‘Verborgen parels op Zuid’

Deze serie gaat over Rotterdammers van betekenis die toch niet zo vaak in de krant staan. Hoe ziet hún stad eruit. Deze week: Sabine Maertens.

Waarom doet u wat u doet?

„Ik heb bij grote commerciële bedrijven gewerkt, waar je onderdeel bent van een groot proces en je doelen bepaald worden door targets – door geld. Dat zei me niet veel. Ik ben daarna beland in de culturele sector, waar ik marketing, communicatie en projecten heb gedaan voor bijvoorbeeld de schouwburg en Rotterdam Festivals. Toen Carolien Dieleman gevraagd werd voor het Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie [EMI], heeft ze mij meegevraagd.

„Het EMI zoekt manieren waarop de studenten van Hogeschool Rotterdam kunnen bijdragen aan het oplossen van taaie maatschappelijke problemen op Zuid. We kijken bijvoorbeeld naar manieren waarop de lage Citoscores omhoog kunnen. Daarvoor hebben we onder meer het mentorprogramma bedacht: studenten van de hogeschool zijn, onder begeleiding van docenten, individuele mentoren van scholieren. Daarnaast zet ik me in voor cultuur. Ik zit in de besturen van verschillende kleinschalige initiatieven. Wat ik echt wens, en waar ik me voor inzet, is dat er in de kunstensector ruimte blijft bestaan voor het experiment. Letterlijk, ruimte: speelruimte, ruimte om te maken. De doorstroom na de opleidingen is nu vaak ingewikkeld. Ik was laatst in Parijs in Le 104, een opgeknapte fabriek van 40.000 m2 waar jongeren uit de wijk werken aan hun dance, ballet, skate, ballet moves. Afgewisseld met voorstellingen en tentoonstellingen van (inter)nationale allure. Zoiets zou ik Zuid zo gunnen.”

Wat lukt wel en wat lukt niet?

„Politiek draagvlak. Het lijkt soms of de politiek ver afstaat van wat er in de haarvaten van de stad gebeurt. En wie het hardst roept, en de weg weet, wordt gehoord. Spannend is het voor Zuid. Dat is nu ineens hot, maar er wordt altijd óver Zuid besloten. En zoals wel gezegd wordt: wat je doet voor Zuid, zonder Zuid, is tegen Zuid.”

Waarom woont u in Rotterdam?

„Waar anders? Ik ben geboren op de Kruiskade, maar opgegroeid op het platteland van Brabant. Zodra ik kon, ben ik in Rotterdam gaan studeren. Ik was er vanaf dag één thuis. Dat was begin jaren ’90, toen de stad nog woester was en je echt nog je eigen weg moest vinden, moest ontdekken wat de goede plekken waren. Ik vind het fijn dat niet alles zo vanzelf spreekt. En het is een cliché, maar deze stad is echt steeds vernieuwend.”

Wat is onbegrijpelijk aan deze stad?

„Het is meer iets dat ik wonderbaarlijk vind: het wij-gevoel in de stad: als je in Rotterdam woont, ben je een Rotterdammer. Dat chauvinisme ontwikkel je hier heel snel. Ik hoop dat we dat niet verliezen.”

Wat is uw geheime tip in Rotterdam?

„Zoveel. Er zijn op Zuid bijvoorbeeld echt verborgen parels, zoals Galerie Niffo, die wordt gerund door Zoë. Het is een expositieruimte, maar er zijn ook evenementen. Zij weet echt hoe ze jongeren uit de buurt bij kunst kan betrekken. Ook mooi is de Afrikaandertuin, een botanische tuin midden in de wijk. Daar staat een kas waar je je kamerplanten kan brengen als die er zielig bij staan. Die kunnen daar opknappen en dan haal je ze na een paar maanden weer op. Ik woon zelf in Noord en daar heb je de oogstmarkt. Daar staat een paddenstoelenman, Erik Reinders, een jonge hipperd met wel 30 soorten paddenstoelen, die er alles van weet. Zo leuk. Daar moet eigenlijk Iedereen een keer langs.”

Kent u nog een mooi verhaal?

„Heel klein en recent: mijn scooter is gespoten door iemand met de artiestennaam Doodkonijn – hij is heel herkenbaar dus. Die startte niet na een feestje, dus ik had hem vast op de stoep bij de scooterhandel gezet. Word ik gebeld de volgende dag: ‘Zeg, is dat jouw scooter? Geef even de code van je combinatieslot, dan zet ik ’m vast binnen.’ Daar word ik nou helemaal warm en fuzzy van.”

    • Elsje Jorritsma