Zonder Dijkhoff praat de Kamer niet over het klimaat

Klimaatakkoord De oppositie eiste woensdag de aanwezigheid van VVD-fractievoorzitter Dijkhoff na zijn kritiek op het Klimaatakkoord. Hij kwam niet. „Laf en bizar.”

Fractievoorzitters en Kamerleden van de oppositie. VVD-fractievoorzitter Dijkhoff was woensdag de grote afwezige.
Fractievoorzitters en Kamerleden van de oppositie. VVD-fractievoorzitter Dijkhoff was woensdag de grote afwezige. Foto’s David van Dam

Uniek durft hij het niet te noemen, maar „van een hoge zeldzaamheid is het zeker”. Menno de Bruyne, woordvoerder van de SGP-fractie en het historisch geweten van de Tweede Kamer, kan zich niet herinneren dat oppositiepartijen ooit de aanwezigheid eisten van een ander Kamerlid.

Dat gebeurde woensdag, toen de volledige oppositie erop stond dat VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff bij het debat over het ontwerp-Klimaatakkoord zou zijn. Toen hij, na een schorsing van tien minuten, niet kwam opdagen, was het debat zonder één inhoudelijk moment weer ten einde. De oppositie weigerde te debatteren, en de coalitie zag wel in dat het met zijn vieren potsierlijk zou worden.

Aanleiding voor de eis om Dijkhoff erbij te halen was diens interview eerder deze maand in De Telegraaf. Daarin nam hij volgens de oppositie afstand van het Klimaatakkoord, waarvan in december na uitvoerig ‘polderoverleg’ een eerste ontwerp was verschenen. Doel van het akkoord is serieus genoeg voor een debat: in 2030 moet de CO2-uitstoot gehalveerd zijn om aan het doel van het Akkoord van Parijs te voldoen.

„Klaas Dijkhoff hoort hier het debat te voeren over de schade die hij heeft aangericht”, zei Lodewijk Asscher, PvdA-leider en gangmaker van het intiatief. „Laf en bizar”, noemde hij het, „om alleen in kranten proefballonnen op te laten”. En niet alleen Dijkhoff moest komen, vonden acht woordvoerders van de oppositie gezamenlijk bij de interruptiemicrofoon. Ook de fractieleiders van CDA, D66 en ChristenUnie dienden op te draven. „De coalitie is het niet eens als het gaat om klimaatbeleid, en de fractievoorzitters duiken”, zei Jesse Klaver van GroenLinks. „Ze duiken en ik denk dat dat niet kan in deze tijd.” Volgens Geert Wilders (PVV) was dit een goed moment „om onszelf als Kamer serieus te nemen”.

Pikant was dat zowel fractievoorzitter Sybrand Buma van coalitiepartij CDA als Gert-Jan Segers van de ChristenUnie woensdagochtend nog op de sprekerslijst stond. Zij werden later vervangen door de klimaatwoordvoerders.

„Formeel heeft de oppositie natuurlijk geen poot om op te staan en dat schouwspel kan zich morgen herhalen, maar persoonlijk vind ik wel dat je uit hoffelijkheid aan zo’n wens gehoor kan geven”, zei De Bruyne na afloop van het korte debat. „Maar een Kamerlid hoeft zich niet voor de rest van de Kamer te verantwoorden”. Een meerderheid kan wél om de aanwezigheid van een bewindspersoon vragen. Zo zat woensdagmiddag niet alleen verantwoordelijk minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD) klaar om zijn bijdrage te leveren, maar ook premier Mark Rutte. Om diens aanwezigheid was door de Kamer expliciet gevraagd.

Op donderdag doet de oppositie een nieuwe poging om mét Dijkhoff te debatteren over het Klimaatakkoord. Maar het is de vraag of dat op korte termijn gebeurt. Want voor het aanvragen van een plenair debat is een meerderheid nodig en mogelijk werken de vier coalitiepartijen daaraan niet mee. Zo lieten CDA en CU al doorschemeren het debat pas in maart te willen houden. „Na dit toneelstukje van de bovenste plank”, kan volgens Agnes Mulder (CDA) beter eerst gewacht worden op 13 maart.

Op die dag komen de planbureaus PBL en CPB met hun analyse van het Klimaatakkoord. Ook Carla Dik-Faber (CU) wil dit uitstel tot het moment „als alle stukken er liggen”. De oppositie rook onraad, want een debat na 13 maart is al snel een debat na 20 maart, de dag van de verkiezingen voor de Provinciale Staten en (indirect) de Eerste Kamer. Dat is ook weer niet de bedoeling, zei Thierry Baudet (Forum voor Democratie). „Absoluut onacceptabel. De heer Dijkhoff heeft ook niet gewacht tot 13 maart met zijn uitspraken in de krant.”