Zach Condon, met zijn Farfisa-orgel.

Foto David van Dam

Zach Condon (Beirut) wil altijd achter de muziek aan (in zijn hoofd)

Zach Condon Zet Zach Condon achter een Farfisa-orgel en hij vergeet dat hij geïnterviewd wordt. Met de groep Beirut maakt hij muziek van onbestemde geografische herkomst, gevormd naar de melodieën in zijn hoofd.

Als jongen droomde Zach Condon ervan om met de muziek mee te gaan. Als hij Slavische bruiloftsmuziek hoorde, een jazzorkest uit New Orleans of een Mexicaanse mariachiband, greep hij in gedachten naar zijn trompet en holde hij achter de muzikanten aan. Bloemrijke solo’s, stemmige begrafenismelodieën en uitbundige kermismuziek hoorde hij zichzelf spelen. In zijn hoofd verplaatste hij zich naar exotische locaties die hij kende uit oude zwart-witfilms. Vrienden had hij nauwelijks, want leeftijdgenoten vonden zijn smaak maar vreemd. Geen hiphop of heavy metal, maar Balkanorkesten en de filmmuziek van Ennio Morricone bepaalden zijn muzikale horizon.

Behalve de trompet en een ukelele had hij een oud elektronisch Farfisa-orgel, gekregen van een rondreizend circusmuzikant die het compacte instrument achterliet omdat er verschillende toetsen kapot waren. „Die beperkingen hebben mijn manier van componeren in belangrijke mate gevormd”, zegt Zach Condon (32) over de muziek die hij sinds 2006 onder de bandnaam Beirut uitbrengt. „Ik moest woekeren met het feit dat de A, de G en de F op mijn keyboard geen geluid maakten. De akkoorden die ik verzon waren niet de gebruikelijke. Bij mij slopen er altijd extra mineurklanken in. Mijn zangmelodieën kregen onwillekeurig de melancholie die je ook in Slavische muziek hoort.”

Dankzij het Farfisa-orgel op zijn kamer in het ouderlijk huis in Santa Fe, New Mexico kon hij gestalte geven aan de muziek die hij tot in detail in zijn hoofd hoorde. „De Farfisa had een ritmebox en een automatische functie voor een baspartij bij de akkoorden. Zonder medemuzikanten kon ik songs componeren terwijl de muziek eindeloos doorspeelde. De zangmelodie neuriede ik zomaar een beetje voor me uit. Het eerste Beirut-album Gulag Orchester heb ik op die manier in de steigers gezet. Trompet en flügelhorn kon ik zelf spelen. De andere muzikanten heb ik er later bij gezocht.”

Reizen met of zonder de band deed hij gretig. Zijn reislust werd weerspiegeld in songtitels als ‘Prenzlauerberg’, ‘Gibraltar’ en ‘East Harlem’. In Beiroet, de hoofdstad van Libanon die in Condons optiek stond voor de plek waar culturen samenkomen, was hij nog nooit geweest. Pas in 2014 speelde de band er voor het eerst.

Primitiever

Na vier albums waarop het groepsgeluid steeds scherper gedefinieerd werd als een stemmige, prettig in het gehoor liggende smeltkroes van stijlen, vindt Zach Condon de tijd rijp om terug te keren naar de basis. Als vanouds componeerde hij achter het Farfisa-orgel. „Voor mij mocht het allemaal weer wat ruiger, wat primitiever, wat onberedeneerder.”

De voorbereiding van het album bracht hem naar nieuwe plekken. Via Brooklyn en Berlijn kwam hij terecht in de Zuid-Italiaanse streek Puglia, waar hij op het ongerepte platteland een rustieke maar goed uitgeruste opnamestudio vond. Een Farfisa, niet voor niets een Italiaanse uitvinding uit 1964, behoorde tot de standaarduitrusting.

Bij het creatieve proces hoorde zijn verkenning van de omgeving. Een toeristisch tripje bracht hem naar de middeleeuwse vestingstad Gallipoli, waar Condon en zijn medereizigers verstrikt raakten in een processie door de nauwe straten, met priesters die een heiligenbeeld meetorsten. Opnieuw kreeg hij de neiging om met de muziek mee te gaan. „Ik wilde me deel voelen van die processie, de devotie van mensen met een vastomlijnd doel. Het nummer ‘Gallipoli’ ontstond daarna in één lange schrijfsessie. Alle lijnen uit mijn vroegere muziek komen erin samen: de zoektocht naar het onbekende, de weemoed en de muziek die in het ideale geval voortkomt uit een staat van trance. Zonder nadenken, zo heb ik het graag. Pas wanneer het moment is aangebroken om er een tekst bij te verzinnen, moet ik mijn hersens pijnigen om de juiste woorden te vinden. De songtekst is bij mij altijd de sluitpost.”

‘Gallipoli’ met zijn krakkemikkige orgelklanken en smachtende trompet werd het titelnummer van een album dat ongepolijst mocht klinken, omdat Condon het oorspronkelijke gevoel van de eerste keer dat hij de nummers speelde wilde behouden.

Achter een speciaal voor hem opgesteld Farfisa-orgel in een Amsterdamse opnamestudio demonstreert hij hoe associatief spelen met een eenvoudige analoge drumcomputer tot de typische Beirut-muziek kan leiden. „De combinaties van noten die ik maak zijn in principe dezelfde die ik speelde toen ik net begon, woekerend met een kapot keyboard. De dissonanten horen erbij; ik denk dat ze mijn muziek oorspronkelijk maken.” Zach Condon gaat intensief op in zijn orgelspel en vergeet minutenlang dat hij geïnterviewd wordt. „Sorry, wat was de vraag?”

Het Farfisa-orgel waar Zach Condon in Amsterdam op speelde. Foto Remco Schouten

Hoe authentiek schat hij zijn muziek in, als het gaat om de etnische invloeden? „Ik weet niet wat authentiek betekent. Ik was al jarenlang een fan van Paul Simons album Graceland, voordat ik erachter kwam dat hij zijn invloeden vooral uit Zuid-Afrika haalde. Muzikale inspiratie is overal. Originele combinaties zijn mij dierbaarder dan een puristische hang naar authenticiteit.”

Beiruts muziek zou uit een voorbij tijdperk kunnen komen, uit een ver land en gespeeld door leden van een ongeschoolde vuilnisbakkenfanfare. Luistert hij eigenlijk naar de muziek van nu, de elektronische producties van hiphop en radiopop? Zach Condon fronst zijn wenkbrauwen. „Ik probeer het regelmatig, maar ik moet stoppen met luisteren als het mij te glad wordt. De meest muziek van nu is ear candy: snoep voor het oor die alleen maar de luisteraar wil behagen. Ik stel me het liefste op aan de tegenovergestelde kant van het muzikale spectrum. Niet dat ik het moedwillig lelijk wil maken, maar de trommelvliezen mogen geprikkeld worden als je naar Gallipoli luistert. Mijn muziek is een zoektocht met een open einde.”

Het album Gallipoli verschijnt 1 februari op 4AD/Beggars. Beirut concerten: 4 april Oosterpoort, Groningen, 8 april TivoliVredenburg, Utrecht. Inl: beirutband.com
    • Jan Vollaard