Manuel Vazquez

‘Aanhangers van populisten verdienen ons begrip’

Matthew Goodwin De jonge Engelse politicoloog Matthew Goodwin vindt dat kiezers van nationaal-populisten legitieme grieven hebben. Linkse politici moeten moeite doen om hen terug te winnen.

“De kiezer is niet achterlijk.” Matthew Goodwin zegt het op een defensieve toon, alsof ik de kiezer vast wel achterlijk zal vinden. Ik spreek de jonge Engelse politicoloog in hartje Londen, in het instituut voor politieke wetenschappen Chatham House. Hij is aan het instituut verbonden.

In het gepolariseerde Brexit-debat neemt Matthew Goodwin een dwarse positie in. Hij beschouwt de stem vóór Brexit niet als een oprisping van verdwaasde burgers die niet weten wat goed voor hen is, maar als een logisch gevolg van voor hem begrijpelijke angsten en grieven. Samen met collega Roger Eatwell schreef hij het veelbesproken National Populism; The Revolt Against Liberal Democracy, waarin hij stelt dat het nationaal populisme een allesbehalve voorbijgaand verschijnsel is. In interviews, lezingen en vooral op Twitter, hamert hij erop, ondersteund met cijfers en statistieken, dat het populisme zich niet laat bezweren door dooddoeners als zou het gaan om een stuiptrekking van boze bejaarden, die er binnenkort toch niet meer zullen zijn.

Als ik uw tweets lees, krijg ik de indruk dat u uw gelijk bevestigd ziet in iedere peiling die groeiende steun laat zien voor populistische thema’s.

„Er zijn nog steeds commentatoren, bijvoorbeeld in de Economist en de Financial Times, die een geruststellende toon aanslaan over wat we op dit moment beleven. Zij wijten de populistische reactie aan de campagne van een bepaalde politicus of aan de naweeën van de financiële crisis van 2008. Eatwell en ik beweren dat deze factoren geen afdoende verklaring bieden. Heel wat commentatoren hier beschouwden de stem voor Brexit als het gevolg van de crisis en bezuinigingen, terwijl we in de Britse politiek een lange eurosceptische traditie kennen. Boeken over nationaal populisme in de jaren negentig eindigden altijd met een hoofdstuk over de Europese democratieën die immuun zouden zijn voor dit soort politiek: Spanje, Duitsland, Groot-Brittannië, Zweden en Nederland. De eerste twee vanwege hun besmette verleden, mijn land omdat het zulke sterke politieke instituties heeft en de twee laatste omdat ze zo geweldig aardig en tolerant zijn. Kijk nu eens naar die landen, hoe snel het politieke landschap daar is veranderd. En zelfs waar de populisten niet echt gewonnen hebben, zoals in Nederland en Zweden, hebben ze een stevige impact op het politieke debat en de politieke cultuur.

„Sommigen beweren dat het populisme met het ineenstorten van UKIP [de eurosceptische partij van Nigel Farage, red.] nagenoeg verdwenen is, maar het lijkt mij dat het volledig door de gevestigde partijen is geabsorbeerd. De potentiële kiezers van Forum voor Democratie in Nederland leveren een interessant plaatje op, dat afwijkt van het gebruikelijke beeld van de populistische kiezer. De partij trekt meer stemmen in de steden en spreekt een jonger publiek aan, dat ook nog tot de middenklasse behoort. Daar worstelde het populisme tot nu toe mee: hoe de middenklasse te bereiken, en hoe vrouwen en etnische minderheden aan te spreken.”

De klassieke reactie op het populisme was dat het wel weer over zou waaien, omdat het niet van deze tijd zou zijn. Of omdat het om fascisten gaat, waar je zover mogelijk vandaan moet blijven.

„Het idee dat het louter om een proteststem ging, was populair in de jaren negentig. Mensen lieten hun stem horen tegen het systeem, heette het, ze steunden niet zozeer waar deze partijen voor staan. Dat bleek gewoon niet waar. Mensen die voor Trump, Wilders en Salvini stemmen, en ook degenen die voor Brexit hebben gestemd, zijn wel degelijk ergens voor, ze voelen zich aangesproken door wat deze politici beloven. Minder immigratie, minder snelle demografische veranderingen. Dat gaat gepaard met een heftige afkeer van de liberale consensus die door de gevestigde partijen wordt uitgedragen. Immigratie, het aanhoudende debat over de islam in Europa, groeiende economische ongelijkheid, dat is allemaal koren op de molen van het nationaal populisme, dat gaat niet zomaar weg.

