Defensie opent meldpunt voor gezondheidsklachten door ‘burnpits’

Het ministerie kreeg vier meldingen en opent maandag een meldpunt om inzicht te krijgen in de omvang van het probleem.

Afghanistan, Uruzgan, Poentjak in 2007. Al het geproduceerde afval word in de 'burnpit' verzameld en verbrand.
Afghanistan, Uruzgan, Poentjak in 2007. Al het geproduceerde afval word in de 'burnpit' verzameld en verbrand. Foto Sjoerd Hilckmann/Defensie

Het ministerie van Defensie opent maandag een meldpunt voor gezondheidsklachten door burnpits. Tijdens de missies in Irak en Afghanistan werden zulke open vuren gebruikt om afval te verbranden. Hierbij kwamen mogelijk giftige stoffen vrij, die door defensiepersoneel werden ingeademd.

In de burnpits werd huishoudelijk afval verbrand, maar ook afgewerkte olie, accu’s en chemisch en medisch afval. Eerder deze maand bleek dat meer dan vijftig militairen zich bij jurist Ferre van de Nadort hebben gemeld omdat ze vermoeden dat ze tijdens missies ziek zijn geworden door de rookwolken van dit soort vuren. De jurist haalde hierop twee Amerikaanse onderzoeken aan, die concluderen dat zulke giftige rook effect zou hebben op onder meer longen, ogen, nieren, lever, vatenstelsel en maag-darmkanaal.

Medisch beroepsgeheim

De minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA) ontkende twee weken geleden dat Defensie wist van de gezondheidsklachten. Het Dagblad van het Noorden onthulde daarop dat er wel degelijk militairen waren die Defensie aansprakelijk hadden gesteld voor de gevolgen van de burnpits. Dinsdag zei Bijleveld dat er tot nu toe vier officiële meldingen waren binnengekomen.

In de bekendmaking schrijft Defensie dat de gezondheidsklachten die gemeld waren bij (defensie-)artsen vallen onder het medisch beroepsgeheim. Defensie kan er hierdoor niet zomaar bij. Om deze reden verzoekt het ministerie de (ex-)militairen dan ook opnieuw een melding te doen. Zo zegt het ministerie zicht te willen krijgen op de omvang van probleem. “Als de meldingen hiervoor aanleiding geven, wil Defensie een onafhankelijk onderzoek laten uitvoeren”, schrijft het ministerie.