Toezichthouder: betaalbaarheid medicijnen verder onder druk

Farmaceutische industrie Weer geven ziekenhuizen meer geld uit aan dure medicijnen. Ziekenhuizen willen „de macht” van fabrikanten breken, maar zijn tegelijkertijd van hen afhankelijk.

Gesorteerde pillen voor een week.
Gesorteerde pillen voor een week. Foto iStock

De uitgaven aan dure medicijnen in ziekenhuizen zijn opnieuw gestegen en dat zet de betaalbaarheid en toegankelijkheid van geneesmiddelen onder druk. Dit schrijft toezichthouder de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) in een rapport dat woensdagavond openbaar werd. 86 procent van de ziekenhuizen geeft in een enquête van de NZa bovendien aan dat het „noodzakelijk” is maatregelen te nemen „om de invloed van de farmaceutische industrie te beperken”.

Ziekenhuizen waren in 2017 (de meest recente cijfers) meer dan 2 miljard euro kwijt aan dure medicijnen. Dat is een groei van 9 procent ten opzichte van een jaar eerder. Dure medicijnen beslaan daarmee een steeds groter deel van het totale ziekenhuisbudget. Dat is nu 8,8 procent, tegenover 6,8 procent in 2012. Dat lijkt een klein verschil, maar de bedoeling was juist om minder geld te besteden aan medisch-specialistische zorg en daarmee aan dure medicijnen.

Onderhandelen helpt te weinig

Om medicijnprijzen te drukken zijn veel maatregelen genomen door ziekenhuizen, verzekeraars en het ministerie. Zo wordt er soms gezamenlijk ingekocht door ziekenhuizen bij medicijnfabrikanten en onderhandelt ook het ministerie met de industrie over vergoeding van geneesmiddelen. Dat laatste leverde volgens het ministerie van Volksgezondheid 130 miljoen euro besparing op in 2017. Maar alles bij elkaar is het nog onvoldoende, concludeert de NZa nu.

Dat de uitgaven aan dure medicijnen stijgen, wordt vooral veroorzaakt door een groei van het aantal patiënten die dure medicijnen nodig hebben en doordat er veel prijzige nieuwe geneesmiddelen op de markt komen. Zo stegen tussen 2015 en 2016 alleen al de uitgaven aan medicijnen tegen kanker met meer dan 100 miljoen euro.

Lees ook: minister Bruins in gesprek met NRC over de moeilijke onderhandelingen met fabrikanten.

Medicijnen tegen reuma kostten de zorg het meest: aan de drie duurste reumamiddelen samen werd in 2016 een half miljard euro uitgegeven. Sommige middelen kosten tonnen per patiënt. Het middel Galsulfase bijvoorbeeld, tegen stofwisselingsziekten, kost zes ton per persoon per jaar.

In het rapport worden meer redenen genoemd waardoor het niet lukt medicijnprijzen te verlagen. Ziekenhuizen tekenen bijvoorbeeld meestal een geheimhoudingscontract met de industrie over wat ze betalen voor een bepaald medicijn. Dat helpt andere ziekenhuizen niet met hun onderhandelingspositie, schrijft de NZa.

Ziekenhuizen hebben ook behoefte aan meer informatie over hoe andere ziekenhuizen dure geneesmiddelen inzetten en hoe lang ze patiënten ermee behandelen, zodat ze niet onnodig veel inkopen.

Een andere oorzaak van de hoge prijzen is volgens veel ziekenhuizen de macht van de medicijnfabrikanten. 23 ziekenhuizen geven bij de NZa aan dat ze „in belangrijke mate financieel afhankelijk zijn van de farmaceutische industrie”. Ziekenhuizen krijgen van fabrikanten geld voor bijvoorbeeld wetenschappelijk onderzoek en opleidingen. De meeste ziekenhuizen nemen daar geen maatregelen tegen, omdat ze die samenwerking ook nodig hebben. Bovendien zijn nieuwe middelen vaak een uitkomst voor patiënten, die er veel baat bij kunnen hebben.

Lees ook: hoe Amsterdam UMC een dure pil zelf ging maken, en hoe een fabrikant dat probeerde te dwarsbomen.

Zelf maken

Amsterdam UMC keerde zich het afgelopen jaar tegen de farmaceutische industrie door zelf een medicijn tegen een zeldzame ziekte goedkoper na te maken. De prijs die de fabrikant vroeg (200.000 euro per patiënt per jaar) vond het ziekenhuis „maatschappelijk onaanvaardbaar”. Door een fout in de productie is de bereiding van de pil tijdelijk stilgelegd, maar het signaal tegen de industrie kreeg veel steun. Minister Bruno Bruins (Medische Zorg, VVD) steunt dergelijke initiatieven tot ‘magistrale bereiding’ en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) concludeerde ook dat het onder voorwaarden is toegestaan.

Vorig jaar sprak het ministerie met ziekenhuizen en zorgverzekeraars af dat hun budget op termijn niet meer mag groeien. Ziekenhuiszorg kost nu zo’n 23 miljard euro, een derde van de totale zorgbegroting. Om de zorg betaalbaar te houden moet de groei stoppen. Dat de medicijnprijzen hoger worden, is daarom een probleem.

De NZa schrijft daarover: „Wij zien significante risico’s ten aanzien van de betaalbaarheid en toegankelijkheid van medisch-specialistische zorg.”