Opinie

    • Luuk van Middelaar

Bij Houellebecq is de ironie nu rechtse ernst

Ja, er staan hilarische en ontroerende passages in, maar Michel Houellebecqs nieuwe roman stemt gedeprimeerder dan alle vorige. In Sérotonine – in januari verschenen; de Nederlandse vertaling komt dit voorjaar uit – neemt de 46-jarige hoofdpersoon afscheid neemt van zijn „leven”, zijn „libido” en zijn „lul”; voor hem ongeveer hetzelfde. Hij bezoekt enkele verlaten vrouwen en zijn enige vriend, een knap neergezette, verarmde aristocraat-boer, alvorens zich – zoals NRC schreef – als stervend dier terug te trekken in zijn hol.

In al zijn boeken sinds De wereld als markt en strijd (1994) en Elementaire deeltjes (1998) biedt Houellebecq een vilein portret van vereenzamende lichamen in onze laat-kapitalistische samenleving, strijdend om geld, macht en seks; een wereld waar de witte man het zwaar te verduren heeft en geweld dicht onder de oppervlakte zit. In Sérotonine – het antidepressivum dat serotonine verhoogt, maakt impotent – schijnt seksueel genot opnieuw de enige menselijke drijfveer. De hoofdpersoon kiest niet tussen de huwelijkse geneugten en toegang tot oneindig veel vagina’s, en dat nekt hem: betrapt op overspel wordt hij verlaten door zijn grote liefde.

Opnieuw kan Houellebecqs vooruitziende blik worden bewonderd. Zijn islamroman Onderwerping verscheen op de dag van de Charlie-Hebdo-aanslag in Parijs. Ditmaal raakt hij de bittere woede van de Franse provincie; de ontknoping vindt plaats op precies zo’n desolate snelwegoprit in Frans niemandsland als waar de gele hesjes hun blokkades hielden. Kortom, een „echte Houellebecq”.

Twee dingen maken dit boek toch anders. Ten eerste gaat er qua geweld een tandje bij. Het ligt niet meer in de toekomst (Onderwerping) of ver weg (de bomaanslagen in Platform) maar het is hier en nu. De hoofdpersoon sympathiseert met Normandische boeren die zich gewapenderhand tegen EU-melkquota verzetten. Zelf beraamt hij een moord op het zoontje van zijn ex-geliefde, nu alleenstaande moeder, onder het motto: „Het is hij of ik”. Uiteindelijk laat hij het jongetje leven, „uit conformisme”; ook de trekker van dit geweer krijgt de hoofdpersoon niet overgehaald. Wie in onze atomaire samenleving geen liefde vindt, heeft bij Houellebecq nog maar weinig keuzes: ofwel ontsnappen dankzij versuffende pillen, verbloemende religie of zelfmoord, ofwel de wapens opnemen.

Tweede nieuwe omstandigheid: Houellebecqs wereldbeeld mag ongewijzigd zijn, de wereld is dat niet. In de jaren 90 deed hij een rake aanval op de hedonistische, politiek-correcte generatie van ‘1968’. Dat was lachen. Vast ironisch bedoeld, troostte de Parijse elite zich, een frivole provocatie. Een kwart eeuw later is de ironie eraf. Want uiteraard is het de schrijver ernst. En de standpunten van zijn personages krijgen vandaag ruim baan in het publieke domein. Het pathetische zelfmedelijden van de witte man, telkens in de verf gezet, is dé brandstof achter anti-establishmentbewegingen in het Westen, van de AfD in Duitsland of het narcisme van de Haagse FvD-leider tot de hardrechtse macho-partij VOX in Andalusië. Houellebecq schreef in Harper’s Magazine een lofrede op Trumps nationalisme en zijn afbraak van vrijhandelsverkeer. In een interview zei hij te kunnen stemmen op ieder die Frankrijks vertrek uit EU en NAVO bepleit (een standpunt dat zelfs Marine Le Pen heeft verlaten).

In Duitsland klinken de eerste tegenstemmen. In Die Zeit noemde recensente Iris Radisch het „werkelijk een zeer treurige roman” en vindt criticus Adam Soboczynski het tijd om Houellebecq – in één adem genoemd met ‘foute schrijvers’ Louis-Ferdinand Céline of Ernst Jünger – te behandelen als nieuwrechts ideoloog.

Vorig najaar trouwde de schrijver met een twintig jaar jongere Chinese – óók een manier om aan de Europese beschaving te ontsnappen.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof, historicus en hoogleraar Europees recht (Leiden). Zijn column is wekelijks.

    • Luuk van Middelaar