Discussie over kernwapens is weer terug

Adviesraad De contouren van een nieuwe, kostbare wapenwedloop worden steeds duidelijker. Nederland moet daar op anticiperen.

Een demonstratie tegen kernwapens.
Een demonstratie tegen kernwapens. Foto Vincent Mentzel

Na dertig jaar terug van weggeweest: het kernwapendebat. Wat voorbij leek, is niet voorbij. De wapens die zo vernietigend zijn dat alleen al het dreigen ermee zou volstaan, spelen weer een prominente rol in het internationale machtsspel. En dus kan ook Nederland zich met zijn beladen kruisraketten-historie weer voorbereiden op een debat dat eerder tot grote verdeeldheid in de samenleving leidde.

Lees ook: Is een verdrag zonder China en India niet achterhaald?

Nederland moet zich actiever opstellen om te voorkomen dat een nieuwe kernwapenwedloop ontstaat. Zegt de Adviesraad Internationale Vraagstukken – het belangrijkste adviesorgaan op buitenlands terrein – in een donderdag gepresenteerd rapport. Volgens de AIV worden de contouren van een nieuwe, kostbare wapenwedloop steeds duidelijker. Nog zorgelijker: de drempel voor het daadwerkelijke kernwapengebruik lijkt lager dan voorheen, door technologische ontwikkelingen, maar ook door het gebrek aan communicatie en dialoog tussen kernmachten. De hotlines uit de Koude Oorlog – directe telefoonlijnen tussen wereldmachten om ongelukken te voorkomen – functioneren niet meer optimaal.

Anti kernbewapening demonstratie.

Foto ANP

Krachtiger dan tot nu toe, zegt de AIV, dient het kabinet zich uit te spreken voor behoud van het INF-verdrag tussen de VS en Rusland. Hiermee kwam midden jaren tachtig een eind aan de kernwapenrace in Europa en daarmee ook aan het verlammende Nederlandse kruisrakettendebat.

Nu de spanning weer oploopt – de Russen zouden het verdrag schenden – kan Nederland niet berusten in de status quo. „Het is zeker in het Nederlands belang om op korte termijn initiatieven te nemen om reëel kernwapengebruik, bedoeld of onbedoeld, te voorkomen”, aldus het rapport. Concreet moet Nederland de Verenigde Naties vragen „een gezaghebbende internationale commissie” in te stellen, zoals de Brundtland-commissie, die zich in de jaren tachtig boog over milieubedreigingen en ontwikkelingsvraagstukken.

Het is een „educatief rapport”, zei AIV-voorzitter Jaap de Hoop Scheffer donderdag. Er is immers anderhalve generatie opgegroeid zonder de dreiging van kernwapens. Voorbij was de Hollanditis die Nederland in de jaren tachtig teisterde en leidde tot bezorgde blikken in Washington. De mogelijke plaatsing van 48 kruisraketten hield Nederland volop bezig. Zoals D66-poltiticus Hans van Mierlo in die tijd vaststelde: „Als je iemand in Den Haag vraagt waar hij staat wordt er niet bedoeld waar hij geparkeerd staat, maar wat zijn mening is over de komst van de kruisraketten.’’

Lees ook, Opinie: Een iets te gemakkelijk advies

Het rapport is géén oproep tot het plaatsen van kernwapens, benadrukte oud-defensieminister Joris Voorhoeve, een van de opstellers. „Daar lopen we niet op vooruit.” Als de VS het INF-akkoord zaterdag zoals aangekondigd opzeggen, heeft Rusland nog zes maanden om de daarin gemaakte afspraken alsnog na te komen. Voorhoeve: „Als Rusland niet luistert, ontstaat er een nieuwe situatie” en kan de NAVO vervolgstappen overwegen.

Voor de EU zou een hoogst ongemakkelijke situatie ontstaan. Trump heeft immers twijfel gezaaid over zijn toewijding aan de NAVO. En door het aanstaande Britse vertrek uit de EU is er straks nog maar één EU-land dat over kernwapens beschikt: Frankrijk. Wordt het, kortom, niet tijd voor een eigen, Europese nucleaire defensiemacht? Het debat hierover in onder meer Duitsland „tekent de onzekerheid die is geschapen”, schrijft de AIV. Maar volgens de adviesraad is een eigen EU-capaciteit „geen alternatief” voor de Amerikaanse veiligheidsparaplu. De AIV zou het ook „zeer onwenselijk achten als in Europa nieuwe kernwapenstaten ontstaan”.

Overzicht van de bij het Marine Vliegkamp Valkenburg gehouden demonstratie tegen het gebruik van kernwapens.

Foto Arthur Bastiaanse

Tegen elkaar opbieden en ‘spiegeling’ – zij kernwapens, wij kernwapens – is volgens de AIV geen goede strategie. Dat was de situatie in de jaren 80. Toen wilde de NAVO 572 kruisraketten in Europa plaatsen, waaronder in Nederland, als antwoord op het groeiend aantal SS20-raketten dat de Sovjet-Unie aan het plaatsen was.

Praten werkt veel beter, bleek in het verleden. Behalve het VN-initiatief bepleit de adviesraad ook „een strategische dialoog” met Rusland. Volgens AIV-voorzitter De Hoop Scheffer mogen de huidige „forse meningsverschillen” – over MH17, Skripal, de OPCW-hack – „niet in de weg staan”. De EU moet „uit de strandstoel van de geopolitieke vakantie” die het de afgelopen decennia had, aldus De Hoop Scheffer.

Maar praten alleen is niet genoeg, benadrukt de AIV. Nederland en de EU moeten flink investeren in ‘afschrikking’, niet zozeer via kernwapens, maar via „een substantiële versterking” van conventionele militaire kracht. NAVO-landen moeten de afgesproken defensie-uitgaven ook daadwerkelijk doen. En de verdediging van de oostflank van de EU, die voor NAVO-troepen nog steeds moeilijk bereikbaar is, moet veel geloofwaardiger worden. „Evenwichtige conventionele verhoudingen in Europa verkleinen immers de kans dat een militair conflict ontstaat tussen Rusland en de NAVO en daarmee het risico dat nucleaire wapens worden ingezet.”

En, wie zelf militair sterk in zijn schoenen staat, kan vervolgens ook veel meer bereiken op het gebied van wapenbeheersing en– nog beter – ontwapening.