Brieven

Brieven

De bijdrage Het liefst liken we pulpnieuws (25/1) gaat in op het feit dat spectaculair ‘nieuws’ meer onze aandacht trekt dan serieus nieuws. Ik acht de ‘we’ in de titel niet op mezelf van toepassing en ik denk een groot deel van de lezers van deze krant evenmin. De rol van mediabedrijven zoals Facebook wordt belicht: zij selecteren pulpnieuws op maximale verspreidingskans. Om deze kans op verspreiding en klikken te vergroten dikken zij het nieuws vaak aan en voorzien het van een prikkelende en sensationele kop. Dat heet ‘clickbait’, ofwel: ‘klikaas’. De vraag is of de groep die vatbaar is voor klikaas deze bijdrage – juist zo informatief voor hen – ook onder ogen krijgt. Zou het geen idee zijn om serieus nieuws ook te presenteren met een sensationele kop? Bijvoorbeeld: ‘Facebook gaat over lijken om u te laten klikken’. Of: ‘U bent een gewillig slachtoffer van klikaas’, ‘Weinig bezoekers van Facebook kunnen verleiding weerstaan’ of ‘Klikaas doodt diepgang’ en dan doorlinken naar de bijdrage in NRC?

Een tweede artikel ‘Vlak voor verkiezing Trump floreert het nepnieuws’ in dezelfde krant beschrijft onderzoek naar wie veel nepnieuws volgt. Eén promille van de twitteraars was verantwoordelijk voor 80 procent van de linkjes naar nepnieuwssites. Eveneens één procent van de twitteraars kreeg 80 procent van die linkjes in zijn of haar tijdlijn. Vooral oudere conservatieve mannen met een witte huidskleur volgden twitteraccounts die naar nepnieuwssites verwezen. Daar is ook vast wel een sensationele kop van te maken. Wie volgt?