Waarom er in Frankrijk altijd zo veel gewonden vallen bij rellen

Ordehandhaving De Franse politie gebruikt bij rellen rubberen kogels van 4 cm en ‘potentieel dodelijke’ granaten. Praten met betogers doen ze niet.

Een agent laadt zijn wapen met een traangasgranaat, bij een protest van gele hesjes in Rennes.
Een agent laadt zijn wapen met een traangasgranaat, bij een protest van gele hesjes in Rennes. Foto Damien Meyer/AFP

Het was zaterdag even na half vijf toen de vlam weer in de pan sloeg. Geoefende relschoppers bekogelden de politie op Place de la Bastille in Parijs met alles wat los en vast zat. Jérôme Rodrigues, met zijn hoedje en woeste baard inmiddels een bekende verschijning, stond ertussen en riep zijn ‘gele hesjes’ op zich „terug te trekken”. Hij filmde de confrontaties met de politie – totdat hij zelf tegen de grond ging. „Ze hebben zijn oog geraakt!”, roepen mensen in paniek op de beelden die later van zijn telefoon zijn gehaald.

Rodrigues raakte zwaar gewond. Of de 39-jarige loodgieter met zijn rechteroog ooit nog kan zien, is onzeker. En hij is niet de eerste. Terwijl de mobilisatie van gele hesjes net iets leek af te nemen, heeft de woede over het aanhoudende „politiegeweld” de beweging nieuwe energie gegeven. De demonstraties van komende zaterdag zijn een eerbetoon aan Rodrigues. Veel gele hesjes hebben hun avatar op Facebook vervangen door een tekeningetje van een man met baard en een geel ooglapje.

Lees ook: In Frankrijk moeten journalisten met bodyguards de straat op

Sinds november hebben, volgens een inventarisatie van de serieuze ex-journalist David Dufresne, achttien mensen bij de protesten (overal in Frankrijk) een oog verloren. Vier mensen zijn een hand kwijtgeraakt. Een 80-jarige vrouw kwam in Marseille om het leven toen bij het sluiten van de luiken van haar bovenwoning een traangasgranaat in haar gezicht ontplofte. Het ministerie van Binnenlandse Zaken erkent dat totaal inmiddels 1.900 burgers en 1.200 agenten gewond zijn geraakt. Politie-inspectiedienst IGPN heeft meer dan honderd onderzoeken geopend naar mogelijk onjuist handelen door de oproerpolitie.

Flash-ball

Rodrigues is ervan overtuigd dat hij geraakt is door een rubber kogel. Een „flash-ball” noemen Fransen het omstreden wapen dat projectielen van 4 centimeter doorsnede met 330 kilometer per uur wegschiet. Een lanceur de balles de défense of ‘LBD40’ heet het apparaat officieel.

De regering en politiebonden bestrijden de lezing van Rodrigues. „Er is duidelijk iets verkeerd gegaan”, zegt David Michaux van politievakbond UNSA en zelf actief bij de oproerpolitie. „Maar verwondingen van een LBD40 zien er anders uit.” Hij noemt het apparaat „onmisbaar om een persoon te neutraliseren die een risico vormt” in de huidige context van „extreem geweld tegen de politie” van radicale splintergroepen, zoals „black-blocks”.

Al ruim een jaar geleden adviseerde de Franse nationale ombudsman, ex-minister Jacques Toubon, de rubberkogelschieter niet meer te gebruiken. Bij ordehandhaving is het gebruik ervan „gevaarlijk en problematisch”, schreef hij. Ook de in Europa alleen in Frankrijk gebruikte ‘uiteendrijvingsgranaten’ van het type GLI-F4 (met behalve 10 gram traangas ook 25 gram TNT-springstof), wil de ombudsman in de ban. De inspectiedienst van de politie wees in 2014 al op het gevaar van deze potentieel „dodelijke” munitie. „Om technische redenen” worden de granaten vervangen, liet de Franse regering in juni weten, maar de, volgens Le Figaro, „enkele tienduizenden” resterende exemplaren mogen nog op.

