Opinie

    • Jannetje Koelewijn

Wittgenstein sloeg zijn leerling bewusteloos

Een leerling die met krukken smijt bij zijn nekvel grijpen en de klas uit zetten, dat mag dus niet meer. De onderwijsassistent die het laatst deed, op het Kennemer College in Heemskerk, zit nu thuis, met vervroegd pensioen. „Wat had jij over mijn moeder te vertellen”, zei hij terwijl de jongen (het was een jongen) zich uit zijn greep worstelde. „Opzouten, nu.” Zijn klasgenoten hadden alles gefilmd met hun telefoons.

Maar dan Ludwig Wittgenstein (1889-1951), de in Oostenrijk geboren filosoof en hoogleraar, beroemd om zijn Tractatus Logico-Philosophicus uit 1922, over de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid. Van huis uit was hij steenrijk, maar hij verkoos een leven in armoede en in 1926 was hij onderwijzer aan een schooltje in Otterthal – niet helemaal zijn niveau. Dat hebben ze geweten, in dat dorp. Ze kennen hem daar nog steeds vanwege Der Vorfall Haidbauer.

Josef Haidbauer, een ziekelijk jongetje van elf, was zo suf en sloom dat meester Wittgenstein op een kwaad moment zijn geduld verloor en hem volgens Josefs klasgenoten twee tot drie keer keihard op zijn hoofd sloeg, tot hij bewusteloos op de grond viel.

Niet voor het eerst dat Wittgenstein uit de bocht vloog, eerder had hij het meisje Hermine zo hard gemept dat ze bloedde achter haar oor. Bij een ander meisje had hij volgens zijn biograaf Ray Monk een pluk haar uit het hoofd getrokken. Maar deze keer vond Wittgenstein kennelijk dat hij te ver was gegaan. Hij stuurde zijn leerlingen naar huis, bracht Josef naar de hoofdonderwijzer en rende in paniek de school uit. Daar liep hij recht in de armen van Herr Piribauer, toevallig de vader van Hermine. Die begon geweldig tegen Wittgenstein te schelden en rende naar de politie.

Geen arrestatie, maar op 17 mei 1926 moest Wittgenstein wel voor de rechtbank in Gloggnitz verschijnen. Die gaf opdracht tot een psychiatrisch onderzoek. Aan Josefs klasgenoten werd gevraagd of het geweld van de meester gepast was geweest. Ja, vond het jongetje August Riegler. Als de klappen die Josef had gekregen al overdreven werden genoemd, dan was 80 procent van de klappen die meester uitdeelde overdreven.

De uitkomsten van het psychiatrisch onderzoek zijn nooit gepubliceerd. Volgens een andere biograaf, Alexander Waugh, wist de familie dat te voorkomen. Toch diende Wittgenstein zijn ontslag in bij de inspecteur van het onderwijs. Die wilde hem niet laten gaan: Wittgenstein was een goede onderwijzer en zette zich enorm in voor de school. Waarom nam hij niet een paar weken vakantie?

Maar Wittgenstein was vastbesloten. Hij ging weg. Tien jaar later kwam hij terug om zijn leerlingen om vergiffenis te vragen. Josef was toen al dood, gestorven aan leukemie.

Jannetje Koelewijn (j.koelewijn@nrc.nl) vervangt deze donderdag Tom-Jan Meeus.

    • Jannetje Koelewijn