Opinie

Voor mannen is het écht een strijd, om af te slanken

Japke-d. Bouma hoorde laatst dat het voor mannen moeilijker is om af te slanken dan voor vrouwen. Klopt dat?

Japke-d. Bouma

Wie denkt dat vrouwen dramatisch zijn moet voor de lol eens gaan luisteren naar een man van rond de vijftig die net begonnen is met serieus afslanken. Waar ik vrouwen vaak in stilte met hun gewicht zie kwakkelen, hoor ik mannen geregeld oreren over hun strijd tegen de kilo’s als ware het een heroïsch epos met henzelf in de rol van superheld.

Hoe het begon – vaak bij een dochter die vond dat die broek écht niet meer kon. Over het moment dat hij „het licht” zag – toen hij de trap oprende en naar zijn hart greep. De schellen die hem van de ogen vielen – toen hij erachter kwam dat de hele samenleving één grote netwerkborrel is met bitterballen. En dan afrondend natuurlijk De Boodschap: dat we allemaal veel bewuster zouden moeten eten omdat we anders doodgaan, blablabla.

Ik heb lang gedacht dat dat allemaal aanstelleritis was, maar het blijkt dus écht zo te zijn: voor mannen is het moeilijker om af te vallen dan voor vrouwen, zegt Wendy Walrabenstein als ik haar erover bel. Ze is diëtiste en heeft veel mannen als klant, onder wie ‘smulpaap’ Jan Heemskerk die er recent zelfs een boek over schreef.

Met mannen moet je vaak helemaal op nul beginnen, zegt Walrabenstein, ze weten vaak amper iets over afslanken. Vrouwen zijn vaak al helemaal kapotgehersenspoeld over diëten door hun vriendinnen, Sonja Bakker en de Linda, soms met zelfs anorexia tot gevolg. Wat dat betreft heeft het verfoeide slankheidsideaal voor vrouwen dus eindelijk eens een voordeel: vrouwen weten in ieder geval hoe het werkt: meer bewegen, minder wijn en minder eten.

Mannen zijn vaak écht dummies op afslankgebied, zegt Walrabenstein. Ze proppen van alles in hun mond en zijn dan op hun 50ste ‘ineens’ „een aangespoelde walvis met een plofkop”, zoals Heemskerk het in zijn boek omschrijft.

Lees ook: Als man kan je achteloos dik worden: ‘een pilsje hier, een koekje daar’

Ik denk ook wel eens: mannen hebben ook gewoon te weinig gezonde rolmodellen. Zo zie ik best vaak dikke mannen met slanke vriendinnen en een stuk minder het omgekeerde in de media. Dan denk je als man misschien eerder: zo’n vaart zal het niet lopen met mijn bolle reet en véél te hoge cholesterol.

Omgekeerd komt ook voor: mannen die zéggen dat ze aan het afvallen zijn terwijl ze stiekem op zolder een smuldoos met nutsen en marsen hebben staan waar ze af en toe even bijtanken. Vrouwen houden elkaar daarentegen vaker beter in de gaten, helaas. Mijn goede vriend S. zei laatst: „We práten er wel over in de kleedkamer, dat we moeten afvallen omdat het anders écht gevaarlijk wordt, maar vervolgens gaan we toch gewoon weer aan het bier. Het laatste wat we willen, is te worden versleten voor quinoa-trutje.”

Als het over diëten gaat, geldt vaak: vrouwen lullen erover, mannen dóén het gewoon

En toch en toch en toch, zegt Walrabenstein. Áls mannen dan eindelijk begonnen zijn met serieus afvallen, houden ze zich er ook trouwer aan. Vrouwen twijfelen vaker over de aanpak en zeggen eerder afspraken met haar af dan mannen. Wat dat betreft zou je er de Amsterdam-Rotterdam-metafoor op los kunnen laten: vrouwen lullen erover, mannen dóen het gewoon.

In die zin is het voor mannen dus wél makkelijker om af te vallen dan voor vrouwen: als ze eenmaal aan de superheldenspeelfilm van hun afslankavontuur zijn begonnen, krijg je ze er amper nog uit. En ze krijgen ook alle ruimte voor hun verhalen, voor hun Tupperwarebakken op het werk met eigengemaakte lunches, voor hun recepten.

Want een superheld wordt - helaas - nog altijd vaker serieus genomen, dan een superheldin.

Tips via @Japked op Twitter.