Ultieme zelfverdediging

„De flash-ball is voor gebruik bij demonstraties volledig ongeschikt en zou alleen in gevallen van ultieme zelfverdediging gebruikt moeten worden”, vindt ook socioloog Fabien Jobard, ordehandhavingsspecialist. Maar bij de uit de hand gelopen betoging van hesjes op 1 december schoten mobiele eenheden van de politie volgens Le Parisien in Parijs liefst 776 van die rubber kogels af. Totaal zijn het er sinds november nu 9.000, bleek woensdag uit een zitting van de Franse Raad van State over een mogelijk verbod.

Over de granaat, waarvan er op 1 december 337 zijn gebruikt, is Jobard iets genuanceerder. „Als je die gebruikt zoals hij bedoeld is, door hem over de grond te rollen, dan leidt hij tot beperkte schade”, zegt hij. Maar dat is blijkbaar niet altijd gebeurd. „De verwondingen die we de laatste weken hebben gezien zijn totaal disproportioneel.”

De Franse politie in actie tegen gele hesjes. De tekst loopt door onder de foto’s:

Een politieagent op het Place de Bastille houdt zijn ‘flash-ball’-geweer in de aanslag.
Foto Benoit Tessier/Reuters
Franse agenten proberen gele hesjes fysiek tegen te houden.
Foto Kamil Zihnioglu/AP
Franse oproerpolitie tijdens protesten van gele hesjes in Parijs
Foto Christophe Petit Tesson/EPA
Een politieagent met in zijn hand een traangasgranaat, bij een gele hesjes-demonstratie in Nantes.
Foto Sebastien Salom Gomis/AFP

Dat komt niet alleen door de wapens. Ook het ongebruikelijke karakter van het protest van gele hesjes, de Franse ordehandhavingstraditie en een tekort aan ervaren politiemensen hebben tot de geweldsescalatie geleid.

De demonstraties werden niet tevoren aangemeld en er waren geen vertegenwoordigers waarmee onderhandeld kon worden over de plek, zegt Jobard. „Veel mensen hadden nooit gedemonstreerd en wilden rechtstreeks naar het Élysée of het parlementsgebouw om met de politiek te praten. Zodra demonstranten zich naar dit soort symbolische plekken begeven, reageert de politie eigenlijk altijd meteen met geweld.”

Onvoldoende ervaring

De protesten waren bovendien niet alleen in Parijs, maar in het hele land, waardoor uitzonderlijk veel politie nodig was. „Veel eenheden hadden niet de benodigde ervaring voor ordehandhaving”, zegt Jobard. Iedereen is in de strijd met de hesjes ingezet, zegt hij, tot aan agenten die normaal alleen daklozen helpen aan toe. Dat erkennen vertegenwoordigers van de politie. Maar hoe de ordepolitie in Parijs opereert en welke geweldsmiddelen gebruikt worden, hangt geheel af van de landelijke politiek, de facto de minister van Binnenlandse Zaken. „De echte experts, de agenten zelf, hebben er in Frankrijk weinig over te zeggen”, zegt vakbondsman Michaux.

En anders dan in Duitsland of Nederland is in Frankrijk hoegenaamd geen dialoog met demonstranten, zegt Jobard. „Onze politie heeft geen teams die zich toeleggen op communicatie. In Duitsland probeert de politie zelfs bij acties van keiharde antifa’s altijd in dialoog te blijven om tot de-escalatie te komen. Hier wil men demonstranten zo snel mogelijk op afstand krijgen en gebeurt het tegenovergestelde. Dat leidt tot radicalisering. De keiharde wijze waarop de politie, en dus eigenlijk de politiek, heeft opgetreden, heeft de verhoudingen verslechterd. Mensen die nu naar een demonstratie gaan, bereiden zich voor op een gewelddadige confrontatie. Dat is ook voor de lange termijn een groot risico.”

Jérôme Reodrigues, die gewond raakte tijdens protesten:

    • Peter Vermaas