„Links is nog altijd bang besmet te raken door het populisme als het grieven rondom immigratie agendeert, en om zich schuldig te maken aan racisme. Traditioneel rechts zit daar minder mee, maar dat wordt verantwoordelijk gehouden voor beslissingen in het verleden die het populisme hebben doen groeien. Wij in Europa zullen van onze levensdagen geen stabiele, gelijkmatige, vitale economie meer meemaken. Europa vergrijst, het is niet dynamisch en productief genoeg. Er is een groeiende economische kloof tussen noord en zuid. Er is een kloof tussen West en Oost, tussen sociaal liberalisme en nationalistische identiteitspolitiek. De sociaaldemocratie heeft geen antwoord, staat met de mond vol tanden. Al die spanningen spelen het populisme in de kaart, want dat biedt een helder ideologisch antwoord.”

Manuel Vazquez

En wat zegt u tegen critici die dat heldere antwoord extreemrechts en racistisch vinden?

„Ik geloof niet dat deze partijen fascistisch zijn. Nou ja, sommige wel, zoals in Griekenland Gouden Dageraad en in Italië CasaPound, maar die zullen nooit dertig procent of meer van de stemmen halen. De andere partijen zijn vaak xenofoob, maar ze zijn gedwongen, en op dit punt bots ik vaak met collega’s, zich binnen het democratische systeem te bewegen. Dat was vroeger lang niet altijd zo. In de jaren 70 en 80 had je partijen als de British National Party, die korte metten wilden maken met de liberale orde en ook met de democratie. Een partij als UKIP houdt er eerder een ander idee van democratie op na, directe democratie in plaats van een liberale, parlementaire democratie. Referenda, de wil van de meerderheid. Dat maakt mensen bezorgd over de positie van minderheden. Maar ik denk dat de aanhangers van de liberale democratie hun eigen verdiensten onderschatten. Steun voor democratie is in het Westen niet sterk afgenomen.”

De kritiek op politici als de Hongaarse premier Viktor Orbán is juist dat ze de democratie van binnenuit verzwakken en uithollen.

„Zeker, ik vind ook dat we gezamenlijk luider moeten protesteren tegen de manier waarop zijn partij Fidesz de academische vrijheid inperkt en de rechtsstaat ondermijnt. Tegelijk is Orbán democratisch gekozen. Er is nog altijd een reactionaire, weinig liberale neiging om net te doen of zulke partijen geen politiek mandaat hebben, niet de stem van het volk vertegenwoordigen en door middel van big tech en manipulatie via sociale media aan de macht zijn gekomen.

„Je hebt nu twee posities: volmondige instemming met het nationaal populisme aan de ene kant, en categorische afwijzing van alles wat deze beweging propageert, waarbij ontkend wordt dat hun kiezers ook legitieme grieven hebben, zodat de polarisatie alleen maar groter wordt. In ons boek zeggen we: laten we ons even niet zo druk maken over de leiders van deze beweging, en ons gaan bezighouden met de onderliggende onvrede, die vaak legitiem is. We zijn geobsedeerd door de tweets van Trump en door wat Orbán roept. Maar we hebben niet even een stap terug gedaan, en ons afgevraagd: hoe representatief is ons politieke systeem eigenlijk? Is het tijd om de immigratiepolitiek te hervormen op een manier die eerlijk en progressief is en eindelijk eens rekening houdt met de zorg van mensen over de snelheid van de veranderingen?”

U spreekt nu eens over legitieme grieven van de populistische kiezer, dan weer over gevoelens van achterstelling. In hoeverre moet de gevestigde politiek meegaan in die gevoelens, ook als de feiten die weerspreken?

„De onvrede wordt vaak langs de meetlat van objectieve feiten gelegd. Armoede, werkloosheid, inkomensverschillen. Maar als je goed kijkt, zie je dat het vaak om een gevoel van relatieve achterstelling gaat, dat jij en de groep waartoe je behoort zich achtergesteld voelt ten opzichte van andere groepen. Het gaat deze kiezers niet alleen om concrete zaken, maar ook om wat er met de natie gebeurt, met de gemeenschap, een manier van leven.

„De grote misrekening van liberale democraten is, wat mij betreft, dat het ons alleen zou gaan om ons individuele belang, onze persoonlijke kwaliteit van leven. Maar onderzoek laat zien dat de kiezers de afgelopen tijd veel meer communitaristisch zijn gaan denken. Hun perceptie over wat er met hun gemeenschap gebeurt, hun gevoel van verlies en hun gevoel van onbehagen, verklaart veel beter waarom ze op populistische partijen stemmen. Bij degenen die zich relatief achtergesteld voelen ten opzichte van andere groepen, stemde 76 procent vóór Brexit. Van degenen die daar geen last van hebben, slechts 26 procent. Heel wat mensen uit die eerste groep hebben gewoon werk en een behoorlijk inkomen. Het probleem is de kwaliteit van hun baan, het wegvallen van zekerheid, het gebrek aan aanzien dat het werk verschaft. In de politiek wordt veel te weinig over waardigheid gesproken. En over erkenning.”

Het nationaal populisme belooft twee dingen: een complexe wereld weer overzichtelijk maken en de terugkeer van zeggenschap over de eigen natie. Als die beloftes moeten worden ingelost, blijken ze meestal niet tegen de werkelijkheid bestand.

