, zijn ze intussen bezig een team in de Major League Soccer te krijgen. Dat vult de leegte enigszins op. Rest nog de pijn bij de fans. Want als een team verhuist, eindigt voor Amerikanen ook vaak hun steun. „Supporterschap wordt in de VS heel erg gestuwd door geografie: waar ben je opgegroeid, voor wie was je toen je jong was?”, legt Rishe uit. Fans van de Rams zijn er nog wel in St. Louis, al zijn het er weinig. Voor hen weegt de trouw aan de spelers zwaarder dan de haat tegen eigenaar Kroenke. De Los Angeles Timesbezocht een merchandise-winkel in de stad die nog een paar mensen per week binnenkreeg op zoek naar Rams-spullen, met korting. „Maar anderen zijn overgestapt op teams als Kansas City Chiefs of Indianapolis Colts”, zegt Rishe. „Die steden liggen dichtbij en ze hebben beide sterren als quarterback.”

De Super Bowl van zondag is een nachtmerriescenario voor St. Louis. Niet alleen vanwege de Rams, die na jaren van misère in het derde seizoen na het pijnlijke vertrek al in een Super Bowl staan, maar ook vanwege de tegenstander. Het was New England Patriots die in 2002 de Rams in hun laatste Super Bowl versloegen en een einde maakte aan een bloeiperiode. „Het is moeilijk voor één van beide teams te juichen”, zegt Rishe.

    • Frank Huiskamp