Recensie

Recensie Uit eten

Rotjeknor Royale in de nieuwe bistro van Den Blijker

Foto: Walter Herfst
    • Wim de Jong

Ik zal de enige niet zijn geweest die zich bij binnenkomst in Goud direct tot de jongen wendt die bij de ingang achter een paneel vol oplichtende knoppen staat. Ik noem mijn naam, zeg dat ik gereserveerd heb en geef hem ’m nog net mijn jas niet voordat ik ineens snap dat ik tegen de dj van het restaurant sta aan te praten. Verdomd, het oogde inderdaad al zo vreemd, een kelner van hooguit een jaar of zestien met een ijsmuts en een koptelefoon op.

En bij die eerste verbazing blijft het in de nieuwe zaak van Herman den Blijker bepaald niet. Nadat we er toch ten minste een minuut lang met open mond hebben rondgekeken, hebben we nog een veelvoud daarvan aan tijd nodig om de inrichting van Goud enigszins onder woorden te kunnen brengen. „Het Russisch paviljoen op het World Economic Forum in Davos”, probeert mijn tafelgenoot, die daar een appartement heeft. Zelf kom ik werkelijk niet verder dan ‘Rotjeknor Royale’.

Zwart marmer, groen marmer, wit marmer, glaskeramiek, goud, fluweel – overal op de wereld waar hij de afgelopen jaren tegen wat sjieks van het een of ander aanliep, bestelde Den Blijker er spontaan een partijtje van, zo vertrouwt hij ons even later toe. Tot ongenoegen van de ontwerpers die hij Goud ermee liet aankleden; in eerste instantie wilden ze de klus om die reden zelfs niet. Véél te weelderig, of misschien wel té maf.

Hoe dan ook, alles bij elkaar heeft het schitterend uitgepakt. De Only in Rotterdam-interieurstijl, zoals die opgang maakte in Den Blijkers vorige restaurant Las Palmas, doet je ook in Goud naar adem happen. De sfeer is navenant. „Oud geld, zwart geld, geen geld: iedereen moet zich hier thuisvoelen”, is het adagium van de ‘Grote Kale’, en dat lijkt wederom gelukt. Met dank ook aan de jongens en meisjes van de bediening, die zo aanrakerig zijn dat ze je nog net niet om de hals vliegen.

Cocktail Dokter

Veel gasten van Las Palmas zullen zich ook juist vanwege dat personeel onmiddellijk op hun gemak weten. Gastvrouw Joyce Schuller blijkt opnieuw niet Van den Blijkers zijde geweken, evenals de ook bij RTL-kijkers inmiddels beroemde ‘meneer Reimers’. Boven de pannen zien we onder anderen de chefs Nick de Kousemaeker en Peter Wulp, die met hun baas mee naar de Lloydstraat zijn verhuisd.

Nieuw in het team zijn de mannen van de Cocktail Dokter. Zij runnen in Goud hun eigen bar. Je kunt eraan eten maar ook neerstrijken om te borrelen en te dansen, en dan komt die dj van pas. Als we tegen elven de bistro weer verlaten, druppelt een ander uitgaanspubliek binnen: kluitjes prachtig aangeklede, sexy meiden, ongetwijfeld aangelokt door de publiciteit die Goud al in de glamourbladen en op social media kreeg.

De gerechten van de bistro zijn avontuurlijk genoeg om ook de gasten te bekoren die het echt alleen om het eten te doen is. Wulp heeft aan zijn jaren bij Restaurant De Jong een voorliefde voor de groentekeuken overgehouden, hetgeen zich in Goud uitbetaalt in onder andere een ‘steak’ van knolselderij (9,50 euro) die zich moeiteloos met elk willekeurig vleesgerecht kan meten. De ‘frikandel van schaaldieren met een crumble van wasabi’ (12,50) zal van de hand van De Kousemaeker zijn, met een verleden in de wat wriemeliger school van François Geurds (FG). Van sterrenchef Hans van Wolde (Beluga, Maastricht) kreeg Den Blijker bij de opening van Goud een recept voor een dessert cadeau: de ‘Beluga loves Goud’ (12,50), een crumble van citroenmeringue, witte chocomousse, lemoncurd en vanille-ijs.

Niet alles is al even overtuigend op de kaart. Het ‘Gouden Kalf’, een flauwe gehaktstaaf belegd met ganzenlever (19,50), hadden we best kunnen missen, en ook de al te doorbakken rogvleugelfilet met gnocci (28,50) viel een tikje tegen. Maar dat mag je een bistro die zich nog in de aanloopfase bevindt nooit zwaar aanrekenen. Moet goedkomen bovendien. De Grote Kale zal ook in dit opzicht wel weer weten hoe hij goud smeedt.

Wim de Jong is culinair recensent.