„Daar ben ik het maar ten dele mee eens. De onvrede richt zich vooral op kwesties rondom diversiteit en immigratie, de aanpak van criminaliteit, zekerheid. Als mensen het gevoel hebben dat hun gemeenschap wordt bedreigd, dat is vaak genoeg onderzocht, zijn ze geneigd zich tegen de politieke orde te keren. Men heeft het gevoel geen invloed te kunnen uitoefenen, omdat de bestuurlijke macht steeds meer bij de Europese Unie komt te liggen. En dat de sociale en politieke elite er geen trek in heeft hun thema’s aan te kaarten. Daarom wendt men zich tot populistische partijen. Misschien niet eens in de verwachting dat deze de problemen zullen oplossen, maar wel dat ze de boel zullen corrigeren, tegenwicht zullen bieden. En dat is wat er gebeurt.

„Ik zeg niet dat ik het ermee eens ben, bepaald niet, maar als je op Trump hebt gestemd, heb je nu een conservatief in het Hooggerechtshof, belastingverlaging, Trump die zijn mannetje staat tegenover Europa en China en het leger naar de grens stuurt om illegale migranten tegen te houden. Hier is iemand die jouw taal spreekt, zijn plek aan tafel opeist en voor jou opkomt. Ik zie heus wel hoe paradoxaal de figuur van Trump is, maar het idee dat zijn kiezers knollen voor citroenen zijn verkocht, daar ben ik het niet mee eens.”

Manuel Vazquez

Geldt dat ook voor Brexit?

„In de aanloop van het referendum sprak ik met mensen rondom oud-premier Cameron. Kun je de mensen tonen waar het naartoe gaat, vroeg ik, waar we over pakweg vijftig jaar zullen zijn? Als je daar geen antwoord op hebt, ga je het referendum verliezen. Want de kiezer ziet een Europees leger, lidmaatschap voor Turkije, Servië en Montenegro, vluchtelingencrisis enzovoort. Als er geen antwoord komt, is het niet zo gek dat je je van die club wilt losmaken. Ik weet dat het onder liberalen bon ton is om te zeggen dat Groot-Brittannië na de Brexit juist minder zeggenschap heeft, maar als de Brexit doorgaat, wat bepaald niet zeker is, zal het land uiteindelijk meer zeggenschap krijgen over zijn eigen zaken.”

U denkt dat de populistische kiezer binnenkort een tevreden mens zal zijn?

„Dat zeg ik niet! Natuurlijk krijgt men niet wat men wil. Maar je krijgt wel iets. De Italianen die op de Lega hebben gestemd, hebben heus gezien dat de Europese Unie weinig solidariteit heeft getoond bij de opvang van vluchtelingen. Ik ben een pragmaticus. Ik stel de vraag: wat kan liberaal links doen om deze ontwikkelingen beter het hoofd te bieden?

„Wat ik tegen sommige van mijn collega’s heb, is dat zij nog altijd volledig in de ban zijn van het idee dat alles wat met nationaal populisme van doen heeft voortkomt uit racisme, of enkel een bijwerking is van economische ongelijkheid. En dat als we de boel wat eerlijker verdelen en iedereen weer een baan heeft, het populisme zal verdwijnen als sneeuw voor de zon.”

Aan de andere kant kost het die collega’s van u bar weinig moeite uitingen van racisme, anti-semitisme en stemmingmakerij binnen die partijen aan te wijzen. Dat maakt begrip, laat staan toenadering, op z’n zachtst gezegd lastig.

„Zeker. Populistische politici doen schandalig discriminerende uitspraken. Trump over Mexicanen, Wilders over Marokkanen, en Italiaanse politici over hun zwarte collega’s. En een deel van het populistische electoraat houdt er een idee van gemeenschap op na dat minderheden uitsluit. Maar ik vind dat we het zicht verliezen op een grotere groep die niet racistisch is, als we ons alleen op die groep fixeren. Ik heb genoeg UKIP-stemmers gesproken die een samenleving accepteren die etnisch divers is. Twintig tot dertig procent van de mensen die op zulke partijen stemmen, hebben geen probleem met onze liberale samenleving. Het gaat erom die kiezers terug te winnen.”

Wat stelt u voor?

„Ophouden deze mensen als oude, witte, boze mannen weg te zetten. Een meer robuuste immigratiepolitiek op de agenda zetten. Investeren in hechter geïntegreerde sociale gemeenschappen. Doen we dat niet, dan neemt het wantrouwen toe, neemt de steun voor de verzorgingsstaat af en ook de solidariteit met mensen met een andere achtergrond. Wanneer we gesegregeerde wijken laten bestaan, geen betekenisvolle bruggen tussen verschillende gemeenschappen weten te bouwen, ondermijnen we het hele progressieve project. Er is echt haast bij.”