Opinie

    • Georgina Verbaan

Drie

Verblindend wit licht schijnt door de huid van mijn gesloten oogleden naar binnen. Als een pissebed rol ik me op. Het is het soort licht dat je kan voelen. Agressief heldere atmosfeer. ‘Wakey wakey, rise and shine! Het zonnetje schijnt speciaal voor jou!’ hoor ik.

Ja hoor, het is George. Hij zal wel weer iets nieuws hebben. Ik open mijn ogen voorzichtig, minimaal. Ik lig in een witte ruimte die oneindig door lijkt te gaan, maar toch intiem voelt. De aanwezigheid van een vloer stelt mij gerust. Maar met George weet je het nooit. Ach, er komt iemand aangelopen. ‘Zo, ben je daar weer?’ Zal je hem hebben, denk ik. Hij klinkt als George, maar dan zalvend, alsof hij in een wellnesscentrum werkt, en zo ziet hij er ook uit. Zijn mottige pantalon, zijn afgedragen giletje en geel geworden overhemd zijn nergens te bekennen. Hij draagt een witte broek en een poloshirt. Ook wit. Zijn haar is gewassen en natuurlijk opgedroogd, maar schokkender: zijn snor is weg.

‘Ben jij het George?’ Mijn stem klinkt afhankelijker en kleiner dan ik me voel. Hij knielt naast me neer. ‘Zijn we er klaar voor?’ vraagt hij. Weer die zalvende stem die bijna warm klinkt. Hij glimlacht ook. Zijn mond is als een snee in zijn gezicht. De lippen zijn bijna niet zichtbaar, alsof hij ooit geboren is met slechts twee ogen en een neus, iemand met een stanleymes een opening sneed in het stuk huid waar een kringspier had moeten zitten. Dat zag je met die snor niet.

‘We? Klaar voor wat?’ vraag ik. Maar George (is het George?) begint al kordaat aan me te trekken. ‘Kom op, opstaan. Hier is nooit iemand beter van geworden.’ Hij trekt me overeind. Ik draag een pyjama. Ik wist niet dat ik een pyjama draag. Hij is wit met witte streepjes. Hij duwt me een paar meter een andere kant op – zijn gezondheidsslippers met nopjes flapperen met elke stap – en trekt me dan tot stilstand. ‘Ga je gang.’ Zegt hij met een wijds armgebaar. Hij gaat in kleermakerszit zitten en knikt me bemoedigend toe.

Hij komt met zijn bloedende bekje vol verwachting op me afgeflapt

Zijn strakke streepjesmond opent zo ver als mogelijk is. De domme grimas van verwachting. Er sijpelt bloed uit de randen van het gefabriceerde gat. ‘Wat moet ik doen in godsnaam, George?’ Hij gromt en komt ontstemd overeind. ‘Ik heb ruimte gemaakt voor je! Dat zie je toch? Jij wil toch dingen maken? Nou, ga je gang!’ uit zijn broekzak diept hij een zakdoek op. Hij veegt de druppels van zijn voorhoofd en dept voorzichtig zijn praatgat. ‘Maar er ís hier niks!’ werp ik tegen. ‘Laat maar, laat maar, laat maar...’ Met gebogen hoofd loopt hij mismoedig mompelend rondjes op zijn flapslippers en verliest hij kleine beetjes bloed. Hij blijft lopen, hoofdschuddend, in een steeds dikkere rode bloedcirkel.

‘Wacht eens even, George..’ roep ik. Hij kijkt op en staat stil. ‘Ik heb een ideetje. Kom eens hier.’

Hij komt met zijn bloedende bekje vol verwachting op me afgeflapt. ‘Oogjes dicht, ik tel tot drie, ok?’ Hij knikt. ‘Ik ga een kunstwerk maken.’ Mijn wijsvingers haak ik voorzichtig in zijn mondhoeken. ‘Eén, twee..’

    • Georgina Verbaan